2016

Posted by on nov 11, 2016 in Moed | 0 comments

Nu de herfstkleuren in volle glorie zijn, net voor de bomen vervellen tot lege takken en daarmee het einde van het jaar aangeven, blik ik al eens terug.
2016, tussen rauw en rouw, en veel schakeringen daar tussen in.
Januari. Toen het verdict viel. En we wisten dat 2016 een jaar van afscheid van één van de dierbaarsten zou worden. Al die intense contacten nog, bezoekjes die zoveel meer gingen betekenen, al waren ze vooral groots in hun eenvoud. Vertrouwdheid en ongemak. Dicht bij elkaar, nog dichter.
Het verjaardagsfeestje van de oudste mini dat het laatste samen zou worden. 4 jaar, voor altijd een mijlpaal. “Vanaf nu word ik groter, en groei ik tot aan de hemel, tot bij Karine.” Zo gaan kinderen er mee om, en hadden wij er maar wat van overgehouden.
Het afscheid. Een eerbetoon. Intens, alweer, net als die weken voordien. Familie-bijeenkomsten die sindsdien gezellig maar breekbaar zijn. Een lege plek, een gat in het hart. Wat onvervangbaar is, moet ook een (nieuwe) plaats krijgen.

Het crashke, zoals ik het noem. Het mijne dus. Toen het licht even uitging, al redelijk snel in dat nieuwe, onbehaaglijk voelende 2016. Iets teveel ballen al maanden aan een stuk omhoog aan het proberen houden. De usual ballen, zoals elk gezin dat moet doen. Maar ik kreeg er een paar bij, waar ik me geen baas over zag. Een menignoom in het hoofd van de mutti en niet goed weten waar dat ons zou brengen, een wankelend lief, een slecht slapende peuter, de race tegen de klok en het verkeer elke dag onderweg naar Brussel. De hoge drempel om misschien eens hulp te vragen. Want neuten, dat doe je niet. De berg (het afscheid) waar we voor stonden die heel erg onoverkomelijk leek. Toen gebeurde er iets vervelends, maar banaal. Mijn portefeuille en GSM werden gestolen. Twee dingen zorgden ervoor dat het in mijn hoofd even ging knetteren, waardoor daarna het licht uitging: het pasfoto’tje van de mini in de portefeuille waarvan ik de gedachte niet kon bannen dat een viezerik daar nu naar zat naar te kijken. En de sms’en van K in mijn GSM die ik kwijt zou zijn. “Ik ben niet ziek”, zei ik tegen de huisarts, waar ik dan toch eindelijk een afspraak nam met een barstend hoofd en een slepend lijf. En toen gingen de sluizen open, en stopte ik pas echt met wenen weken later. Rust hielp. En schrijven ook.

Een ontroostbaar lief. Verscheurd tussen missen van de onvervangbare en de wens om het leven verder te leven. “Genieten van de zon, ik weet niet meer hoe dat dat moet”. Dat vat de zomer voor haar samen, denk ik.
Rouwen, zo heb ik geleerd, moet of wilt ze grotendeels alleen doen. Het is een andere planeet, en er zijn soms weinig verbindingswegen naar toe. Verdriet staat nooit op zichzelf. Verdriet betekent ook slapeloze nachten, rugpijn, stressgevoelig, geen liedjes op de radio. Bij de vraag ‘hoe gaat het nu met haar?’ denk ik twee keer na. Veel mensen vinden al gauw dat het beter moet gaan…

Ondertussen staat de radio bij ons wel weer aan…

De kinderwens. Hartswens, die ik nooit echt ondanks alles, los gelaten had. De keuze voor het leven. Mini 3 is levenskracht. Een niet evidente beslissing. Sowieso. Kwam daar nog bij: de veelal ongevraagde meningen die mensen erop na houden wanneer je beslist voor een derde kind te gaan. Eén enkele opmerking die echt kwetste, maar veel gelukswensen die dat overstemden. Straks wanneer mini 3 zich aandient, zullen er weer veel emoties zijn. Dankbaarheid en kwetsbaarheid. En de wetenschap dat in elk jaar, hoe donker ook, er altijd ook iets van licht zal zijn.

dsc_00251

Read More

Over gaatjes vullen en taarten bakken. En twee uurtjes daartussen in.

