Snel, sneller, traag.

Twee, bijna drie maanden was ik terug aan het werk nadat ik de draad terug opnam na mijn zwangerschapsverlof.
Op die korte tijd was ik erin geslaagd om al mijn goede voornemens van te vertragen en van meer af te bakenen overboord te gooien. Ik was nochtans goed gewapend. Ik heb –dankzij zen mini nummer 3 – tijd gehad om te lezen. Boeken als ‘1 ding’, de ‘4hour workweek’, ‘nooit meer te druk’, ‘je werk en je leven’, ‘essentialism: the disciplined pursuit of less’, nog wat boeken over mindfulness, meditatie-oefeningen… ik las het allemaal, maakte vlijtig notities, transformeerde die tot Jess actiepunten, geïntegreerd in mijn week- en jaarplan… en paste veel ervan toe … behalve diegene die inzoemen op ‘rust’, ‘mindful’, … Traag of minder of niet doen…om net daardoor meer te zijn dan te doen, ja, dat blijft echt moeilijk.
In één van die boeken las ik een passage die ik dik aanstreepte en me volgende vraag in m’n hoofd deed prenten: “Ben ik dingen aan het doen om andere belangrijke dingen te vermijden?”
Dat vind ik zo’n treffende zin. We zijn allemaal zo druk bezig met werk, werk, werk. En ons huishouden. En ons sociaal leven. En nog vanalles. Maar druk bezig zijn is een vorm van luiheid. Lui om echt na te denken, stil te staan bij ons leven. Druk bezig zijn is vaak lukraak handelen: ben ik produtief, of alleen maar actief? Staan we stil bij welke impact onze activiteiten, onze to do’s, ons druk zijn, heeft? En impact voor wie, voor wat? Zijn we bezig met het vervullen van ons levensdoel, het realiseren van onze droom? Weten we überhaupt welke die zijn? Nemen we tijd om te kijken hoe we onze dromen gaan realiseren? Hangt ons werk samen met onze levensvisie?
Nee, die laatste vragen, daar had ik de afgelopen 3 maanden plots geen tijd meer. Ik was teveel aan het opgaan in mijn werk. En ik begon steeds sneller te gaan, zette de computer op om 5h ’s ochtends, en vaak opnieuw op wanneer de kids sliepen, en het leek wel alsof ik nooit gelezen en gereflecteerd had over vertragen, stilstaan, werkinvulling in lijn brengen met mijn visie en wensen op andere deelaspecten van mijn leven.
Dus op het einde van dit werkjaar evalueer ik kritisch mijn racekip-attitude, en denk ik na hoe ik na de vakantie opnieuw ga proberen dingen anders aan te pakken. Hoe ik alert moet worden voor wanneer ik van snel naar sneller ga, om dan te vertragen.

Die reflex moet ik aanleren. Ik neem onder de loep met welke tijdsverslindende activiteiten ik ga stoppen of nog assertiever mee omgaan (bye bye vergaderitis). Ik ga nog duidelijker prioritiseren (als dit het enige is dat ik vandaag gedaan krijg, ben ik dan tevreden?), en dingen in lijn proberen brengen met mijn jaarplan en lifegoals. Pfieuw. Eigenlijk is het poepsimpel, zegt Tim Ferriss: “De sleutel tot meer tijd is minder doen”. Hallelujah! Dat ik daar zelf nog niet opgekomen was 
Ondertussen geniet ik met volle teugen van 2 nieuwe boeken: “Op de tweesprong van moeten en willen” van Elle Luna en “Get Real” van Lien de Pau.
En na dit reflecteren, en dingen ingepland te hebben voor na de vakantie, ga ik nu even traag, buiten, lezen. Leven.
Snel, snel, want straks hebben mijn 3 bengels weer mijn volle aandacht nodig 😉

Volg Pitcoaching via

Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

We zijn er nog niet

“We zijn er nog niet.” Dat dacht ik toen ik Merkel hoorde verklaren waarom zij tegen het holebihuwelijk in Duitsland gestemd heeft. Ondanks mutti Merkel’s tegenstem, werd op 30 juni 2017 in Duitsland het holebi huwelijk eindelijk gestemd.
Duitsland palaverde al een decennium over het holebihuwelijk, en de stemming kwam er pas na een koerswijziging van Merkel. Die gaf –om electorale redenen- haar conservatieve CDU leden “toestemming” om “volgens hun geweten” te stemmen. Er werd afgestapt van de gebruikelijke partijdiscipline. Merkel stemde zelf tegen, maar uiteindelijk schaarden 393 parlementsleden voor, 226 tegen en vier anderen onthielden zich. De voor-stemmers waren de drie linkse partijen in het Duitse parlement, aangevuld met een aantal partijleden van Merkels conservatieve partij CDU.
Ik ben Merkel de laatste jaren enorm gaan waarderen als sterkste Europese politica die haar nek durft uit te steken op moeilijke thema’s, tegen het populisme in. Die haar rug recht houdt, zich beroepend op universele waarden en rechten van de mens. Haar beleidslijn ten aanzien van de migratie crisis verdient alleen maar respect en erkenning en we kunnen alleen maar hopen dat er nog politici opstaan met een sterke Europese visie en politieke moed.
Net daarom stelde haar nee-stem me zo teleur. Ik moet inderdaad niet vergeten dat Merkel een conservatief is, maar toch. Je zou er anno 2017 van uit gaan dat wanneer iemand zich beroept op universele waarden, en een vuist maakt tegen racisme en xenofobie, dat die persoon die lijn doortrekt wanneer het aankomt op rechten voor holebi’s. Niet dus. We zijn er dus nog niet.
Hoe het anders kan, toont Justin Trudeau. Kijk even en geniet mee van deze foto’s. trudeau trudeau1 trudeau2 trudeau3

