Snel, sneller, traag.

Twee, bijna drie maanden was ik terug aan het werk nadat ik de draad terug opnam na mijn zwangerschapsverlof.
Op die korte tijd was ik erin geslaagd om al mijn goede voornemens van te vertragen en van meer af te bakenen overboord te gooien. Ik was nochtans goed gewapend. Ik heb –dankzij zen mini nummer 3 – tijd gehad om te lezen. Boeken als ‘1 ding’, de ‘4hour workweek’, ‘nooit meer te druk’, ‘je werk en je leven’, ‘essentialism: the disciplined pursuit of less’, nog wat boeken over mindfulness, meditatie-oefeningen… ik las het allemaal, maakte vlijtig notities, transformeerde die tot Jess actiepunten, geïntegreerd in mijn week- en jaarplan… en paste veel ervan toe … behalve diegene die inzoemen op ‘rust’, ‘mindful’, … Traag of minder of niet doen…om net daardoor meer te zijn dan te doen, ja, dat blijft echt moeilijk.
In één van die boeken las ik een passage die ik dik aanstreepte en me volgende vraag in m’n hoofd deed prenten: “Ben ik dingen aan het doen om andere belangrijke dingen te vermijden?”
Dat vind ik zo’n treffende zin. We zijn allemaal zo druk bezig met werk, werk, werk. En ons huishouden. En ons sociaal leven. En nog vanalles. Maar druk bezig zijn is een vorm van luiheid. Lui om echt na te denken, stil te staan bij ons leven. Druk bezig zijn is vaak lukraak handelen: ben ik produtief, of alleen maar actief? Staan we stil bij welke impact onze activiteiten, onze to do’s, ons druk zijn, heeft? En impact voor wie, voor wat? Zijn we bezig met het vervullen van ons levensdoel, het realiseren van onze droom? Weten we überhaupt welke die zijn? Nemen we tijd om te kijken hoe we onze dromen gaan realiseren? Hangt ons werk samen met onze levensvisie?
Nee, die laatste vragen, daar had ik de afgelopen 3 maanden plots geen tijd meer. Ik was teveel aan het opgaan in mijn werk. En ik begon steeds sneller te gaan, zette de computer op om 5h ’s ochtends, en vaak opnieuw op wanneer de kids sliepen, en het leek wel alsof ik nooit gelezen en gereflecteerd had over vertragen, stilstaan, werkinvulling in lijn brengen met mijn visie en wensen op andere deelaspecten van mijn leven.
Dus op het einde van dit werkjaar evalueer ik kritisch mijn racekip-attitude, en denk ik na hoe ik na de vakantie opnieuw ga proberen dingen anders aan te pakken. Hoe ik alert moet worden voor wanneer ik van snel naar sneller ga, om dan te vertragen.

Die reflex moet ik aanleren. Ik neem onder de loep met welke tijdsverslindende activiteiten ik ga stoppen of nog assertiever mee omgaan (bye bye vergaderitis). Ik ga nog duidelijker prioritiseren (als dit het enige is dat ik vandaag gedaan krijg, ben ik dan tevreden?), en dingen in lijn proberen brengen met mijn jaarplan en lifegoals. Pfieuw. Eigenlijk is het poepsimpel, zegt Tim Ferriss: “De sleutel tot meer tijd is minder doen”. Hallelujah! Dat ik daar zelf nog niet opgekomen was 
Ondertussen geniet ik met volle teugen van 2 nieuwe boeken: “Op de tweesprong van moeten en willen” van Elle Luna en “Get Real” van Lien de Pau.
En na dit reflecteren, en dingen ingepland te hebben voor na de vakantie, ga ik nu even traag, buiten, lezen. Leven.
Snel, snel, want straks hebben mijn 3 bengels weer mijn volle aandacht nodig 😉

Volg Pitcoaching via

Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

We zijn er nog niet

“We zijn er nog niet.” Dat dacht ik toen ik Merkel hoorde verklaren waarom zij tegen het holebihuwelijk in Duitsland gestemd heeft. Ondanks mutti Merkel’s tegenstem, werd op 30 juni 2017 in Duitsland het holebi huwelijk eindelijk gestemd.
Duitsland palaverde al een decennium over het holebihuwelijk, en de stemming kwam er pas na een koerswijziging van Merkel. Die gaf –om electorale redenen- haar conservatieve CDU leden “toestemming” om “volgens hun geweten” te stemmen. Er werd afgestapt van de gebruikelijke partijdiscipline. Merkel stemde zelf tegen, maar uiteindelijk schaarden 393 parlementsleden voor, 226 tegen en vier anderen onthielden zich. De voor-stemmers waren de drie linkse partijen in het Duitse parlement, aangevuld met een aantal partijleden van Merkels conservatieve partij CDU.
Ik ben Merkel de laatste jaren enorm gaan waarderen als sterkste Europese politica die haar nek durft uit te steken op moeilijke thema’s, tegen het populisme in. Die haar rug recht houdt, zich beroepend op universele waarden en rechten van de mens. Haar beleidslijn ten aanzien van de migratie crisis verdient alleen maar respect en erkenning en we kunnen alleen maar hopen dat er nog politici opstaan met een sterke Europese visie en politieke moed.
Net daarom stelde haar nee-stem me zo teleur. Ik moet inderdaad niet vergeten dat Merkel een conservatief is, maar toch. Je zou er anno 2017 van uit gaan dat wanneer iemand zich beroept op universele waarden, en een vuist maakt tegen racisme en xenofobie, dat die persoon die lijn doortrekt wanneer het aankomt op rechten voor holebi’s. Niet dus. We zijn er dus nog niet.
Hoe het anders kan, toont Justin Trudeau. Kijk even en geniet mee van deze foto’s. trudeau trudeau1 trudeau2 trudeau3