Posted by on nov 6, 2016 in Geen categorie | 0 comments

Tijd. Moet je maken voor dingen die je belangrijk vindt. Ik vind schrijven belangrijk, maar ik kwam er sinds maanden niet meer toe. Ik probeer nochtans wat tijd te stelen. ’s Ochtends nog wat vroeger op. Een vijf op de wekkerradio, dat schrikt me sinds mini 2 al langer niet meer af. Dat gaatje vulde ik met wat stretch- en yoga-oefeningen, nu het uitdijende lijf teveel puft bij andere soorten ‘sport’. De gaatjes die ik soms maakte tijdens de dag, vulden zich met werk To Do’s en deadlines, nu de laatste rechte lijn richting zwangerschapsverlof was ingezet. De weekend gaatjes die vulden zich met ‘nestdrang’: bakken (als ik zwanger ben, bak ik in een tempo waar ik anders in geen jaar toe kom), en huis-dingen die in orde moeten zijn (lief wordt er gek van). En de gaatjes die er ’s avonds soms waren, die verdwenen gewoon, omdat de walvisbuik vond dat 14u non-stop in de weer welletjes was en me horizontaal deed gaan. Lezen ja, dat deed ik nog. Want wat waren er weer veel interessante dingen online te lezen, en boeken die op mijn nachtkastje lagen te lonken. Weinig puf nog om zelf te schrijven, te moe, te zwanger, en ook wel soms een beetje te overdonderd om zelf nog dingen extra te gaan verwoorden.
En kijk, zijn daar plots: 2 uurtjes zonder mini’s, zonder werkdeadline, het bakken deed ik eergisteren, en het huis is niet op orde, maar als nu mijn water breekt, staat er wel al een half rugzakje klaar (ok, toegegeven, 3kwart rugzakje, ik ben graag voorbereid ;-))
En terwijl ik wekenlang genoot van andere blogs, keer ik nog eens terug naar de mijne. Het voelt wat onwennig 😉
Waarover had ik afgelopen weken graag een stukje geschreven? Over interessante boeken die ik aan het lezen was als “Creativity Inc” en “de Slaaprevolutie” van Arianne Huffington. Of over omdenken.
Maar ook over CETA. Yep. Ik heb dagenlang verstomd gestaan van dat schouwspel. Niet van dat van de Walen, en opperhoofd Magnette. Maar van de ongelooflijk éénzijdige, tekortschietende en ‘framende’ berichtgeving van de Vlaamse media, VRT incluis. Ik, grote VRT liefhebber en trouwe Journaal kijker, was gedegouteerd van de manier waarop de VRT aanvankelijk verslaggeving deed over CETA (ze stuurden na enkele dagen wel enigszins bij). De eerste dagen waren de enige tegen stemmen die aanbod kwamen de mattentaarten bakkers uit Geraardsbergen en consoorten. With all due respect, maar dat terwijl tientallen academische experten en talloze middenveldorganisaties van allerlei strekking (milieu-, consumentenorganisaties, mutualiteiten, vakbonden, …) al maanden, jarenlang kritische analyses en standpunten verkondigden gebaseerd op stevig studiewerk en inhoud. Geert Bourgeois mocht in primetime een kwartier lang ‘Magnette-bashing’ doen en non-argumenten ventileren als ‘en nu zo op het einde na 6 jaar onderhandelen zeggen die plots ‘nee’… Die stoute Walen toch! Dat er al talloze keren door vele organisaties, en ja, ook door verschillende politici zoals Magnette, bij EU-commissaris Cecilia Malmström aangekaart was dat er ernstige problemen zijn met een dergelijk vrijhandelsakkoord, dat is teveel nuance om te brengen.
Nee, de Walen lagen dwars, en het bashen vierde weer hoogtij. Op sociale media nog nooit zoveel vrijhandelsexperten gezien.
Maar hoeveel Vlamingen zouden weten waar dat CETA nu eigenlijk voor staat? Weinigen, en daar is de EU best blij mee. CETA wordt gepresenteerd als een handelsverdrag tussen de EU en Canada, dat vrij verkeer van goederen en diensten moet mogelijk maken tussen de twee blokken. De facto een enorme uitbreiding dus van de EU-markt, en veel meer mogelijkheden om in Canada ons bier, chocolade en peren te verkopen, wie kan daar nu tegen zijn? Dat het niet alleen over vrijhandel gaat, maar vooral ook over kwaliteitsnormen en regulering, daar hoorde je de eerste dagen op de VRT niets over. Ze moesten teveel mensen aan het woord laten die het schandalig vonden dat Magnette het akkoord had voorgelegd aan het Waals parlement. Stel je voor, de verkozenen des volks mee laten beslissen over zoiets en zo de boel vertragen. Politieke spelletjes! Ja natuurlijk politieke spelletjes. Zoals zovele dossiers in de politiek, maar mag het ook nog eens over inhoud gaan, wanneer er zoveel op het spel staat? In Europa zijn onze kwaliteitsnormen behoorlijk streng. In Canada al een beetje minder, in de VS al helemaal (en laat nu net tal van Amerikaanse bedrijven ook een headquarter in Canada hebben). Jamaar, zo suste Geert Bourgeois ons allen toe, wij hebben checks en balances ingebouwd en kunnen onze regels en normen blijven opleggen voor uit Canada en de VS ingevoerde producten. Is dat zo? Hier komen we aan het meest disputabele onderdeel van CETA. Als een investeerder van oordeel is dat de productie- en kwaliteitsregelgeving van een land zijn toegang tot de markt schaadt, kan hij dat land voor een tribunaal brengen en schadevergoeding eisen. Dit systeem, bekend als ISDS (“Investor State Dispute Settlement”) staat dus boven de nationale rechtspraak, en kan een staat dwingen tot enorme boetes… die misschien dan wel 2 keer na zal denken over het blijven handhaven van allerlei normen en standaarden…
Soit, de VRT (en met hen andere media) bracht na enkele dagen ook meer gebalanceerde stukken en liet ook experten inhoudelijke argumenten brengen waar CETA wel of niet voor staat, en aan het schouwspel kwam, zoals dat gaat in de politiek, een einde.
En ik heb er nu toch mijn ei over gelegd. Over CETA schrijven in mijn 2 luttele vrije uurtjes, hoe erg kan het gesteld zijn met een mens? :-) 
Vlug nog even belangrijkere zaken doen, Sinterklaas shoppen bijvoorbeeld. En misschien nog een taartje bakken?

