Onze vrouwelijke natuur

In het begin van mijn vakantie schreef ik dit stukje over hoe ik na slechts enkele maanden werk, alweer in de val van ‘snel snel’ getrapt was. Als ik iets wil aanpakken of veranderen, zoek ik vaak inspiratie en motivatie in boeken. Nu ook. Zo kwam ‘Stop de rush’ in m’n handen terecht. Het werd zo’n boek waarbij ik voortdurend dacht: dit zijn zaken die ik hopelijk blijvend in m’n kop hou. Omdat te bewerkstelligen, streep ik dingen aan in boeken, en integreer ik zaken in mijn actielijsten of mijn onenote overzichten of plak ik dingen in mijn keukenkast, maar daar gaat dit blogstukje niet over. Beiden boeken zijn heel erg gericht op vrouwen. Het ene omdat het veel aandacht besteedt aan effecten van onze leefwijze (‘haast en spoedsyndroom’) en stress op het lichaam (en onze hormonale huishouding), het andere omdat het vrouwen aanzet meer op de voorgrond te treden, hun stem te laten horen, een verschil te maken (een boek over persoonlijke groei).
Ik ben eigenlijk zelf nog maar een goeie vijf jaar – pakweg sinds ik zelf mama ben geworden – zaken, en life bij uitbreiding, door een genderbril beginnen bekijken. Ik weet niet of ik voordien daar blind voor was, of het gewoon niet wilde zien (oh jee, toch niet nog een battle die gestreden moet worden), maar feit is dat ik me eigenlijk nog maar recent echt expliciet feministe noem. Maar ook daar gaat dit blogstukje niet over. (Misschien een andere keer, want één van de boeken die wel nog op mijn nachtkastje ligt te wachten is de laatste van Anja Meulenbelt: feminisme, terug van nooit weggeweest).

Fitheid en energie zijn me erg beginnen boeien toen ik ontdekte dat ik beiden niet meer had. Ik lichte al eens toe hoe ik ingezet heb op afvallen de afgelopen tijd, maar voor mij gaat het veel breder dan dat. Je fit voelen geeft energie, maar ook uitdagingen aangaan, plannen maken, dromen realiseren, geeft energie en laat dat nu net enkele van mijn dada’s zijn. Energie gaat ook over uitstraling, in je kracht staan, een verschil proberen maken. En ik leer steeds meer dat goed voor jezelf zorgen hiervoor essentieel is, en dicht bij de natuur zijn, maar ook bij je eigen natuur (en dus in ons geval, vrouwelijke natuur) cruciaal is.
Het boek ‘Stop de rush’ (Leen Steyaert), dat ik las, is hieraan gelinkt. Hoe we door ons werk- en leefritme, hoe ik door mijn ‘zijn’ritme, bijna permanent in overdrive ben, en dat net dit, heel erg nefast is, voor energie in de brede zin van het woord. Mijn “druk leven” is allicht heel relatief, en ja, het heeft me ook al veel vervulling en dus geluk bezorgd. Ik ben er zelfs wat aan verslaafd, want vind ik het niet top om meer ‘hacks’ in te voeren, en nog meer efficiëntie trucs toe te passen? Ik kan behoorlijk snel gaan en heb me in het werk al vaak erg ‘gesmeten’, en dat kan (soms) voldoening geven.

“Hebben vrouwen zo veel te doen of hebben ze hun perceptie van tijd verloren? Kunnen ze geen prioriteiten stellen of kicken ze op de rush? Zijn de verwachtingen die de maatschappij aan hen stelt te hoog of willen ze echt het beste van zichzelf tonen? De gejaagdheid die het leven van vrouwen beheerst, kan behoorlijk destructief zijn (burn-out, depressie, …).” Het boek Stop de rush’ gaat over vrouwen die van alles en nog wat doen om beter te worden, aanvaard en geliefd te worden, om toch maar niet afgewezen te worden, omdat velen van ons ervan overtuigd zijn dat we niet goed genoeg zijn zoals we zijn… Het boek staat stil bij de gejaagdheid van vrouwen, waarvan dit komt, wat dit voor effecten heeft, wat er aan te doen…
Ik voelde me aangesproken 🙂

