Het was een beetje luid in m’n hoofd (hart)

Zijn het de foto’s? Hormonen? Emoties die een loopje met me nemen?

OmranHet eerste beeld dat dagen op m’n netvlies bleef hangen was Omran. Plots wereldberoemd na alweer een bombardement in de vuilste oorlog van de afgelopen jaren. Collectieve verontwaardiging. Kinderonschuld die door merg en been snijdt. Machteloosheid die geweten sust. ’s Anderendaags nieuwe waan van de dag.
Aleppo. Die helden van ambulanciers en dokters daar. Die ouders. Die kinderen.
Wanneer ’s nachts het buiten stil is, klinken mijn gedachten luider dan ik hebben wil.

 

Feest want opa wordt niet elke dag 85. De clan samen. De oudste kleindochters hebben er iets prachtigs van gemaakt. De jongste kleindochters kirren want het is feest. Iedereen zet z’n beste voetje voor.
En dan die 2 foto’s. De sisters. DSC_0027 DSC_0026

Toen al, al die jaren geleden, een twee-eenheid. En vele jaren later. Toen de ene trouwde met de man van haar leven. Stond de andere daar ook aan haar zij. Nu is zij er niet meer, en toch zo aanwezig. Elke dag, aan verschillende keukentafels. Elk uur, in vele harten.
Wanneer ’s nachts het buiten stil wordt, klinkt haar gesnik luider dan ik troosten kan.

 

Een blogstukje waar m’n oog op valt. Over hoe je als je moeder bent van kleine kinderen geen goede vriend(in) kan zijn. Leuk verwoord, herkenbaar dilemma. Ik zie ze voor me, die paar vrienden met wie het maar niet lijkt te lukken, die nieuwe combinatie.
Wanneer ’s nachts het buiten stil wordt, overweeg ik hen te bellen. Iets te zeggen. Herinnering, een toekomstbeeld. Ik doe het niet. De nostalgie klinkt luid.

 

Een doordeweekse dag. Ik scroll even langs mijn facebook tijdslijn. Tref een stukje aan van Nathalie D. waarin ik dit lees:
“Oma en opa waren voor het eerst sinds lang nog eens blijven slapen. Vanmorgen ging oma mee met mij en de meisjes naar de uniform-verkoop op school. Kleine meisjes in grote hemdjes. Ze stapte nog met 1 kruk, omdat dat toch iets makkelijker is, zolang het lijf niet helemaal is gerecupereerd na de operatie van een paar maanden geleden. Een beetje moeizaam gaat ook. En aan de andere kant was er een arm. Die van mij.
Ondertussen had opa onze klimop bijgesnoeid en zijn agendaboekje van Okra aangepast op het ritme van onze agenda.
Ouders zijn helden. Grootouders zijn dat nog meer. Ze vertrekken even later weer. En telkens denk ik dan, wat zij uitspreken als wij bij hen vertrekken: “Voorzichtig hé, en kom maar veilig thuis aan (en laat iets weten).”

Foto erbij van 2 mooie meisjes, 2 mooie grootouders. Ik lees het en mijmer even weg. Denk na over ik als ouder. Over grootouders. Denk aan wat is en niet is. Word er week van.
Even later. Krijg onverwacht een postpakket. Tref een cadeautje aan. En deze post: WP_20160831_14_42_15_Pro
Wanneer straks het buiten stil wordt, denk ik aan mijn envelopje, glimlach, en voor het eerst in alweer even, wordt het stil in mij.