OK, hij weet allicht ook wel dat hij bij een bepaald publiek scoort met deze publieke vertoning. Maar mij komt het heel authentiek en oprecht over. Trudeau steekt elke keer weer zijn nek uit. Bij de samenstelling van zijn regering. In de vluchtenlingencrisis, rond het verdrag van Parijs. Hij past inclusiviteit toe in zijn beleid, en draagt dit ook wereldwijd uit. Ik was al in de ban van Canada na onze roadtrip daar, en ben het nu nog meer. 

“Ik ben er nog niet.” Dacht ik toen ik huiswaarts reed na de laatste 2 daagse van mijn opleiding stakeholdermanagement. Ik had er net een geweldige eindpresentatie op zitten, nabespreking en inspirerende afronding met een fantastisch leuke groep professionals. Maar ik reed naar huis met een iet wat wrang gevoel. Omdat ik ‘vergeten’ iets recht te zetten was. Dat kwam zo. Met een klein groepje hebben we gedurende heel de opleiding gewerkt op een case. Gezien ons doel was om het stakeholderproces dat we zouden faciliteren te doen ‘bruisen’, hadden we onszelf omgedoopt tot de ‘cava-girls’. De cava-girls zijn 4 fantastische, sterke, open minded vrouwen en ik die hands-on en vol creativiteit aan de slag gingen om onze case uit te werken. Ons privé leven kwam wel eens aanbod, maar buiten eens een naam van een kind dat viel, wisselden we vooral interessante professionele informatie uit. Op weg naar ons stakeholdermoment, allen samen wat langer in de auto, begonnen – hoe gaat dat ook met 5 vrouwen in één auto- we te tateren over life. Ik zat achterin in het midden – de jonkie van den hoop. Het ging over mijn vroeg opstaan en de onderbroken nachten. De cava-girl naast mij merkte op “Ja maar, kan jouw man dan ook niet eens opstaan.” En ze vervolgde met een verhaal over haar man, en daar pikte iemand anders op in. En voor ik het wist ging het verhaal verder, en ging het nog eens over Jessie haar man, en had ik plots een hoge drempel om tussenbeide te gaan komen en te corrigeren tot ‘de vrouw van Jessie’.
Djeeeeeeez. Ik ben 38 jaar en al 20 jaar uit de kast, en plots daar gepropt tussen 4 andere vrouwen in de auto toen het by the way keigezellig was, had ik drempelvrees om mijn coming out te doen. Of had ik er even geen zin in. Maar hoe langer ik wachtte, hoe moeilijker het werd. Ik wist dat ik er nog op terug zou moeten komen, en hoe langer ik daarmee zou wachten, hoe stommer dat zou zijn. Maar ik zei niets, en achteraf kon ik me keihard op m’n kop kloppen. Thuis gekomen vertelde ik het aan Jak, en die snapte er niets van. Ik kon het toch keigoed vinden met die dames?
Ik weet niet wat er precies speelde, alleen dat ik voor een keer gewoon even mee in de flow wou. Maar toen ik thuis kwam en mijn kinderen zag dacht ik wel: gij zijt een nette, je wil dat je kinderen erover fladderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en dan vind je het plots toch even zelf ook terug eens moeilijk.
Dat nog eens gevoeld hebben, deed me inzien: we zijn er nog niet. Alle wettelijke en publieke zaken ten spijt, begint en eindigt alles met zelf in je kracht staan. Jezelf graag zien en elke keer opnieuw jezelf, je echte zelf, willen tonen. Zo voelt kwetsbaarheid dus.

WP_20170622_18_22_13_ProDe cava-girls die klinken op een geslaagd stakeholdermoment.

