Orlando

Het is wat bevreemdend wanneer tussen de bergwandeling en zwembeurt met dochter door het nieuws hier in Zwitersland doorsijpelt van de shooting in een gay nachtclub in Orlando. Een haat daad, al dan niet religieus geïnspireerd.

Het is ondertussen al even geleden dat ik zelf nog een stapje zette in de gay nightlife – kleine koters, weet je wel- maar die mensen daar hadden evengoed mijn vrienden kunnen zijn of ik 10 jaar geleden. Niet dat het daarom me meer raakt dan pakweg de Bataclan of de aanslagen in Zaventem, maar toch. Die mensen werden bewust als doelwit gekozen omdat ze anders zijn, holebi, net als ik.

En dat tikkeltje anders zijn, dat draag je toch altijd mee, hoe ‘gelijk’ we ook ondertussen gelukkig mogen en kunnen zijn van de wetgever en menig andere.

Er is al een gigantische weg afgelegd en het lijkt misschien dat ‘onze’ strijd gestreden is, maar als holebi blijf je willens nillens bijna elke dag geconfronteerd worden simpel weg met het feit dat het meestal nog geen vanzelfsprekendheid is dat een koppel evengoed kan bestaan uit twee mannen, twee vrouwen of uit een man en een vrouw.

Administratieve formulieren die niet aangepast zijn, standaard vragen krijgen over echtgenoot, hotelkamers met twee enkele bedden, vragende blikken bij het proberen achterhalen van de gezinssamenstelling,… en dat zijn dan de onschuldige, uiteraard niet slecht bedoelde kleine akkefietjes die je elke dag geruisloos en met de glimlach aanpast.

Anders is het wanneer mensen moedwillig over je echtgenoot blijven praten wanneer je net hebt verduidelijkt dat er een echtgenote in het spel is, of je nog steeds ook bijna twintig jaar na je coming out nog af en toe dronkemanspraat te verduren krijgt van ‘jij hebt gewoon eens een goeie beurt nodig van een echte vent’. Ook dat laat je meestal voor de goeie vrede maar over je heen gaan.

Maar het wordt echt tegen de borst stuitend of kwetsend wanneer er grove of voze dingen gezegd worden die ik link aan mijn kinderen. Ik heb ooit de stommiteit begaan me te verdiepen in reacties op een radio programma dat een mooie uitzending gemaakt had over kinderen van holebi-ouders. Ik heb toen 3 dagen niet kunnen eten.

En zelf zijn er ook wel een paar boertige quotes in mijn geheugen gegrift van zelfs geen onbekende mensen toen ik onlangs aankondigde dat er een derde kindje verwacht wordt in ons gezin.

Dus nee, de strijd is nog lang niet gestreden. De strijd om nog meer harten te veroveren, van zowel allochtone als autochtone gemeenschap, de strijd om het ‘anders’ zijn nog verder te ‘normaliseren’, de strijd tegen vooroordelen, onwetendheid en als we dan toch bezig zijn voor mijn part dan ook tegen de grofheid en lompigheid als het even kan.

Op mij mogen ze schimpen. Zelfs toen ik een pint bier over me heen kreeg van iemand die het niet zo had op vrouwen die van vrouwen houden, voelde ik me maar heel kort van streek. Omdat ik meteen moest denken aan mijn close homo vrienden, die al veel meer en andere dingen meegemaakt hebben, en ik me door hen gesterkt en zelfzeker weet. Maar ook omdat ik het geluk heb gehad over een stel vriendinnen en vrienden te beschikken wiens vriendschap onvoorwaardelijk bleek. Lesbisch of niet, dramaqueen of niet, doordrammer of niet, who cares. Het zijn vooral zij die me in die eerste weken, maanden na mijn coming out en op al die cruciale momenten in mijn leven daarna, hebben doen voelen dat ik perfect ben met al mijn gebreken, net als zij.

Maar van mijn kinderen moeten ze afblijven. Hun grove bek houden. Als ik denk aan mijn kinderen voel ik de verontwaardiging en ook wel kwaadheid boven borrelen voor al die schampere opmerkingen die ik zelf te horen kreeg, maar veel meer nog voor al die feiten van gaybashing en homo haat die jammer genoeg nog veel te veel voor komen, ook bij ons ja. En dan ben ik blij en trots dat er topkerels zijn als Sven die in hun pen kruipen, en op tv nog maar eens gaan uitleggen en duiden dat er meer durf nodig is. Ook in het onderwijs, ook in de islamwereld, ook in de katholieke kerk.

En dan neem ik me zelf weer voor om bij een volgende opmerking niet meer mijn mond te houden, maar die boer met zijn domme opmerking lik op stuk te geven.

Tuurlijk gaan onze dochters vragen krijgen over hun lesbische mama’s. Niet de hele tijd, en niet door iedereen, maar toch. Als ze nieuwe vriendjes maken, op vaderdag, als we inchecken in een hotel. Op tal van formulieren die ook nog niet zullen aangepast zijn wanneer zij groot genoeg zijn om die zelf in te vullen… Tuurlijk kan ik hen niet beloven om vervelende vragen ongedaan te maken. Ik kan hen wel leren dat het allemaal niet zoveel voorstelt. Dat ze ondertussen zelf genoeg ontzettend toffe, warme, fijne homo-mannen kennen om beter te weten, dat we hen hebben laten uitgroeien tot zelfzekere meisjes die zich kunnen wapenen tegen domme, belachelijke opmerkingen.

En ik hoop dat ik ga kunnen zeggen dat ze zich niet teveel zorgen moeten maken. Dat er zoveel verontwaardiging en reacties zijn op voorvallen als Orlando dat er duizenden bondgenoten zijn in onze queeste naar meer love & peace.

Ik hoop het. Ik hoop het.

orlando2

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe
A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe
Volg Pitcoaching via

Auteur: Jessie

Houdt van PIT. Verhalen. Onderweg zijn. Koffie. Haar dochters. Golven. Wijn. Hiking. Tennis. Muziek. Reizen. Felblauwe lucht. Cycling. Woorden. Kleine sprokkels van geluk. #pitcoaching #pitverhalen

Eén gedachte over “Orlando”

Geef een reactie