Vrouwen van vandaag draaien dubbele shifts, dat weten we al, met dank aan onze emancipatie ;-). Bovendien is er bijkomende druk omdat we ons vaak erg ten dienste stellen van anderen. Die druk komt er omdat we niemand willen teleur stellen, omdat we bang zijn om afgewezen te worden. Deze angst zit in de vrouwelijke genen. Vrouwen die in de oertijd uit de groep werden gestoten en aan hun lot werden overgelaten, waren vogels voor de kat. Ze overleefden het niet. Die angst voel je al vroeg in de kindertijd. Door allerlei indrukken die je als meisje opdoet, ontstaat het gevoel dat je niet genoeg liefde krijgt en als gevolg daarvan probeer je de rest van je leven al het mogelijke te doen om nooit meer het gevoel te hebben dat je uitgesloten, niet geliefd wordt. Dus doe je alles om mensen te behagen. Veel vrouwen haten conflicten en doen alles om die te vermijden. Ze willen het koste wat kost de vrede bewaren.
In het boek wordt ook het gevaar belicht dat vrouwen onbewust zaken van generatie op generatie doorgeven (‘de moederwonde’): dochters gaan zich onbewust verantwoordelijk voelen voor de pijn van hun moeder en om haar zo veel mogelijk pijn te besparen, maakt de dochter zich zo klein mogelijk, waardoor ze haar ambities onderdrukt. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat ze gedwongen worden om te kiezen tussen krachtig zijn of geliefd. Tussen hun eigen potentieel realiseren of behagen. De meeste vrouwen kiezen ervoor om geliefd te zijn, omdat ze bang zijn dat ze anders de liefde van de belangrijkste personen in hun leven zullen verliezen.

Ik herkende wel wat van de symptomen, en ik wil de komende maanden proberen verder aan de slag te gaan met de tips van het boek. Grote pijlers: voeding, beweging en lichaamstherapie, mindset en rust. Want dat zijn de bouwstenen voor een gezonde hormonale balans, zenuwstelsel en bij uitbreiding de rest van je lijf. Geen makkelijke opgave, als ik mijn agenda alleen al voor september bekijk 😉 Maar het moeilijkste zal zijn de aard van het beestje stapjes gewijs een beetje proberen wijzigen. Mindswitches zijn altijd de moeilijkste kapen te nemen.
Maar ik ben wel heel erg overtuigd van hoe zinvol dat zou zijn. Ik heb heel erg stilgestaan bij de toelichting over de oorsprong van de gejaagdheid van veel vrouwen, en hoe moeders dingen onbewust doorgeven aan hun kinderen. Zelfvertrouwen en veerkracht zijn voor mij 2 essentiële elementen die ik mijn dochters wil meegeven, en zelfzorg leidt daartoe, maar ook: elke keer opnieuw proberen mindful om te gaan met wat op ons pad komt. Dat kan alleen als je regelmatig vertraagt. En dicht bij je natuur blijft. 
Ook over dat laatste heb ik lang nagedacht. Mijn vrouwelijke natuur. Ik kreeg onlangs eens (goedbedoeld) te horen ‘je moet wat werken aan je vrouwelijkheid’. Ik weet natuurlijk wel waar dat op slaat. Maar hoe meer ik in dat boek las, hoe meer ik wist: ik ben op en top vrouwelijk 😉 Veel investeren in zorgen voor anderen, lovejunkie, heel mijn tiener en twen jaren zijn doorgegaan in angst voor afwijzing, in (jezelf) niet goed genoeg vinden …Ik heb een hele weg afgelegd in mezelf graag zien, in zorgen voor mezelf, in opkomen voor wat ik zelf echt verlang en behoefte aan heb, in grenzen trekken… en dat zal altijd wel beetje work in progress blijven, maar wat zou ik graag al mijn geleerde lessen hierin als een pakje kunnen meegeven aan mijn meisjes, zonder dat zij die hobbelige, bij tijden eenzame en pijnlijke weg moeten afleggen. Zo marcheert het jammer genoeg niet, maar ik kan er hen wel van prils af aan bewust van maken (hoop ik). 