Volg Pitcoaching via

“Hoop moet je zelf maken” (Bedankt Alma)

Ik las het afscheidsinterview van Alma De Walsche ondertussen vijf keer. Haar woorden raken me, doen me nadenken, en nemen me mee op een reis terug in mijn eigen herinneringen en pad.
Alma is decennia lang journaliste geweest. Schreef steevast over thema’s en dossiers die me nauw aan het hart liggen. Ecologie en duurzaamheid bijvoorbeeld. Maar ook en vooral: Latijns-Amerika.chicomendes
Mijn nieuwsgierigheid naar dat onbekende, aanlokkelijke continent begon toen ik op 12 jarige leeftijd op vakantie in Gent een boekje vond over Chico Mendes. Mendes was een Braziliaanse rubbertapper en milieu-activist. Rubbertappers en indianen werden door grootgrondbezitters belaagd. Er voltrok zich een ecologische ramp, want de grootgrondbezitters ontbosten aan een ijltempo. Gedreven door zijn idealen ging Mendes de strijd aan tegen ontbossing. Hij leerde de inheemse bevolking op te komen voor hun rechten. Hij organiseerde geweldloos verzet, met menselijke schilden tegen ontbossing. Hij verenigde de rubbertappers. Hij nam internationaal ook het voortouw en werd een symbool om het probleem van het regenwoud wereldkundig te maken. In 1988 werd zijn droom werkelijkheid. Een grote boerderij werd onteigend en een uitgebreid gebied werd beschermd verklaard. Maar het succes kwam te laat. Onder de landeigenaren was de woede inmiddels enorm. Op 22 december 1988 werd hij voor zijn huis in Xapurí doodgeschoten. Zijn levensverhaal en strijd maakte een onwisbare indruk op mijn 12jarige geest.
Later kwam er een uitwisselingsstudente uit Venezuela in mijn klas, Victoria. Zij leerde Nederlands, ik Spaans. Ik ontdekte nog veel meer over dat continent. Verslond de verhalen van Isabel Allende, Marquez, Gioconda Belli. Ik las Galeano en leerde gedichten van Neruda uit mijn hoofd. neruda

Mijn eerste politiek getinte paper ging over Salvador Allende. Ik ging naar Mexico, aangetrokken door de strijd en het verhaal van de Zapatisten. Ik zou er mijn thesis over schrijven. (Later zou ik vallen voor Jak, die haar thesis schreef over… S. Allende)

Alma neemt me mee terug naar hoe ook ik toen in de ban was van het verzet van de Zapatisten: “Het leven in Chiapas was getekend door extreme armoede en uitzichtloosheid, en toch breekt daar een gewapende opstand uit op een moment dat niemand nog in guerrillaoorlog gelooft. De Muur was gevallen, het einde van links en rechts was uitgeroepen, en toch creëren mensen daar, diep in dat woud, nieuwe hoop. Zij beslisten tegen alle gevestigde wijsheid in dat ze de geschiedenis van richting zouden doen veranderen.”
EPrintn ook deze woorden van Alma, blijf ik maar opnieuw lezen: “Hoop moet je zelf maken, niemand die het in jouw plaats zal doen.” Dat schijnbaar simpele, maar wezenlijk revolutionaire inzicht bracht Alma mee uit het Lacandonenwoud. En de oproep van de Zapatisten aan iedereen in de wereld om dat besef om te zetten in concrete actie, om binnen de eigen leefwereld of maatschappij ¡Ya basta! te zeggen en je eigen opstand uit te roepen.

 

Het blijft door m’n hoofd malen, omdat ik zelf, ondertussen een vijftien jaar aan het werk, begonnen in ontwikkelingssamenwerking vanuit idealen, waarden en een grote gedrevenheid om dingen te veranderen, hierin ondertussen een heel proces heb afgelegd.
De waarden zijn overeind gebleven, de gedrevenheid ook durf ik te stellen. Mijn ideaalbeeld is gewijzigd. Ik zelf ben veranderd. En ik heb de afgelopen jaren me wel vaker eens laten meeslepen in de vraag ‘heeft het allemaal wel nog zin, dat verzet, die andere, betere wereld mee proberen maken?’ Er zijn zo’n immens grote tegenwerkende krachten. Er lijken zoveel mensen te zijn who couldn’t care less.
Alma zet een andere blik op de voorgrond: “Er zijn zoveel mensen die hun leven, tijd, geld en kennis geven om een nieuwe wereld te bouwen. Altijd opnieuw, altijd ergens.”
En ook deze quote plak ik op een post-it op m’n bureau voor als de twijfel weer eens toeslaat: “Succes is niet het ultieme criterium om te oordelen over wat je doet en welke keuzes je maakt, maar wel de vraag of jij zelf en andere mensen meer mens worden door wat jij doet.”
Alma besluit het interview als volgt: “Iedereen moet zichzelf in de ogen kijken, met zijn of haar geweten als kompas… Een leven dat niet onderzocht is, is niet de moeite waard…. Altijd op de ander toegaan en vragen stellen, om jezelf te leren kennen, maar ook om de waan door te prikken: dat is de opdracht waarmee ieder mens in het leven staat.”