ecardmother

Oh by the way. Over dat interessant leesvoer online. Een klein greepje:
“We vinden kinderen ons kostbaarste goed, maar hebben ´s morgen geen tijd en ´s avonds geen energie voor hun verhalen. Is het kindperspectief relatief als het gaat over hoe wij ons werk en leven organiseren?” En hierbij aansluitend:
De hamvraag in dit debat is: welk samenlevingsmodel verkiezen we?”

En eentje in aanloop van dinsdag 8 november… (US elections…nog even nagelbijten!) Over de onmogelijke positie van vrouwen die macht proberen te veroveren.

Read More

Het was een beetje luid in m’n hoofd (hart)

Posted by on aug 31, 2016 in Geen categorie | 0 comments

Zijn het de foto’s? Hormonen? Emoties die een loopje met me nemen?

OmranHet eerste beeld dat dagen op m’n netvlies bleef hangen was Omran. Plots wereldberoemd na alweer een bombardement in de vuilste oorlog van de afgelopen jaren. Collectieve verontwaardiging. Kinderonschuld die door merg en been snijdt. Machteloosheid die geweten sust. ’s Anderendaags nieuwe waan van de dag.
Aleppo. Die helden van ambulanciers en dokters daar. Die ouders. Die kinderen.
Wanneer ’s nachts het buiten stil is, klinken mijn gedachten luider dan ik hebben wil.