En over die vrouwelijke natuur. Ik was enkele weken geleden tot tranen toe geraakt toen Sarah Bettens in het programma waarin ze on the road was in Alaska, uitlegde dat ze veel opmerkingen kreeg over haar uiterlijk. Dat het zo mannelijk is. Waarom ze niet eens oorbellen draagt, of make up opdoet. Of haar haar laat groeien. Haar wat vrouwelijker kleedt. “Ik heb het geprobeerd”, zei ze. “Maar ik voelde me voortdurend alsof ik in een toneelstuk speelde. Ik voelde me voortdurend onecht, ongemakkelijk. Dus ben ik er mee gestopt. Ik draag kleding waarin ik me goed voel, waarin ik mezelf ben. Dat anderen daar nog steeds aanstoot aan nemen, is jammer. Maar het is hun probleem.”
Hoe sterk dacht ik, van Sarah. De berg al beklommen hebben van er niet meer mee inzitten van wat anderen vinden. Ik wens het mezelf, mijn dochters en bij uitbreiding alle girls out there die dicht bij hun echte vrouwelijke natuur willen zijn, toe. Ongeacht of dat met oorbellen is of niet. 

Volg Pitcoaching via

Yasmine, de eerste van haar soort

Acht jaar na haar overlijden, hebben enkele bevriende muzikanten een onuitgebracht, opgenomen nummer van Yasmine, uitgebracht. De muziek werd opnieuw opgenomen, en dat moet toch wel best heftig geweest zijn voor ‘haar’ muzikanten. En voor haar familie, die toestemming gaf om het nummer vrij te geven.
‘Kwart voor tijd’ schreef ze in 2008, een jaar voor haar dood, toen ze het al heel moeilijk had. Het nummer klinkt … erg Yasmine. Het kruipt weer in mijn hoofd, en in mijn lijf, dat gevoel van toen.
Ik schreef over Yasmine in het logboek dat ik schreef voor onze eerste mini.
Ik heb haar laatste CD –haar mooiste, de meest kwetsbare- vastgenomen, maar ‘m nog niet opgezet. Ik denk dat ik teveel in m’n emotie dan zal gaan, en vooral ga zitten janken voor die andere, heel dierbare persoon, die we al anderhalf jaar moeten missen.
Je kan ‘kwart voor tijd’, hier beluisteren.
Dit is een stukje van wat ik schreef over Yasmine in ‘Getest op konijnen’ (2012):
YASMINE – De eerste van haar soort. 