Bedankt dus Alma. Voor alle leerrijke artikels, inzichten, verbanden, achtergrondinformatie. Voor jouw engagement. En jouw wijze woorden die me doen reflecteren zo op het einde van het werkjaar. Que te vaya bien!

Heel hele interview met Alma, van de hand van Gie Goris, kan je hier lezen:
http://www.mo.be/interview/alma-de-walsche-hoop-moet-je-zelf-maken-niemand-doet-het-jouw-plaats

Volg Pitcoaching via

Ben ik een goede moeder?

Sinds maxi die allereerste keer naakt op mij lag, heeft die vraag me wel eens bezig gehouden. Ondertussen, vijf jaar en 3 mini’s verder, heb ik daar wel een gedacht over. Toen Marijke Libert eind vorig jaar contact opnam en me haar idee voor haar boek toelichtte, was ik meteen verkocht. Echte verhalen van en over moeder zijn, dat wou ze brengen. Of ik mee wou doen?
Nu is het boek er. 100 authentieke verhalen, en eentje dat van ons. Big smile.

benikeengoedemoederUit de voorstellingstekst:
Schrijfster Marijke Libert luistert naar honderd moeders in heel Vlaanderen. Wanneer werden ze moeder? Waar worstelen ze mee? Was er soms angst, paniek, twijfel? Waar zijn ze trots op? De moeders komen uit alle rangen en standen. Ze zijn rijk of arm, zijn werkloos of hebben topfuncties. Ze hebben één kind of tien kinderen. Ze werden zwanger als tiener of op hun zevenenveertigste. Ze zijn oer-Vlaams of ingeweken. Ze zijn adoptiemoeder, pleegmoeder, onthaalmoeder, holebimoeder of moeder van een overleden kind. Ze kozen voor inseminaties en ivf, of voor abortus. Hun pasgeboren baby’s wogen 4,5 kilo of 900 gram. Ze combineren werk en gezin of ze zegden hun job vaarwel om meer tijd te hebben voor de kinderen.

Honderd moeders. Tien kettingen. Tien thema’s die in elk verhaal terugkeren.

De verhalen zijn opvallend en normaal, en in hun normaliteit weer bijzonder. Omdat elke moeder op deze ‘moederplaneet’ verbonden is door het moederschap vroeg ik hen ook om het woord door te geven aan de volgende moeder. Zo ontstonden moederkettingen. Tien in totaal. Na dertig interviews zag ik soms heel onverwachte thema’s opduiken. Wie had gedacht dat voeding zo’n belangrijk onderdeel uitmaakte van een moederleven? Ik niet. Verrukking, ontroering, verbijstering, tranen: alle emoties passeerden bij de moeders-deelnemers en bij de moeder die registreerde en nadien de verhalen zorgzaam en zo letterlijk mogelijk uitschreef. De verhalen zijn teder, plezant, soms treurig, nooit melig, maar altijd uit het hart en in the face.
De honderd ontmoetingen leveren één voor één pareltjes op over het leven tussen onmacht en stelligheid. Het moederschap zoals het is: rauw, warm, vertederend, confronterend.

En hier een stukje uit mijn verhaal in het boek:
“… Toch heb ik mijn moedergevoel nog lange tijd onderdrukt. Ik was te onrustig, ik wou verkennen, andere einders zien. Acht jaar lang reisde ik de wereld rond, vaak voor het werk. Tot ik dertig werd en ik iets meemaakte wat me wakker schudde. Ik had zangeres Yasmine ontmoet, toen ze een campagne van de Ngo Wereldsolidariteit mee gezicht gaf. Kort daarna stapte ze uit het leven. Ik stond niet zo dicht bij haar, maar was wel enorm geschokt. Daarna groeide het besef dat ik in al mijn onrust vooral bezig was met invulling, niet met vervulling. De laag die ik rond mijn moederschap had gepleisterd, brokkelde af. Ik liet iets toe, een alles overheersend en intens moedergevoel. Mijn vrienden en familie zagen mij veranderen….”

Ben ik een goede moeder? 100 vrouwen over de belangrijkste vraag in hun leven. Marijke Libert, uitgegeven bij Manteau.