 

Feest want opa wordt niet elke dag 85. De clan samen. De oudste kleindochters hebben er iets prachtigs van gemaakt. De jongste kleindochters kirren want het is feest. Iedereen zet z’n beste voetje voor.
En dan die 2 foto’s. De sisters. DSC_0027 DSC_0026

Toen al, al die jaren geleden, een twee-eenheid. En vele jaren later. Toen de ene trouwde met de man van haar leven. Stond de andere daar ook aan haar zij. Nu is zij er niet meer, en toch zo aanwezig. Elke dag, aan verschillende keukentafels. Elk uur, in vele harten.
Wanneer ’s nachts het buiten stil wordt, klinkt haar gesnik luider dan ik troosten kan.

 

Een blogstukje waar m’n oog op valt. Over hoe je als je moeder bent van kleine kinderen geen goede vriend(in) kan zijn. Leuk verwoord, herkenbaar dilemma. Ik zie ze voor me, die paar vrienden met wie het maar niet lijkt te lukken, die nieuwe combinatie.
Wanneer ’s nachts het buiten stil wordt, overweeg ik hen te bellen. Iets te zeggen. Herinnering, een toekomstbeeld. Ik doe het niet. De nostalgie klinkt luid.

 

Een doordeweekse dag. Ik scroll even langs mijn facebook tijdslijn. Tref een stukje aan van Nathalie D. waarin ik dit lees:
“Oma en opa waren voor het eerst sinds lang nog eens blijven slapen. Vanmorgen ging oma mee met mij en de meisjes naar de uniform-verkoop op school. Kleine meisjes in grote hemdjes. Ze stapte nog met 1 kruk, omdat dat toch iets makkelijker is, zolang het lijf niet helemaal is gerecupereerd na de operatie van een paar maanden geleden. Een beetje moeizaam gaat ook. En aan de andere kant was er een arm. Die van mij.
Ondertussen had opa onze klimop bijgesnoeid en zijn agendaboekje van Okra aangepast op het ritme van onze agenda.
Ouders zijn helden. Grootouders zijn dat nog meer. Ze vertrekken even later weer. En telkens denk ik dan, wat zij uitspreken als wij bij hen vertrekken: “Voorzichtig hé, en kom maar veilig thuis aan (en laat iets weten).”

Foto erbij van 2 mooie meisjes, 2 mooie grootouders. Ik lees het en mijmer even weg. Denk na over ik als ouder. Over grootouders. Denk aan wat is en niet is. Word er week van.
Even later. Krijg onverwacht een postpakket. Tref een cadeautje aan. En deze post: WP_20160831_14_42_15_Pro
Wanneer straks het buiten stil wordt, denk ik aan mijn envelopje, glimlach, en voor het eerst in alweer even, wordt het stil in mij.

Read More

Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Posted by on aug 4, 2016 in Moed | 0 comments

