Terwijl

Een column. Een A4tje woorden, niets meer. En dat die toch zo in je hoofd kunnen wonen. En je ze zo meeneemt, die flarden zinnen, onder de douche, in de auto. Het gevoel dat ze uitstralen, de boodschap die blijft hangen. Alsof ze je zelf aanspreekt, bij een kop koffie. Zo schrijft Griet Op De Beeck.

Hieronder haar pareltje van 24 januari 2015:

Terwijl (Griet Op De Beeck)

Terwijl de berichtgeving stilaan het gevoel creëert dat er achter elke hoek een terrorist klaar staat om toe te slaan. Terwijl de regering ondertussen meer dan twintigduizend kwetsbare jonge, ongeschoolde mensen hun inkomen afneemt, zonder zich blijkbaar af te vragen of investeren in net zo’n groep geen zinvollere bestrijding van extremisme zou zijn dan het leger de straat op te sturen. Terwijl kinderen bang worden gemaakt door schooluitstapjes af te gelasten, en Pegida schaamteloos vruchten plukt van al wat gebeurd is, reis ik door Vlaanderen en Nederland om lezingen te geven en kom ik zoveel verschillende mensen tegen. Zoals onlangs die vrouw die nog niet lang transgender was, of het misschien technisch gesproken zelfs nog niet helemaal was.

Ik zag hoe ze zich wat onwennig in haar lijf bewoog, hoe ze die blik nog had van iemand die het gewend is om zich al op voorhand te excuseren voor wat zij niet eens fout deed. Dat valt me wel eens op bij transgenders: het is niet omdat er een formele oplossing voor hun verdriet bestaat – ze kunnen de vrouw of man worden die ze eigenlijk al zo lang waren – dat alle verdriet zomaar verdwijnt. Wat na een lijdensweg van jaren ook niet vreemd is, maar wat in hun ogen geen aandacht meer lijkt te verdienen. Ha nee, ze hebben nu toch wat ze wilden? De vrouw keek naar mij, lang, en zei: “Ik wou je even spreken, maar ik weet eigenlijk niet waarom, of waarover dan precies.” Er zaten tranen klaar die ze met man en macht binnen probeerde te houden. Ik heb vooral geprobeerd om haar het gevoel te geven dat alles mocht en kon: triest zijn, het niet weten.

Uiteindelijk concludeerde ze helemaal zelf: “Ik ga, denk ik, eens proberen om wat zachter te zijn voor mezelf.” Ze wenste mij nog veel succes met alles en vertrok. Ze liep met een rechtere rug naar de uitgang dan toen ze op mijn tafeltje afstapte, dat viel mij op.

Een man van rond de veertig stond zenuwachtig zijn gewicht van het ene been naar het andere te verplaatsen. Terwijl ik zijn exemplaar van Kom hier dat ik u kus aannam, zei hij: “Ik heb al sinds mijn tiende geen ouders meer, daarom was uw roman wel…” Hij maakte de zin niet af, ik voelde dat er zo nog zouden komen. “Zoveel alleen dat ik ben geweest.” Hij kerfde met de nagel van zijn vinger in zijn andere hand terwijl hij sprak. “De plekken waar ik heb gezeten waren… echt niet…” Hij beet zo hard op zijn lip dat ik vreesde dat het zou gaan bloeden. “U zegt dat u gelooft dat mensen zelfs van de moeilijkste verledens kunnen herstellen, maar denkt u dat ook van mij?” Hij maakte zijn ogen groot. Het was een onmogelijke vraag natuurlijk, alleen al omdat ik zo weinig van hem wist. Ik heb geantwoord: “Ik denk dat u mij die vraag niet zou stellen als u niet zelf dacht dat u dat zou lukken.” Er brak iets van een glimlach door, heel stil.

En die jonge vrouw die mij haar boek overhandigde: “Burcu heet ik”, zei ze. Ze begon gelijk te spellen. “Het betekent kwetsbaar.” Ze glimlachte wat breder dan gangbaar is. “Mooi”, zeg ik. “We moeten sterk zijn” – ze kijkt naar haar schoenen – “zelfs al gaan er allemaal dingen mis bij mij.” Ik kijk alleen maar. Mensen hebben soms geen vragen nodig, alleen maar toestemming om te zeggen wat ze zo graag kwijt willen. “Ik heb het verteld aan mijn ouders en sindsdien praten ze niet meer tegen mij, en mijn broers ook niet.” Ik durfde niet goed te vragen of ze nog zussen had. Dat me dat heftig leek, heb ik geantwoord, en of er andere mensen aren die wel nog met haar praatten. Ze knikte fel. “En er zijn boeken om te lezen”, gooide ze er achteraan, met een schater die mij liet geloven dat ook met haar alles goed zou komen.

Ik dacht: laten we niet vergeten om evenzeer te blijven vertellen over al het mooie wat ons raakt. Laten we proberen om het mooie te zien, ook in dat wat ons misschien vreemd is. Late we beseffen at we zelf kunnen betekenen, veranderen, teweegbrengen, doen. Nu meer dan ooit. Ja.

(De Morgen, 24/01/15)

Volg Pitcoaching via

Auteur: Jessie

Houdt van PIT. Verhalen. Onderweg zijn. Koffie. Haar dochters. Golven. Wijn. Hiking. Tennis. Muziek. Reizen. Felblauwe lucht. Cycling. Woorden. Kleine sprokkels van geluk. #pitcoaching #pitverhalen

Geef een reactie