Volg Pitcoaching via

Rok ’n roll

Nee, er staat geen typfout in de titel. Want die verwijst naar kleine meisjes in rokjes die aan het rollen geslaan zijn. Letterlijk. De ene op skeelers, de andere op rolschaatsen. Maxi meisje was jarig en was heel stellig: skeelers, dat wou ze. De andere haakte in “ik wil dat ook”. Maar Blondie (meisje 2), is pas jarig in juni, en zou háár rolschaatsen krijgen met haar verjaardag. Besloten de ouders die enige opvoedkunde aan de dag proberen leggen.
Drie dagen. Drie volle dagen heeft mijn pedagogische wil om Blondie het genot van het ‘uitkijken naar…’ stand gehouden. Dan stond ze ook al ’s nachts aan mijn bed als een volleerde vakbondsvrouw te onderhandelen: “als ik mijn rolschaatsen nu al krijg, zal ik tot aan mijn verjaardag brocolli eten.” Oogopslag op de wekkerradio leerde me dat het 4u ’s ochtends was. Kleine pitbull zou niet afhouden tot de buit binnen was. Ik stemde toe.
Blondie verkondigde voldaan aan de ontbijttafel dat mama vandaag haar rolschaatsen zou bestellen. Lief keek vragend op, ik wuifde het weg. Iets met vlees dat ’s nachts zwak is en dat ‘de aanhouder wint’ ook een belangrijk pedagogisch inzicht is.
En dus rollen ze nu met twee. Door het huis, want het is pokkeslecht weer. Hier zou ook, parket-technisch gezien dan, paal en perk aan gesteld moeten worden. Maar ze kirren zo tijdens dat rollen, dat ik zin kreeg om mee te doen.
Grenzen stellen op rollen: one down.

rollerblading

Volg Pitcoaching via

Play time

Nee dit is geen promo stukje voor Telenet. Al heb ik wel genoten van het gratis Play More aanbod afgelopen maand (met dank aan De Morgen). Of vooral de meisjes dan, die liever 30 keer ‘de kleine zeemeermin’ bekeken dan het uitgebreide filmaanbod verkennen. Heb dus geen abonnement genomen. Onze collectie aanvullen met iets over zeemeerminnen en ze zijn zoet 😉
Ik schreef kort geleden een melig stukje over mijn gezinsgeluk waarin roze pony’s een nogal centrale rol spelen. Hier hoort een kleine kanttekening bij. Zo samen spelen, op een stokpaard rijden (letterlijk dan) enal. Het is niet zo “that I was born to do this”. Pas op, ik ben een baby person, en hou wel van kinderen in het algemeen. Niet van alle, en niet in alle omstandigheden, maar ik wil maar zeggen, ik heb in de jeugdbeweging gezeten, leiding gedaan op kampen, jeugdwerking… Kinderen, ik kan daar wel mee om.
Maar zo helemaal mee op gaan in hun spel. Zo van het ene moment ben je nog even een werkrapport aan het lezen en notities aan het maken, en het andere moment word je geacht op commando een eenhoorntemmer te zijn die in Plopsaland shows aankondigt van K3, nee, dat is een gave die ik niet meegekregen heb. In mijn hoofd bleef ik ondertussen verder mentale notities maken bij dat rapport of al een volgende werkmail voor te bereiden.
Tot er een fase kwam dat ik geen plezier meer had. Dat kwam door moeilijke familiale omstandigheden en iets dat leek op chronische oververmoeidheid. Maar er was meer aan de hand. Ik was het precies verleerd om plezier te maken. Om te lachen, en niet altijd zo serieus taakjes af te vinken en te hollen naar een volgende To Do.
Nochtans was humor en lachen altijd een heel fundamenteel onderdeel van mijn fun-times geweest. Maar het was weg.
Ik las iets soortgelijk in het boek van Shonda Rhimes ‘the year of yes’. Buiten een beetje overgewicht heb ik in de verre verste geen gelijkenissen met deze zwarte, Amerikaanse top tv producer. Maar ze is de schrijver en producer van één van mijn favoriete tv-series ever (Borgen blijft wel op 1) en ik was dus meer dan geprikkeld om haar boek te lezen. Het is heel Amerikaans, maar haar verhaal van moeilijk uit haar comfortzone raken, triggerde me. Ze daagde zichzelf uit om een jaar lang overal ja op te zeggen waar ze in feite schrik van heeft. comfortzone

Haar Tedtalk over dit experiment vind je hier.

Maar het was vooral ook het stuk waarin ze het had over hoe ja zeggen tegen spelen met haar kinderen, voor een grote ommekeer bij haar zorgde. Ik begon het ook te doen. Telkens de meisjes vroegen om samen te spelen, ja zeggen. Niet eerst nog die was plooien. Niet nog die werkmails ondertussen checken. Geen ‘niet nu’s’ of ‘laters’, maar gewoon ja zeggen. En even spelen. Al is het maar vijf minuten. Dat had een enorm effect. Geen tweestrijd meer, geen gezucht. Gewoon.even.spelen. En ook al was ik moe, had ik er geen zin in of waren er tien meer dringende dingen. Even samen spelen en ja zeggen op een voorstel dat zij doen, dat maakte een wereld van verschil. Ik ben nog steeds niet geboren om eenhoorntemmer à l’improviste te zijn, maar ik word er wel steeds beter in. En vooral: ik ben er opnieuw plezier mee gaan beleven.
“The hum” – “ de zoem” noemt Rhimes het. In een soort van flow zitten, waarin je echt helemaal kan gaan voor jouw ding. Die hum dus. Die komt voort uit geluk. Liefde. Het is de elektriciteit die voortkomt uit de opwinding van het leven. Die komt van vertrouwen en rust, en maalt niet om andermans oordeel. Of van de ballen in de lucht, de verwachting, de druk. Die zoem dus, die wordt gevoed door spelen.
Dat er nog wat werk is aan mijn “speel-kwaliteiten”, bewijst deze foto. Zoek de eenhoorn 😉 kleiknutselwerk (De dieren die je wél herkent, hebben Luka en Noa gemaakt :-)) 