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Read More

Golven

Posted by on aug 3, 2016 in Geen categorie | 1 comment

Aan zee. Theater aan zee, Oostende op z’n best. Uren slijten in het Leopoldspark, espresso machiato in nieuw ontdekte koffiebars, ijsjes op het strand of iets lekker van bij bakkerij Van den Berghe op de dijk. Een GT in een beach bar, in zwangere tijden gereduceerd tot een tonic.
Luka die maar blijft schelpen verzamelen. Ze zijn zooooooooooooooooooo mooi. En Noa die maar achter meeuwen blijft aanhollen. Kirren en lopen naar de golfjes. Koud, meer dan mijn tenen krijgen ze niet. De mini girls zijn dapperder. Zee in, dit jaar ook ontdekking van geneugten van een bodyboard. En van zelfgemaakte bloemen die gekocht/verkocht kunnen worden met schelpjes (dankje Cara & Andres voor de boetiek en de opstart :-)) Mijn boek waarin zandkorrels zich tussen de pagina’s nestelen. Steeds diezelfde pagina, want er moet gesmeerd, gekeken, ‘niet te ver weglopen’ geroepen worden, pipi gedaan, dorst, een zandkasteel gebouwd worden, opnieuw toilet (the joys of being pregnant), een pijntje verzorgd, kleren aan en uit. Halfweg de middag en al bijna ko.
Maar toch. Zeelucht knapt op. Maakt hoofd leegt, geeft altijd ruimte voor (nieuwe) dromen. Golven, ik kan er uren naar kijken. Golven…mijn flip.
Toen we op wereldreis gingen en plots in plaats van dagtripjes aan zee, weken en maanden aan een stuk in ‘kustgebied’ vertoefden, wou ik leren surfen. Dat magische surfen, dat één zijn met de golven, daar wou ik deel van uit maken.
Het werd die eerste keren een harde, koude, natte, schurende en bij tijden erg frustrerende les in evenwicht zoeken (en niet vinden), in kracht- en conditietraining (die er beiden niet voldoende waren), in voelen wat de immense kracht van water is en in je plaats kennen (meestal liggend op een plank in plaats van gezwind er bovenop staand).
Een verstuikte enkel, blauwe kin, geschuurde knieën, verlamde armen en 1 liter zeesop binnen later had mijn romantisch beeld van surfen een grote knauw gekregen, en mijn ego nog een groter.
En toen pakte ik mijn eerste echte lange golf. Eentje die zo helemaal uitrolde met mij er zo fel als een gieter bovenop. Ik was in Margaret River, een iconisch surfdorp aan de West-kust van Australië en leefde even de Australische droom: camping, barbie, stubbie, surfen, no worries mate. DSC_0251
Ik ging later nog op surfvakantie naar Costa Rica en Portugal, maar bleef een belabberde surfer. Veel peddelen (soms te vroeg en soms te laat), veel nosedives, niet de juiste take-off plaats vinden, veel in het sop en niet in de swell zitten. Maar toch. In Costa Rica heb ik één keer in een kleine ‘tube’ gezeten, het moment dat de je de golf uitsurft voor die zich achter je in een tunneltje sluit. En ik heb een fantastische dag beleefd met mijn 2 beste vriendinnen aan een Braziliaanse surf praia. Ik blijf gefascineerd door golven en in het diepst van mijn gedachten word ik ooit nog een surfchick. Het romantische beeld van hun way of life, de puurheid, het non-conformisme… zo ver van mijn gestructureerd, burgerlijk werk-gezin-huis leventje. Het is een beetje escapisme waar ik een handje van weg heb, maar het is ook nog iets anders.
Golven zijn mijn metafoor geworden. Het leven proberen nemen als een golf. Surfen mijn symbool. Ik gebruik de beelden in mijn hoofd om me rustig te maken, sterk, om los te laten. Ik omring me met kleine surf hebbedingetjes omdat ze me blij maken. En ik droom over surfspots omdat het me een drive geeft, omdat ik graag droom over reizen , en ik weet binnen een aantal jaar er te staan, glurend naar de golven, naar de surf.
Maar me laten meevoeren door de betovering van golven, dat doe ik ook nu, zelfs aan de Belgische kust. Elke zee heeft iets mysterieus, aanlokkelijk, bangelijk. Er valt zoveel te leren, te ontdekken over de zee, over golven. Hoe ontstaan golven waar je op kan surfen? Daarover heb ik zitten lezen/leren (deze vakantie: William Finnegan, primitieve dagen). Voor wie ’t wil weten, een korte samenvatting: Een storm op zee woelt het water aan de zeespiegel om en dat wekt rimpelingen op, chop genoemd, eerst kleinere en dan grotere onsamenhangende golfjes. Bij genoeg wind klonteren die samen tot zware zeegang. Waar surfers aan verre kusten op liggen te wachten, dat is de energie die aan de storm is ontsnapt en in de vorm van golftreinen uitstraalt naar kalmere wateren. Golftreinen zijn groepen golven die samen verder reizen, in een steeds hechtere samenhang. Elke golf is een kolom rondcirkelende energie, grotendeels onder het wateroppervlak. Alle golftreinen die een storm produceert, vormen samen wat surfers een swell noemen. Zo’n swell kan duizenden kilometers afleggen. Hoe zwaarder de storm, hoe verder zo’n swell kan reizen. Tijdens die reis raakt die swell steeds strakker georganiseerd: de afstand tussen de golven binnen zo’n trein – het zogenaamde interval- neemt toe. Wanneer de golven van zo’n swell in de buurt komen van een kustlijn, dan begint de voet van de golf contact te maken met de zeebodem. Golftreinen worden sets: golven die hoger zijn en langere intervallen hebben dan de golven die meer lokaal aan de kust zijn ontstaan. De naderende golven reageren op de vorm van de zeebodem. Hierdoor neemt het zichtbare deel van de golf toe, de rondcirkelende energie wordt opgedrukt tot hoger boven het wateroppervlak. Uiteindelijk wordt de golf instabiel en begint dan aanstalten te maken om naar voren om te slaan – te breken. Maar hoe en waar een golf precies zal breken, wordt mee bepaald door tal van factoren, zoals de wind, de vorm van de zeebodem, de golfrichting en soms nog stromingen.
Surfers zoeken dus naar golven die breken op een manier dat er een moment is dat je de golf kan ‘pakken’ (een take-off point), de golf een surfbare wand heeft en de golf niet in zijn geheel over de volle breedte omslaat (close-out), maar geleidelijk breekt in een bepaalde richting (naar rechts noemen ze dat dan een righthander, links een lefthander). Op die plek en op dat korte moment is het dan mogelijk om bijna parallel met de kustlijn, een lijn te surfen over de wand van de golf, vlak voordat deze breekt.
Je moet dus heel goed golven kunnen beoordelen om te kunnen surfen, los van de techniek. Dat is iets dat jaren duurt, en daarom dat surfen iets is dat je enkel echt onder knie kan hebben als je opgroeit met de zee en al haar facetten, en je dagen, weken, jaren in het water vertoeft. En je van jongs af aan je de techniek en de mysteries van de golven je eigen maakt.
Ik kan er dus mee leven dat ik nooit een echte surfer zal zijn, maar een wannabe. Een over surfen boeken lezende, surfhebbedingetjes verzamelende, klungelige voor altijd surfchick in wording :-)