Volg Pitcoaching via

Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Volg Pitcoaching via

Golven

Aan zee. Theater aan zee, Oostende op z’n best. Uren slijten in het Leopoldspark, espresso machiato in nieuw ontdekte koffiebars, ijsjes op het strand of iets lekker van bij bakkerij Van den Berghe op de dijk. Een GT in een beach bar, in zwangere tijden gereduceerd tot een tonic.
Luka die maar blijft schelpen verzamelen. Ze zijn zooooooooooooooooooo mooi. En Noa die maar achter meeuwen blijft aanhollen. Kirren en lopen naar de golfjes. Koud, meer dan mijn tenen krijgen ze niet. De mini girls zijn dapperder. Zee in, dit jaar ook ontdekking van geneugten van een bodyboard. En van zelfgemaakte bloemen die gekocht/verkocht kunnen worden met schelpjes (dankje Cara & Andres voor de boetiek en de opstart :-)) Mijn boek waarin zandkorrels zich tussen de pagina’s nestelen. Steeds diezelfde pagina, want er moet gesmeerd, gekeken, ‘niet te ver weglopen’ geroepen worden, pipi gedaan, dorst, een zandkasteel gebouwd worden, opnieuw toilet (the joys of being pregnant), een pijntje verzorgd, kleren aan en uit. Halfweg de middag en al bijna ko.
Maar toch. Zeelucht knapt op. Maakt hoofd leegt, geeft altijd ruimte voor (nieuwe) dromen. Golven, ik kan er uren naar kijken. Golven…mijn flip.
Toen we op wereldreis gingen en plots in plaats van dagtripjes aan zee, weken en maanden aan een stuk in ‘kustgebied’ vertoefden, wou ik leren surfen. Dat magische surfen, dat één zijn met de golven, daar wou ik deel van uit maken.
Het werd die eerste keren een harde, koude, natte, schurende en bij tijden erg frustrerende les in evenwicht zoeken (en niet vinden), in kracht- en conditietraining (die er beiden niet voldoende waren), in voelen wat de immense kracht van water is en in je plaats kennen (meestal liggend op een plank in plaats van gezwind er bovenop staand).
Een verstuikte enkel, blauwe kin, geschuurde knieën, verlamde armen en 1 liter zeesop binnen later had mijn romantisch beeld van surfen een grote knauw gekregen, en mijn ego nog een groter.
En toen pakte ik mijn eerste echte lange golf. Eentje die zo helemaal uitrolde met mij er zo fel als een gieter bovenop. Ik was in Margaret River, een iconisch surfdorp aan de West-kust van Australië en leefde even de Australische droom: camping, barbie, stubbie, surfen, no worries mate. DSC_0251
Ik ging later nog op surfvakantie naar Costa Rica en Portugal, maar bleef een belabberde surfer. Veel peddelen (soms te vroeg en soms te laat), veel nosedives, niet de juiste take-off plaats vinden, veel in het sop en niet in de swell zitten. Maar toch. In Costa Rica heb ik één keer in een kleine ‘tube’ gezeten, het moment dat de je de golf uitsurft voor die zich achter je in een tunneltje sluit. En ik heb een fantastische dag beleefd met mijn 2 beste vriendinnen aan een Braziliaanse surf praia. Ik blijf gefascineerd door golven en in het diepst van mijn gedachten word ik ooit nog een surfchick. Het romantische beeld van hun way of life, de puurheid, het non-conformisme… zo ver van mijn gestructureerd, burgerlijk werk-gezin-huis leventje. Het is een beetje escapisme waar ik een handje van weg heb, maar het is ook nog iets anders.
Golven zijn mijn metafoor geworden. Het leven proberen nemen als een golf. Surfen mijn symbool. Ik gebruik de beelden in mijn hoofd om me rustig te maken, sterk, om los te laten. Ik omring me met kleine surf hebbedingetjes omdat ze me blij maken. En ik droom over surfspots omdat het me een drive geeft, omdat ik graag droom over reizen , en ik weet binnen een aantal jaar er te staan, glurend naar de golven, naar de surf.
Maar me laten meevoeren door de betovering van golven, dat doe ik ook nu, zelfs aan de Belgische kust. Elke zee heeft iets mysterieus, aanlokkelijk, bangelijk. Er valt zoveel te leren, te ontdekken over de zee, over golven. Hoe ontstaan golven waar je op kan surfen? Daarover heb ik zitten lezen/leren (deze vakantie: William Finnegan, primitieve dagen). Voor wie ’t wil weten, een korte samenvatting: Een storm op zee woelt het water aan de zeespiegel om en dat wekt rimpelingen op, chop genoemd, eerst kleinere en dan grotere onsamenhangende golfjes. Bij genoeg wind klonteren die samen tot zware zeegang. Waar surfers aan verre kusten op liggen te wachten, dat is de energie die aan de storm is ontsnapt en in de vorm van golftreinen uitstraalt naar kalmere wateren. Golftreinen zijn groepen golven die samen verder reizen, in een steeds hechtere samenhang. Elke golf is een kolom rondcirkelende energie, grotendeels onder het wateroppervlak. Alle golftreinen die een storm produceert, vormen samen wat surfers een swell noemen. Zo’n swell kan duizenden kilometers afleggen. Hoe zwaarder de storm, hoe verder zo’n swell kan reizen. Tijdens die reis raakt die swell steeds strakker georganiseerd: de afstand tussen de golven binnen zo’n trein – het zogenaamde interval- neemt toe. Wanneer de golven van zo’n swell in de buurt komen van een kustlijn, dan begint de voet van de golf contact te maken met de zeebodem. Golftreinen worden sets: golven die hoger zijn en langere intervallen hebben dan de golven die meer lokaal aan de kust zijn ontstaan. De naderende golven reageren op de vorm van de zeebodem. Hierdoor neemt het zichtbare deel van de golf toe, de rondcirkelende energie wordt opgedrukt tot hoger boven het wateroppervlak. Uiteindelijk wordt de golf instabiel en begint dan aanstalten te maken om naar voren om te slaan – te breken. Maar hoe en waar een golf precies zal breken, wordt mee bepaald door tal van factoren, zoals de wind, de vorm van de zeebodem, de golfrichting en soms nog stromingen.
Surfers zoeken dus naar golven die breken op een manier dat er een moment is dat je de golf kan ‘pakken’ (een take-off point), de golf een surfbare wand heeft en de golf niet in zijn geheel over de volle breedte omslaat (close-out), maar geleidelijk breekt in een bepaalde richting (naar rechts noemen ze dat dan een righthander, links een lefthander). Op die plek en op dat korte moment is het dan mogelijk om bijna parallel met de kustlijn, een lijn te surfen over de wand van de golf, vlak voordat deze breekt.
Je moet dus heel goed golven kunnen beoordelen om te kunnen surfen, los van de techniek. Dat is iets dat jaren duurt, en daarom dat surfen iets is dat je enkel echt onder knie kan hebben als je opgroeit met de zee en al haar facetten, en je dagen, weken, jaren in het water vertoeft. En je van jongs af aan je de techniek en de mysteries van de golven je eigen maakt.
Ik kan er dus mee leven dat ik nooit een echte surfer zal zijn, maar een wannabe. Een over surfen boeken lezende, surfhebbedingetjes verzamelende, klungelige voor altijd surfchick in wording 🙂

WP_20160801_12_27_47_Pro
Eerste prospectie van de zee…

WP_20160730_08_47_57_Pro Daily surf reminder

WP_20160730_09_46_04_Pro
Schelpen-bloemengirl en surfchickwannabe                   

WP_20160730_09_49_35_Pro

Surfchick in wording  

Volg Pitcoaching via