Volg Pitcoaching via

Denk dan aan vandaag*

Waarschuwing. Dit is een melige blogpost. Verzachtende omstandigheid: ondergetekende krijgt nog dosissen oxytocine in haar bloed, baby zogend gewijs. Oxytocine wordt ook wel het ‘roze wolk’ hormoon genoemd. Maar veel roze wolk is er niet aan wanneer je borstvoeding aan het geven bent, terwijl kind 1 roept dat ze kaka heeft gedaan en kind 2 op zelfde tijdstip een doos strijkparels van de tafel laat vallen. Kinderen hebben een evil sense of timing, I’m telling you. Ouder 2 zit in één of andere file en wordt samen met de strijkparels vervloekt. Oh the joys van borstvoeding tijdens de avondsspitsen 
Over dat soort roze wolk gaat dit stukje niet. Wel over die vele kleine dingetjes waar ik elke dag zo ontzettend blij van word. Mini mini die knort van contentement wanneer ze op m’n arm gewiegd wordt en kijkt alsof er geen betere plek ter wereld is. Maxi mini die op deze roze pony komt aandraven (‘het onding kan ook echt hinniken’) en vraagt: “mama, rijd je mee?” rozepony

Met haar grote vrolijke bruine ogen kan je enkel enthousiast ja zeggen. En mini 2 die mama speelt met haar poppen en ik mezelf terug hoor in haar pop-conversatie. Ze heeft zich ondertussen ook ‘omgekleed’, in zwempak met haar roze rubberlaarzen en beren-oorverwarmers. Over vestimentaire smaken valt niet te discussiëren in dit huis met vijf vrouwen.
De luxe van te voet naar de bibliotheek kunnen wandelen. Traagheid-luxe. Gekluisterd zitten aan het borstvoedingskussen, uuuren per dag, maar dan ook wat kunnen lezen. Interessante overpeinzingen als dit bijvoorbeeld.
Die andere roze golf die nu door de States – and beyond waait. Met ook humor als deze: melania

Power to the pussiehats! 🙂

Weer ten volle beseffen dat mijn grootste rijkdom in ‘mijn mensen’ zit. Leuke kaartjes en berichtjes krijgen. Cadeautjes, zoals van haar, die de mooiste persoonlijke juwelen maakt.
Dus als je me op een roos stokpaard door het raam ziet rijden, maak je geen zorgen. Met mijn psychische gezondheid gaat het beter dan ooit. Leven in een roze, pony-roedel met glitters is het beste dat me ooit kon overkomen.  ;-)

Mijn kleine sprokkels van geluk, die worden mooi gevat in dit pareltje van Jonas Winterland*:
“Ik wens je immer vlotte wegen en een wind steeds in je rug
En sterke schoenen, voor onderweg
Ik wens je immer goede golven, een getij dat langzaam draait
En als je twijfelt
Of als je dwaalt
Denk dan aan vandaag
Denk dan aan vandaag
Was het ooit zo goed zoals vandaag?”

DSC_0230

Volg Pitcoaching via

2016

Nu de herfstkleuren in volle glorie zijn, net voor de bomen vervellen tot lege takken en daarmee het einde van het jaar aangeven, blik ik al eens terug.
2016, tussen rauw en rouw, en veel schakeringen daar tussen in.
Januari. Toen het verdict viel. En we wisten dat 2016 een jaar van afscheid van één van de dierbaarsten zou worden. Al die intense contacten nog, bezoekjes die zoveel meer gingen betekenen, al waren ze vooral groots in hun eenvoud. Vertrouwdheid en ongemak. Dicht bij elkaar, nog dichter.
Het verjaardagsfeestje van de oudste mini dat het laatste samen zou worden. 4 jaar, voor altijd een mijlpaal. “Vanaf nu word ik groter, en groei ik tot aan de hemel, tot bij Karine.” Zo gaan kinderen er mee om, en hadden wij er maar wat van overgehouden.
Het afscheid. Een eerbetoon. Intens, alweer, net als die weken voordien. Familie-bijeenkomsten die sindsdien gezellig maar breekbaar zijn. Een lege plek, een gat in het hart. Wat onvervangbaar is, moet ook een (nieuwe) plaats krijgen.