Ik kreeg het bericht van Yasmines dood via een sms. “Yasmine is dood.”, stond er. Ik hield de gsm vast in mijn hand dat het mijne niet aanvoelde. Ik bleef staren naar het bericht en mijn hart begon te kloppen in mijn keel. Dat kan niet, dat kan niet, bleef ik mezelf toespreken toen ik vlug naar een nieuwswebsite surfte om te kijken of er daar iets over te lezen was. Daar stond ze. Met dat grijze zijden bloesje aan, bijna zilver blinkend. Haar zwarte haar viel met enkele lokken over haar gezicht. En die blik. Die gekende felle, beetje hooghartige blik. Ondeugend lachje om haar mond. Zo stond ze daar, in het groot op de voorpagina van de website. Zangeres Yasmine is overleden. Een misselijkmakend gevoel maakte zich van me meester. Ik was op bureau, en ik wist dat Jak enkele bureaus verder zich van nog geen kwaad bewust was. Dat ik het haar vertellen moest. Dus ging ik met kloppend hart haar bureau in, en liet haar het sms-bericht lezen. Ik kon het zelf nog niet uitspreken. We keken elkaar aan. Die heeft zichzelf iets aangedaan, zeiden we. We zetten de radio op, en keken op internet voor meer informatie. Met het nieuws van vijf uur kwam er het bericht dat Yasmine zelf een einde aan haar leven gemaakt had.
Het was 25 juni, een bloedhete dag. Sinds die dag zijn Jak en ik in een andere soort relatie terecht gekomen. Plots was het vrijblijvende, het als twee katten uit de boom blijven kijken hoe onze relatie en in deze ook wij zouden evolueren, weg. De vragen, het zoeken viel weg, loste op. Wat overbleef waren wij, ons fundament, ontdaan van wat plots zo onbenullig allemaal leek. We zaten buiten in de tuin. Heel veel praten deden we niet. En toch zegden we elkaar ontzettend veel. Een zonder woorden uitgesproken belofte. Een belofte van verbintenis. Van altijd zorgen voor elkaar. Er zijn. Voelen. Weten. Elkaar beleven. De volgende dagen bleef het nieuws even irreëel. Wij konden het niet geloven, niet vatten, maar de rest van Vlaanderen evenmin. Er ging een ware schokgolf door Vlaanderen. Haar dood verhitte de gemoederen. Internetfora werden vol geschreven met ongeloof, verdriet, maar vervielen al gauw ook in scheldpartijen en met modder gooien naar mogelijke ‘schuldigen’. Sommige media gingen de grenzen van fatsoen zo ver over, dat ook dat aspect nog een heel debat en discussies met zich meebracht.
Yasmine engageerde zich in 2008 voor een campagne van Wereldsolidariteit, die in het teken stond van ‘straffe madammen uit het Zuiden’. Ze componeerde het nummer ‘Zus’ en zette de campagne op tal van manieren in the picture, via interviews, haar column, door haar presentatie op het muziekfestival Mano Mundo…
Yasmine werd op die manier Hilde, voor wie –zei ze zelf- het Zuiden en ontwikkelingssamenwerking onbekend was, maar met haar vele gerichte vragen en nieuwsgierigheid maakte ze al gauw zelf stellingen en bouwde ze een mening op rond ontwikkelingssamenwerking. Waar vele anderen blijven hangen in een paternalistische of caritatieve houding, trok zij zelf heel stellig een inhoudelijke lijn rond ‘empowerment’. “Die madammen in het Zuiden hebben noch mij, noch het rijke Noorden nodig, maar het is wél onze verdomde verantwoordelijkheid om mee te bouwen aan meer sociale rechtvaardigheid wereldwijd.” Ook toen ze uiteindelijk 12 van die Zuiderse straffe madammen ontmoette en meeging naar de minister, was zij het die dirigeerde hoe dié madammen hun verhaal konden brengen.
Het is allicht slechts een kleine anekdote in het zeer rijke leven van Hilde geweest, maar allicht ook een aspect dat weinig mensen van haar kenden. Haar interesse in het Zuiden was pril, maar ze sprak er toen over naar Brazilië te willen, haar goeie vriendin op te zoeken, en dan misschien toch nog eens Afrika, al vroeg ze zich wel af hoe ze met de confrontatie met armoede zou omgaan.
Heel oprecht. Spontaan. Bescheiden. Grappig, plagerig, flirterig ook. Fijn om haar in de buurt te hebben. Ze was voor velen veel meer dan een ‘icoon’ of ‘showbusinessmadam’. Vooral haar uitstraling blijft velen bij. Op die manier lijkt ze voor veel mensen wel iets betekend te hebben, ook los van de holebiwereld.

Alles van waarde is weerloos
Yasmine heeft in haar laatste tournee ‘Yasmine houdt woord’ poëzie en muziek samengebracht. Ze bundelde haar lievelingsgedichten in een boek, en combineerde in de tournee voordracht van gedichten, sommigen op muziek gezet, met eigen nummers, voor de gelegenheid in een nieuw kleedje gestoken. Een verrassende interactie van poëzie en muziek. In de inleiding van de gedichtenbundel schreef Yasmine het volgende (Yasmine houdt woord, p. 6): “Om het overweldigende aanbod aan gedichten toch wat structuur te geven, heb ik ervoor gekozen ze in te delen in vier V-thema’s: Verlangen, Verlies, Verwondering en Vooruitgang. Ik noem ze zelf de grote thema’s van het leven; omdat ze elk een heel andere emotie vertegenwoordigen, mar tegelijkertijd in elk mensenleven niet zonder elkaar kunnen bestaan en elkaar rijker maken. Geen verlangen zonder verlies te kennen, geen verwondering zonder vooruitgang en vice versa. Of geen nieuw verlangen zonder verwondering of vooruitgang, geen diep verlies durven te voelen zonder ook verwonderd in het leven te staan of te snakken naar mentale vooruitgang. Zowel zwart als wit, met een lach en een traan.”

