Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

Auteur: Jessie

Houdt van PIT. Verhalen. Onderweg zijn. Koffie. Haar dochters. Golven. Wijn. Hiking. Tennis. Muziek. Reizen. Felblauwe lucht. Cycling. Woorden. Kleine sprokkels van geluk. #pitcoaching #pitverhalen

Geef een reactie