Het crashke, zoals ik het noem. Het mijne dus. Toen het licht even uitging, al redelijk snel in dat nieuwe, onbehaaglijk voelende 2016. Iets teveel ballen al maanden aan een stuk omhoog aan het proberen houden. De usual ballen, zoals elk gezin dat moet doen. Maar ik kreeg er een paar bij, waar ik me geen baas over zag. Een menignoom in het hoofd van de mutti en niet goed weten waar dat ons zou brengen, een wankelend lief, een slecht slapende peuter, de race tegen de klok en het verkeer elke dag onderweg naar Brussel. De hoge drempel om misschien eens hulp te vragen. Want neuten, dat doe je niet. De berg (het afscheid) waar we voor stonden die heel erg onoverkomelijk leek. Toen gebeurde er iets vervelends, maar banaal. Mijn portefeuille en GSM werden gestolen. Twee dingen zorgden ervoor dat het in mijn hoofd even ging knetteren, waardoor daarna het licht uitging: het pasfoto’tje van de mini in de portefeuille waarvan ik de gedachte niet kon bannen dat een viezerik daar nu naar zat naar te kijken. En de sms’en van K in mijn GSM die ik kwijt zou zijn. “Ik ben niet ziek”, zei ik tegen de huisarts, waar ik dan toch eindelijk een afspraak nam met een barstend hoofd en een slepend lijf. En toen gingen de sluizen open, en stopte ik pas echt met wenen weken later. Rust hielp. En schrijven ook.

Een ontroostbaar lief. Verscheurd tussen missen van de onvervangbare en de wens om het leven verder te leven. “Genieten van de zon, ik weet niet meer hoe dat dat moet”. Dat vat de zomer voor haar samen, denk ik.
Rouwen, zo heb ik geleerd, moet of wilt ze grotendeels alleen doen. Het is een andere planeet, en er zijn soms weinig verbindingswegen naar toe. Verdriet staat nooit op zichzelf. Verdriet betekent ook slapeloze nachten, rugpijn, stressgevoelig, geen liedjes op de radio. Bij de vraag ‘hoe gaat het nu met haar?’ denk ik twee keer na. Veel mensen vinden al gauw dat het beter moet gaan…

Ondertussen staat de radio bij ons wel weer aan…

De kinderwens. Hartswens, die ik nooit echt ondanks alles, los gelaten had. De keuze voor het leven. Mini 3 is levenskracht. Een niet evidente beslissing. Sowieso. Kwam daar nog bij: de veelal ongevraagde meningen die mensen erop na houden wanneer je beslist voor een derde kind te gaan. Eén enkele opmerking die echt kwetste, maar veel gelukswensen die dat overstemden. Straks wanneer mini 3 zich aandient, zullen er weer veel emoties zijn. Dankbaarheid en kwetsbaarheid. En de wetenschap dat in elk jaar, hoe donker ook, er altijd ook iets van licht zal zijn.

dsc_00251

Volg Pitcoaching via

Over gaatjes vullen en taarten bakken. En twee uurtjes daartussen in.