WP_20160801_12_27_47_Pro

Eerste prospectie van de zee…

WP_20160730_08_47_57_Pro Daily surf reminder

WP_20160730_09_46_04_Pro

Schelpen-bloemengirl en surfchickwannabe                   

WP_20160730_09_49_35_Pro

Surfchick in wording  

Read More

Orlando

Posted by on jun 14, 2016 in Moed | 1 comment

Het is wat bevreemdend wanneer tussen de bergwandeling en zwembeurt met dochter door het nieuws hier in Zwitersland doorsijpelt van de shooting in een gay nachtclub in Orlando. Een haat daad, al dan niet religieus geïnspireerd.

Het is ondertussen al even geleden dat ik zelf nog een stapje zette in de gay nightlife – kleine koters, weet je wel- maar die mensen daar hadden evengoed mijn vrienden kunnen zijn of ik 10 jaar geleden. Niet dat het daarom me meer raakt dan pakweg de Bataclan of de aanslagen in Zaventem, maar toch. Die mensen werden bewust als doelwit gekozen omdat ze anders zijn, holebi, net als ik.

En dat tikkeltje anders zijn, dat draag je toch altijd mee, hoe ‘gelijk’ we ook ondertussen gelukkig mogen en kunnen zijn van de wetgever en menig andere.

Er is al een gigantische weg afgelegd en het lijkt misschien dat ‘onze’ strijd gestreden is, maar als holebi blijf je willens nillens bijna elke dag geconfronteerd worden simpel weg met het feit dat het meestal nog geen vanzelfsprekendheid is dat een koppel evengoed kan bestaan uit twee mannen, twee vrouwen of uit een man en een vrouw.

Administratieve formulieren die niet aangepast zijn, standaard vragen krijgen over echtgenoot, hotelkamers met twee enkele bedden, vragende blikken bij het proberen achterhalen van de gezinssamenstelling,… en dat zijn dan de onschuldige, uiteraard niet slecht bedoelde kleine akkefietjes die je elke dag geruisloos en met de glimlach aanpast.