OK, hij weet allicht ook wel dat hij bij een bepaald publiek scoort met deze publieke vertoning. Maar mij komt het heel authentiek en oprecht over. Trudeau steekt elke keer weer zijn nek uit. Bij de samenstelling van zijn regering. In de vluchtenlingencrisis, rond het verdrag van Parijs. Hij past inclusiviteit toe in zijn beleid, en draagt dit ook wereldwijd uit. Ik was al in de ban van Canada na onze roadtrip daar, en ben het nu nog meer. 

“Ik ben er nog niet.” Dacht ik toen ik huiswaarts reed na de laatste 2 daagse van mijn opleiding stakeholdermanagement. Ik had er net een geweldige eindpresentatie op zitten, nabespreking en inspirerende afronding met een fantastisch leuke groep professionals. Maar ik reed naar huis met een iet wat wrang gevoel. Omdat ik ‘vergeten’ iets recht te zetten was. Dat kwam zo. Met een klein groepje hebben we gedurende heel de opleiding gewerkt op een case. Gezien ons doel was om het stakeholderproces dat we zouden faciliteren te doen ‘bruisen’, hadden we onszelf omgedoopt tot de ‘cava-girls’. De cava-girls zijn 4 fantastische, sterke, open minded vrouwen en ik die hands-on en vol creativiteit aan de slag gingen om onze case uit te werken. Ons privé leven kwam wel eens aanbod, maar buiten eens een naam van een kind dat viel, wisselden we vooral interessante professionele informatie uit. Op weg naar ons stakeholdermoment, allen samen wat langer in de auto, begonnen – hoe gaat dat ook met 5 vrouwen in één auto- we te tateren over life. Ik zat achterin in het midden – de jonkie van den hoop. Het ging over mijn vroeg opstaan en de onderbroken nachten. De cava-girl naast mij merkte op “Ja maar, kan jouw man dan ook niet eens opstaan.” En ze vervolgde met een verhaal over haar man, en daar pikte iemand anders op in. En voor ik het wist ging het verhaal verder, en ging het nog eens over Jessie haar man, en had ik plots een hoge drempel om tussenbeide te gaan komen en te corrigeren tot ‘de vrouw van Jessie’.
Djeeeeeeez. Ik ben 38 jaar en al 20 jaar uit de kast, en plots daar gepropt tussen 4 andere vrouwen in de auto toen het by the way keigezellig was, had ik drempelvrees om mijn coming out te doen. Of had ik er even geen zin in. Maar hoe langer ik wachtte, hoe moeilijker het werd. Ik wist dat ik er nog op terug zou moeten komen, en hoe langer ik daarmee zou wachten, hoe stommer dat zou zijn. Maar ik zei niets, en achteraf kon ik me keihard op m’n kop kloppen. Thuis gekomen vertelde ik het aan Jak, en die snapte er niets van. Ik kon het toch keigoed vinden met die dames?
Ik weet niet wat er precies speelde, alleen dat ik voor een keer gewoon even mee in de flow wou. Maar toen ik thuis kwam en mijn kinderen zag dacht ik wel: gij zijt een nette, je wil dat je kinderen erover fladderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en dan vind je het plots toch even zelf ook terug eens moeilijk.
Dat nog eens gevoeld hebben, deed me inzien: we zijn er nog niet. Alle wettelijke en publieke zaken ten spijt, begint en eindigt alles met zelf in je kracht staan. Jezelf graag zien en elke keer opnieuw jezelf, je echte zelf, willen tonen. Zo voelt kwetsbaarheid dus.

WP_20170622_18_22_13_ProDe cava-girls die klinken op een geslaagd stakeholdermoment.