Op één februari 2009 ging de ‘Yasmine houdt woord’ tournee van start, in de AB in Brussel. Op deze première konden we niet bij zijn, omdat we al een weekendje in de Ardennen met vrienden geboekt hadden. Ik kocht Jak als verrassing twee kaartjes voor de voorstelling in Bierbeek, enkele weken later. Het was barkoud en een vuile, druilerige dag, herinner ik me, toen we ’s avonds richting Bierbeek reden. Op zo’n grijze dagen kunnen dit soort Vlaamse gehuchten nog een sterkere dimensie aan je onbestemd gevoel geven, bedacht ik toen we onze auto ergens op een berm achterlieten omdat wegenwerken ons de weg naar het cultureel centrum versperden. De zaal zat al vol. Er stond een grote rotan stoel op het podium. Lichten uit, spot aan. Enkele nummers uit ‘Licht Ontvlambaar’. Yasmine in de stoel, een anekdote vertellend, een gedicht voorlezend. Krachtig, authentiek, zo stond ze daar. Vermagerd, kwetsbaar ook. De dualiteit sprak niet alleen uit haar teksten. Op het einde bracht ze ook haar gezongen versie van een pareltje van Lucebert, dat toen al was blijven hangen. Alles van waarde is weerloos. Dat zou enkele maanden later nog hard blijken.

1 jaar later: Uit het dagboek: Juni 2010

hoe meer ik zie, hoe minder ik begrijp
zo lang bewust
onrustig blijft
(Uit: risico, Licht Ontvlambaar, Yasmine)

Ik had gedacht dat er meer te doen rond zou zijn. Eén jaar na haar dood. De rode loper herdacht haar, en ook radio2, hier en daar iets in de pers. Ik weet niet precies wat ik verwacht had, maar ik dacht wel: is dat het maar? Er was de Yasmine ‘duveltjesdag’ op facebook, waarbij heel wat mensen die dag een frisse duvel op haar zouden klinken, er was een kleinschalig eerbetoon in een theaterzaal en een heruitzending van haar ‘licht ontvlambaar’ optreden in de Arendschouwburg. En toch vond ik het maar ondermaats. Het leek alsof zoveel mensen het al vergeten waren, of er niet meer bij stil stonden. Maar intieme gedachten van gemis of machteloosheid of spijt hoeven inderdaad misschien niet geventileerd te worden. Misschien was de sereniteit, dan toch, in tegenstelling tot een jaar geleden, het mooiste wat haar familie gegeven kon worden.
Het blijft onwezenlijk. Het blijft zo ontzettend erg dat niets of niemand dat fatale moment haar kon weerhouden van haar wanhoopsdaad. Hoe verscheurend moeten de ‘had ik maar’s’, de ‘was ik maar’s’ van familie en vrienden blijven steken. Ook na een jaar. Een jaar vol vragen, vol verdriet. Vol vastgehouden pijn.
Het is voor mij persoonlijk een gebeurtenis die ik elk jaar opnieuw, op die warme zomerdag die altijd iets kwetsbaars, iets onwezenlijks zal blijven hebben, als een confrontatie tegemoet zal blijven gaan. Een confrontatie met de vraag: heb je voldoende lief? Even om me heen kijken en nagaan: heb ik tegen iedereen gezegd wat ik eigenlijk echt zeggen wil? Weet iedereen die het moet weten, wat hij of zij echt voor mij betekent? Stap ik af van de vanzelfsprekendheid, sta ik stil bij wat verkregen is? Ik hoop dat ik elk jaar opnieuw in de spiegel kijk en kan zeggen: ik durf. Ik durf te zeggen wat ik zeggen wil. En af en toe naast lief te hebben ook een beetje lief te zijn. In een interview met Luc Alloo in het Nieuwsblad in 2008 zegt Yasmine daarover: “Je zegt niet vaak: ik hou van jou. Dat lijkt me net het ultieme doel.”

Elke dag kan je moment zijn. Om te beginnen met iets. Om het tij te keren. Om je vleugels uit te slaan of je anker uit te werpen.

Volg Pitcoaching via