Anders is het wanneer mensen moedwillig over je echtgenoot blijven praten wanneer je net hebt verduidelijkt dat er een echtgenote in het spel is, of je nog steeds ook bijna twintig jaar na je coming out nog af en toe dronkemanspraat te verduren krijgt van ‘jij hebt gewoon eens een goeie beurt nodig van een echte vent’. Ook dat laat je meestal voor de goeie vrede maar over je heen gaan.

Maar het wordt echt tegen de borst stuitend of kwetsend wanneer er grove of voze dingen gezegd worden die ik link aan mijn kinderen. Ik heb ooit de stommiteit begaan me te verdiepen in reacties op een radio programma dat een mooie uitzending gemaakt had over kinderen van holebi-ouders. Ik heb toen 3 dagen niet kunnen eten.

En zelf zijn er ook wel een paar boertige quotes in mijn geheugen gegrift van zelfs geen onbekende mensen toen ik onlangs aankondigde dat er een derde kindje verwacht wordt in ons gezin.

Dus nee, de strijd is nog lang niet gestreden. De strijd om nog meer harten te veroveren, van zowel allochtone als autochtone gemeenschap, de strijd om het ‘anders’ zijn nog verder te ‘normaliseren’, de strijd tegen vooroordelen, onwetendheid en als we dan toch bezig zijn voor mijn part dan ook tegen de grofheid en lompigheid als het even kan.

Op mij mogen ze schimpen. Zelfs toen ik een pint bier over me heen kreeg van iemand die het niet zo had op vrouwen die van vrouwen houden, voelde ik me maar heel kort van streek. Omdat ik meteen moest denken aan mijn close homo vrienden, die al veel meer en andere dingen meegemaakt hebben, en ik me door hen gesterkt en zelfzeker weet. Maar ook omdat ik het geluk heb gehad over een stel vriendinnen en vrienden te beschikken wiens vriendschap onvoorwaardelijk bleek. Lesbisch of niet, dramaqueen of niet, doordrammer of niet, who cares. Het zijn vooral zij die me in die eerste weken, maanden na mijn coming out en op al die cruciale momenten in mijn leven daarna, hebben doen voelen dat ik perfect ben met al mijn gebreken, net als zij.

Maar van mijn kinderen moeten ze afblijven. Hun grove bek houden. Als ik denk aan mijn kinderen voel ik de verontwaardiging en ook wel kwaadheid boven borrelen voor al die schampere opmerkingen die ik zelf te horen kreeg, maar veel meer nog voor al die feiten van gaybashing en homo haat die jammer genoeg nog veel te veel voor komen, ook bij ons ja. En dan ben ik blij en trots dat er topkerels zijn als Sven die in hun pen kruipen, en op tv nog maar eens gaan uitleggen en duiden dat er meer durf nodig is. Ook in het onderwijs, ook in de islamwereld, ook in de katholieke kerk.

En dan neem ik me zelf weer voor om bij een volgende opmerking niet meer mijn mond te houden, maar die boer met zijn domme opmerking lik op stuk te geven.

Tuurlijk gaan onze dochters vragen krijgen over hun lesbische mama’s. Niet de hele tijd, en niet door iedereen, maar toch. Als ze nieuwe vriendjes maken, op vaderdag, als we inchecken in een hotel. Op tal van formulieren die ook nog niet zullen aangepast zijn wanneer zij groot genoeg zijn om die zelf in te vullen… Tuurlijk kan ik hen niet beloven om vervelende vragen ongedaan te maken. Ik kan hen wel leren dat het allemaal niet zoveel voorstelt. Dat ze ondertussen zelf genoeg ontzettend toffe, warme, fijne homo-mannen kennen om beter te weten, dat we hen hebben laten uitgroeien tot zelfzekere meisjes die zich kunnen wapenen tegen domme, belachelijke opmerkingen.

En ik hoop dat ik ga kunnen zeggen dat ze zich niet teveel zorgen moeten maken. Dat er zoveel verontwaardiging en reacties zijn op voorvallen als Orlando dat er duizenden bondgenoten zijn in onze queeste naar meer love & peace.