Volg Pitcoaching via

“Hoop moet je zelf maken” (Bedankt Alma)

Ik las het afscheidsinterview van Alma De Walsche ondertussen vijf keer. Haar woorden raken me, doen me nadenken, en nemen me mee op een reis terug in mijn eigen herinneringen en pad.
Alma is decennia lang journaliste geweest. Schreef steevast over thema’s en dossiers die me nauw aan het hart liggen. Ecologie en duurzaamheid bijvoorbeeld. Maar ook en vooral: Latijns-Amerika.chicomendes
Mijn nieuwsgierigheid naar dat onbekende, aanlokkelijke continent begon toen ik op 12 jarige leeftijd op vakantie in Gent een boekje vond over Chico Mendes. Mendes was een Braziliaanse rubbertapper en milieu-activist. Rubbertappers en indianen werden door grootgrondbezitters belaagd. Er voltrok zich een ecologische ramp, want de grootgrondbezitters ontbosten aan een ijltempo. Gedreven door zijn idealen ging Mendes de strijd aan tegen ontbossing. Hij leerde de inheemse bevolking op te komen voor hun rechten. Hij organiseerde geweldloos verzet, met menselijke schilden tegen ontbossing. Hij verenigde de rubbertappers. Hij nam internationaal ook het voortouw en werd een symbool om het probleem van het regenwoud wereldkundig te maken. In 1988 werd zijn droom werkelijkheid. Een grote boerderij werd onteigend en een uitgebreid gebied werd beschermd verklaard. Maar het succes kwam te laat. Onder de landeigenaren was de woede inmiddels enorm. Op 22 december 1988 werd hij voor zijn huis in Xapurí doodgeschoten. Zijn levensverhaal en strijd maakte een onwisbare indruk op mijn 12jarige geest.
Later kwam er een uitwisselingsstudente uit Venezuela in mijn klas, Victoria. Zij leerde Nederlands, ik Spaans. Ik ontdekte nog veel meer over dat continent. Verslond de verhalen van Isabel Allende, Marquez, Gioconda Belli. Ik las Galeano en leerde gedichten van Neruda uit mijn hoofd. neruda

Mijn eerste politiek getinte paper ging over Salvador Allende. Ik ging naar Mexico, aangetrokken door de strijd en het verhaal van de Zapatisten. Ik zou er mijn thesis over schrijven. (Later zou ik vallen voor Jak, die haar thesis schreef over… S. Allende)

Alma neemt me mee terug naar hoe ook ik toen in de ban was van het verzet van de Zapatisten: “Het leven in Chiapas was getekend door extreme armoede en uitzichtloosheid, en toch breekt daar een gewapende opstand uit op een moment dat niemand nog in guerrillaoorlog gelooft. De Muur was gevallen, het einde van links en rechts was uitgeroepen, en toch creëren mensen daar, diep in dat woud, nieuwe hoop. Zij beslisten tegen alle gevestigde wijsheid in dat ze de geschiedenis van richting zouden doen veranderen.”
EPrintn ook deze woorden van Alma, blijf ik maar opnieuw lezen: “Hoop moet je zelf maken, niemand die het in jouw plaats zal doen.” Dat schijnbaar simpele, maar wezenlijk revolutionaire inzicht bracht Alma mee uit het Lacandonenwoud. En de oproep van de Zapatisten aan iedereen in de wereld om dat besef om te zetten in concrete actie, om binnen de eigen leefwereld of maatschappij ¡Ya basta! te zeggen en je eigen opstand uit te roepen.

 

Het blijft door m’n hoofd malen, omdat ik zelf, ondertussen een vijftien jaar aan het werk, begonnen in ontwikkelingssamenwerking vanuit idealen, waarden en een grote gedrevenheid om dingen te veranderen, hierin ondertussen een heel proces heb afgelegd.
De waarden zijn overeind gebleven, de gedrevenheid ook durf ik te stellen. Mijn ideaalbeeld is gewijzigd. Ik zelf ben veranderd. En ik heb de afgelopen jaren me wel vaker eens laten meeslepen in de vraag ‘heeft het allemaal wel nog zin, dat verzet, die andere, betere wereld mee proberen maken?’ Er zijn zo’n immens grote tegenwerkende krachten. Er lijken zoveel mensen te zijn who couldn’t care less.
Alma zet een andere blik op de voorgrond: “Er zijn zoveel mensen die hun leven, tijd, geld en kennis geven om een nieuwe wereld te bouwen. Altijd opnieuw, altijd ergens.”
En ook deze quote plak ik op een post-it op m’n bureau voor als de twijfel weer eens toeslaat: “Succes is niet het ultieme criterium om te oordelen over wat je doet en welke keuzes je maakt, maar wel de vraag of jij zelf en andere mensen meer mens worden door wat jij doet.”
Alma besluit het interview als volgt: “Iedereen moet zichzelf in de ogen kijken, met zijn of haar geweten als kompas… Een leven dat niet onderzocht is, is niet de moeite waard…. Altijd op de ander toegaan en vragen stellen, om jezelf te leren kennen, maar ook om de waan door te prikken: dat is de opdracht waarmee ieder mens in het leven staat.”

Bedankt dus Alma. Voor alle leerrijke artikels, inzichten, verbanden, achtergrondinformatie. Voor jouw engagement. En jouw wijze woorden die me doen reflecteren zo op het einde van het werkjaar. Que te vaya bien!

Heel hele interview met Alma, van de hand van Gie Goris, kan je hier lezen:
http://www.mo.be/interview/alma-de-walsche-hoop-moet-je-zelf-maken-niemand-doet-het-jouw-plaats

Volg Pitcoaching via