Tijd. Moet je maken voor dingen die je belangrijk vindt. Ik vind schrijven belangrijk, maar ik kwam er sinds maanden niet meer toe. Ik probeer nochtans wat tijd te stelen. ’s Ochtends nog wat vroeger op. Een vijf op de wekkerradio, dat schrikt me sinds mini 2 al langer niet meer af. Dat gaatje vulde ik met wat stretch- en yoga-oefeningen, nu het uitdijende lijf teveel puft bij andere soorten ‘sport’. De gaatjes die ik soms maakte tijdens de dag, vulden zich met werk To Do’s en deadlines, nu de laatste rechte lijn richting zwangerschapsverlof was ingezet. De weekend gaatjes die vulden zich met ‘nestdrang’: bakken (als ik zwanger ben, bak ik in een tempo waar ik anders in geen jaar toe kom), en huis-dingen die in orde moeten zijn (lief wordt er gek van). En de gaatjes die er ’s avonds soms waren, die verdwenen gewoon, omdat de walvisbuik vond dat 14u non-stop in de weer welletjes was en me horizontaal deed gaan. Lezen ja, dat deed ik nog. Want wat waren er weer veel interessante dingen online te lezen, en boeken die op mijn nachtkastje lagen te lonken. Weinig puf nog om zelf te schrijven, te moe, te zwanger, en ook wel soms een beetje te overdonderd om zelf nog dingen extra te gaan verwoorden.
En kijk, zijn daar plots: 2 uurtjes zonder mini’s, zonder werkdeadline, het bakken deed ik eergisteren, en het huis is niet op orde, maar als nu mijn water breekt, staat er wel al een half rugzakje klaar (ok, toegegeven, 3kwart rugzakje, ik ben graag voorbereid ;-))
En terwijl ik wekenlang genoot van andere blogs, keer ik nog eens terug naar de mijne. Het voelt wat onwennig 😉
Waarover had ik afgelopen weken graag een stukje geschreven? Over interessante boeken die ik aan het lezen was als “Creativity Inc” en “de Slaaprevolutie” van Arianne Huffington. Of over omdenken.
Maar ook over CETA. Yep. Ik heb dagenlang verstomd gestaan van dat schouwspel. Niet van dat van de Walen, en opperhoofd Magnette. Maar van de ongelooflijk éénzijdige, tekortschietende en ‘framende’ berichtgeving van de Vlaamse media, VRT incluis. Ik, grote VRT liefhebber en trouwe Journaal kijker, was gedegouteerd van de manier waarop de VRT aanvankelijk verslaggeving deed over CETA (ze stuurden na enkele dagen wel enigszins bij). De eerste dagen waren de enige tegen stemmen die aanbod kwamen de mattentaarten bakkers uit Geraardsbergen en consoorten. With all due respect, maar dat terwijl tientallen academische experten en talloze middenveldorganisaties van allerlei strekking (milieu-, consumentenorganisaties, mutualiteiten, vakbonden, …) al maanden, jarenlang kritische analyses en standpunten verkondigden gebaseerd op stevig studiewerk en inhoud. Geert Bourgeois mocht in primetime een kwartier lang ‘Magnette-bashing’ doen en non-argumenten ventileren als ‘en nu zo op het einde na 6 jaar onderhandelen zeggen die plots ‘nee’… Die stoute Walen toch! Dat er al talloze keren door vele organisaties, en ja, ook door verschillende politici zoals Magnette, bij EU-commissaris Cecilia Malmström aangekaart was dat er ernstige problemen zijn met een dergelijk vrijhandelsakkoord, dat is teveel nuance om te brengen.
Nee, de Walen lagen dwars, en het bashen vierde weer hoogtij. Op sociale media nog nooit zoveel vrijhandelsexperten gezien.
Maar hoeveel Vlamingen zouden weten waar dat CETA nu eigenlijk voor staat? Weinigen, en daar is de EU best blij mee. CETA wordt gepresenteerd als een handelsverdrag tussen de EU en Canada, dat vrij verkeer van goederen en diensten moet mogelijk maken tussen de twee blokken. De facto een enorme uitbreiding dus van de EU-markt, en veel meer mogelijkheden om in Canada ons bier, chocolade en peren te verkopen, wie kan daar nu tegen zijn? Dat het niet alleen over vrijhandel gaat, maar vooral ook over kwaliteitsnormen en regulering, daar hoorde je de eerste dagen op de VRT niets over. Ze moesten teveel mensen aan het woord laten die het schandalig vonden dat Magnette het akkoord had voorgelegd aan het Waals parlement. Stel je voor, de verkozenen des volks mee laten beslissen over zoiets en zo de boel vertragen. Politieke spelletjes! Ja natuurlijk politieke spelletjes. Zoals zovele dossiers in de politiek, maar mag het ook nog eens over inhoud gaan, wanneer er zoveel op het spel staat? In Europa zijn onze kwaliteitsnormen behoorlijk streng. In Canada al een beetje minder, in de VS al helemaal (en laat nu net tal van Amerikaanse bedrijven ook een headquarter in Canada hebben). Jamaar, zo suste Geert Bourgeois ons allen toe, wij hebben checks en balances ingebouwd en kunnen onze regels en normen blijven opleggen voor uit Canada en de VS ingevoerde producten. Is dat zo? Hier komen we aan het meest disputabele onderdeel van CETA. Als een investeerder van oordeel is dat de productie- en kwaliteitsregelgeving van een land zijn toegang tot de markt schaadt, kan hij dat land voor een tribunaal brengen en schadevergoeding eisen. Dit systeem, bekend als ISDS (“Investor State Dispute Settlement”) staat dus boven de nationale rechtspraak, en kan een staat dwingen tot enorme boetes… die misschien dan wel 2 keer na zal denken over het blijven handhaven van allerlei normen en standaarden…
Soit, de VRT (en met hen andere media) bracht na enkele dagen ook meer gebalanceerde stukken en liet ook experten inhoudelijke argumenten brengen waar CETA wel of niet voor staat, en aan het schouwspel kwam, zoals dat gaat in de politiek, een einde.
En ik heb er nu toch mijn ei over gelegd. Over CETA schrijven in mijn 2 luttele vrije uurtjes, hoe erg kan het gesteld zijn met een mens? 🙂 
Vlug nog even belangrijkere zaken doen, Sinterklaas shoppen bijvoorbeeld. En misschien nog een taartje bakken?

ecardmother

Oh by the way. Over dat interessant leesvoer online. Een klein greepje:
“We vinden kinderen ons kostbaarste goed, maar hebben ´s morgen geen tijd en ´s avonds geen energie voor hun verhalen. Is het kindperspectief relatief als het gaat over hoe wij ons werk en leven organiseren?” En hierbij aansluitend:
De hamvraag in dit debat is: welk samenlevingsmodel verkiezen we?”

En eentje in aanloop van dinsdag 8 november… (US elections…nog even nagelbijten!) Over de onmogelijke positie van vrouwen die macht proberen te veroveren.

Volg Pitcoaching via