Ik hoop het. Ik hoop het.

orlando2

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe

Read More

Snaveltjespraat

Posted by on jun 2, 2016 in Inspiratie | 0 comments

“Mama, kijk eens in hoe een klein bolletje ik mij kan maken?” “Mag ik dan, als de baby uit jouw buik is, ook nog eens opnieuw in jouw buik met mijn snaveltje aan jouw snaveltje?”

Ik ben nog nooit zo vertederd geweest door een taalfoutje. Ze is 4, mijn dochter, en hoewel ze navel bedoelt, is haar woordkeuze ook sprekend. Haar snavel staat nooit stil, en ze vindt het alleen maar logisch dat haar snavel gericht is op ons, met honderden vragen, vaststellingen, tegensprekingen, “waarom’s” en “eigenlijk’s”. Er is geen ontkomen aan, dus probeer ik geduldig te luisteren, te antwoorden, mee te gaan in haar kinderlogica en na te denken over kwesties als ‘waarom wordt een regenworm niet nat vanbinnen?’ en moeilijkere items als ‘als die baby in jouw buik zit, hoe is die daar dan in geraakt?’.

Ik ben vertederd door de verspreking, maar ook gewoon ontroerd door de manier waarop kinderen nog praten. Snaveltjespraat.

Wat een schril contrast met hoe er in de ‘grote mensen wereld’ gepraat wordt. Door elkaar, liefst nog tegen elkaar. Luid, overtreffende trap, schelden, polariseren. Hard, bikkelhard.

Politici blijven ook wel uitspraken doen waarvan je achterover valt, de boom en het kappen bijvoorbeeld, en dan ben ik blij dat er veel verontwaardiging is, en kijk ik ook altijd uit naar goeie ouwe Lectrr:

bosklassen  bosbeleid

En in het oog van de storm, en van kritiek, zijn ook de vele vakbondsacties. Ik heb al vaker de ondankbare taak op me genomen om de vakbond te verdedigen, of tenminste de waarden die ze oogt te verdedigen of belangen die ze oogt voorop te stellen. Het is niet alleen ontzettend ondankbaar, ook vaak onmogelijk. Mensen zitten immers vast in eigen overtuigingen, loopgraven, en er is nog weinig bereidheid om echt naar elkaar te luisteren, overeenstemming te vinden. Zo ook bij wat heethoofden binnen de vakbonden, waar roepen en schelden en polariseren ook al blijkbaar de ordewoorden zijn. Zij maken wat een groeiend draagvlak werd voor meer sociaal protest tegen een Thatcheriaanse regering, kapot, zoals extreme meningen en daden altijd veel kapot maken. En ik word daar niet alleen heel ontgoocheld, maar ook steeds meer ongerust over. vakbondslogica

Want mensen haken af, verliezen alle interesse en hoop in politiek én maatschappelijk middenveld. Waar is dat wervend, positief, innovatief verhaal dat verbindt, mensen samen brengt, oplossingen voorstelt en ons mee vooruit neemt? Hallo Beweging.net? Sinds jullie naamslancering nooit meer iets van jullie gehoord. Hart boven hard? Prachtig, hartverwarmend, maar slagen we erin om ook mensen die niet meteen gelinkt zijn aan één of andere socio-culturele organisatie, mee te krijgen in dit verhaal? Weet het niet, kan het alleen maar hopen. Net zoals ik hoop dat die vele collega’s binnen die vakbonden en andere organisaties die wél voor een positief alternatief gaan, hun stem sterker mag gaan klinken dan de roepers. Dat hun, ons, mijn, jouw verhaal gehoord, gedeeld, beklonken wordt.

We hebben verhalen nodig. Positieve, krachtige verhalen-vertellers. Die verwonderen, en weer doen geloven. Die ontroeren en ons in beweging brengen. En die vind ik steeds meer online. Bij blogstukjes als deze, of dit, of dat.

En bij de snaveltjes van die dochter(s) van mij.

IMG_20160512_095048660 (Medium)

Read More
Follow

Get the latest posts delivered to your mailbox: