Ingeborg in da house

Waarschuwing. Wat volgt is een melig blogstukje. Ingeborg-style. U weze gewaarschuwd. 
Vrijdagochtend, 7h40. Ik sta in pyama –waar ongetwijfeld snot aanhangt van de jongste – te dansen met mini mini op de arm op de tonen van Clouseau ‘Toen tussen jou en mij’. De mini, al een week geveld door een virale infectie (vat vol snot, ontstoken oren en ogen), in combinatie met mond en klauwzeer (trolletje lookalike met overal korsten ), is alleen enigszins troostbaar wanneer gebeiteld op mijn arm.
Nu zijn mijn armspieren wel al langer in olympische vorm– drie moederskindjes weet je wel-, met dank ook aan de lumbago van het lief-die-niet-kan-heffen, maar ook olympische ledematen hebben hun grenzen.

Ik vertoef in een zone. Een zone bevolkt door moeders die jarenlang onderbroken nachten opstapelen, in combinatie met you know, ‘life’, gekenmerkt door een vorm van ‘kapotigheid’ waarvan je de intensiteit niet kan uitleggen aan mensen met een enigszins normaal slaappatroon (het weze u gegund by the way).
In die zone vertoef ik dus. Maar dan speelt plots dat melig nummertje op de radio, die ik luid opendraai, en ik begin met mijn snotkanon te dansen. Zij schatert, ik klaar op. Ik voel energie stromen door mijn lijf. Ik kijk naar haar en vind haar op dat eigenste moment het mooiste schepsel van de hele wereld. #happymoment.

Ondertussen zijn maxi mini en mini 2 ook in extase – want straks is het hún moment. De show voor alle grootouders op school. Onze buurvrouw heeft moeite gedaan, en voorzag ons van deze twee mooie retro-kleedjes, verspreid over Leuven voor ons bij elkaar gesprokkeld. (dank u buurvrouw). Two of a kind. Ik kijk naar hen en denk: “dat die nu mijn meisjes zijn, seg.” Op dat moment met stip de mooiste meisjes van de hele wereld. #smeltmoment.

Mijn ouders – ondertussen meer dan 30 jaar gescheiden- kwamen allen samen speciaal met de trein om op tijd te zijn voor de show. Mijn schoonzus was – alweer- paraat om mijn schoonmoeder uit het verre Limburg naar het feest te brengen. Iedereen had zich mooi gemaakt, en was er. Kleutergeluk, (groot)oudertrots. Tomatensoep en pistolés en samen aan de keukentafel nabespreken. #content

Wanneer iedereen slaapt, begint zich deze blogpost in mijn hoofd te vormen.
#Gratitude. Ik zei het al. Ingeborg. Volgens mijn besties ben ik klaar voor Ibiza:
Maar nu eerst mediteren, om toch te kunnen slapen. Straks moet mijn olympische arm weer paraat zijn.

Volg Pitcoaching via

Onze vrouwelijke natuur

In het begin van mijn vakantie schreef ik dit stukje over hoe ik na slechts enkele maanden werk, alweer in de val van ‘snel snel’ getrapt was. Als ik iets wil aanpakken of veranderen, zoek ik vaak inspiratie en motivatie in boeken. Nu ook. Zo kwam ‘Stop de rush’ in m’n handen terecht. Het werd zo’n boek waarbij ik voortdurend dacht: dit zijn zaken die ik hopelijk blijvend in m’n kop hou. Omdat te bewerkstelligen, streep ik dingen aan in boeken, en integreer ik zaken in mijn actielijsten of mijn onenote overzichten of plak ik dingen in mijn keukenkast, maar daar gaat dit blogstukje niet over. Beiden boeken zijn heel erg gericht op vrouwen. Het ene omdat het veel aandacht besteedt aan effecten van onze leefwijze (‘haast en spoedsyndroom’) en stress op het lichaam (en onze hormonale huishouding), het andere omdat het vrouwen aanzet meer op de voorgrond te treden, hun stem te laten horen, een verschil te maken (een boek over persoonlijke groei).
Ik ben eigenlijk zelf nog maar een goeie vijf jaar – pakweg sinds ik zelf mama ben geworden – zaken, en life bij uitbreiding, door een genderbril beginnen bekijken. Ik weet niet of ik voordien daar blind voor was, of het gewoon niet wilde zien (oh jee, toch niet nog een battle die gestreden moet worden), maar feit is dat ik me eigenlijk nog maar recent echt expliciet feministe noem. Maar ook daar gaat dit blogstukje niet over. (Misschien een andere keer, want één van de boeken die wel nog op mijn nachtkastje ligt te wachten is de laatste van Anja Meulenbelt: feminisme, terug van nooit weggeweest).

Fitheid en energie zijn me erg beginnen boeien toen ik ontdekte dat ik beiden niet meer had. Ik lichte al eens toe hoe ik ingezet heb op afvallen de afgelopen tijd, maar voor mij gaat het veel breder dan dat. Je fit voelen geeft energie, maar ook uitdagingen aangaan, plannen maken, dromen realiseren, geeft energie en laat dat nu net enkele van mijn dada’s zijn. Energie gaat ook over uitstraling, in je kracht staan, een verschil proberen maken. En ik leer steeds meer dat goed voor jezelf zorgen hiervoor essentieel is, en dicht bij de natuur zijn, maar ook bij je eigen natuur (en dus in ons geval, vrouwelijke natuur) cruciaal is.
Het boek ‘Stop de rush’ (Leen Steyaert), dat ik las, is hieraan gelinkt. Hoe we door ons werk- en leefritme, hoe ik door mijn ‘zijn’ritme, bijna permanent in overdrive ben, en dat net dit, heel erg nefast is, voor energie in de brede zin van het woord. Mijn “druk leven” is allicht heel relatief, en ja, het heeft me ook al veel vervulling en dus geluk bezorgd. Ik ben er zelfs wat aan verslaafd, want vind ik het niet top om meer ‘hacks’ in te voeren, en nog meer efficiëntie trucs toe te passen? Ik kan behoorlijk snel gaan en heb me in het werk al vaak erg ‘gesmeten’, en dat kan (soms) voldoening geven.

“Hebben vrouwen zo veel te doen of hebben ze hun perceptie van tijd verloren? Kunnen ze geen prioriteiten stellen of kicken ze op de rush? Zijn de verwachtingen die de maatschappij aan hen stelt te hoog of willen ze echt het beste van zichzelf tonen? De gejaagdheid die het leven van vrouwen beheerst, kan behoorlijk destructief zijn (burn-out, depressie, …).” Het boek Stop de rush’ gaat over vrouwen die van alles en nog wat doen om beter te worden, aanvaard en geliefd te worden, om toch maar niet afgewezen te worden, omdat velen van ons ervan overtuigd zijn dat we niet goed genoeg zijn zoals we zijn… Het boek staat stil bij de gejaagdheid van vrouwen, waarvan dit komt, wat dit voor effecten heeft, wat er aan te doen…
Ik voelde me aangesproken 🙂

Vrouwen van vandaag draaien dubbele shifts, dat weten we al, met dank aan onze emancipatie ;-). Bovendien is er bijkomende druk omdat we ons vaak erg ten dienste stellen van anderen. Die druk komt er omdat we niemand willen teleur stellen, omdat we bang zijn om afgewezen te worden. Deze angst zit in de vrouwelijke genen. Vrouwen die in de oertijd uit de groep werden gestoten en aan hun lot werden overgelaten, waren vogels voor de kat. Ze overleefden het niet. Die angst voel je al vroeg in de kindertijd. Door allerlei indrukken die je als meisje opdoet, ontstaat het gevoel dat je niet genoeg liefde krijgt en als gevolg daarvan probeer je de rest van je leven al het mogelijke te doen om nooit meer het gevoel te hebben dat je uitgesloten, niet geliefd wordt. Dus doe je alles om mensen te behagen. Veel vrouwen haten conflicten en doen alles om die te vermijden. Ze willen het koste wat kost de vrede bewaren.
In het boek wordt ook het gevaar belicht dat vrouwen onbewust zaken van generatie op generatie doorgeven (‘de moederwonde’): dochters gaan zich onbewust verantwoordelijk voelen voor de pijn van hun moeder en om haar zo veel mogelijk pijn te besparen, maakt de dochter zich zo klein mogelijk, waardoor ze haar ambities onderdrukt. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat ze gedwongen worden om te kiezen tussen krachtig zijn of geliefd. Tussen hun eigen potentieel realiseren of behagen. De meeste vrouwen kiezen ervoor om geliefd te zijn, omdat ze bang zijn dat ze anders de liefde van de belangrijkste personen in hun leven zullen verliezen.

Ik herkende wel wat van de symptomen, en ik wil de komende maanden proberen verder aan de slag te gaan met de tips van het boek. Grote pijlers: voeding, beweging en lichaamstherapie, mindset en rust. Want dat zijn de bouwstenen voor een gezonde hormonale balans, zenuwstelsel en bij uitbreiding de rest van je lijf. Geen makkelijke opgave, als ik mijn agenda alleen al voor september bekijk 😉 Maar het moeilijkste zal zijn de aard van het beestje stapjes gewijs een beetje proberen wijzigen. Mindswitches zijn altijd de moeilijkste kapen te nemen.
Maar ik ben wel heel erg overtuigd van hoe zinvol dat zou zijn. Ik heb heel erg stilgestaan bij de toelichting over de oorsprong van de gejaagdheid van veel vrouwen, en hoe moeders dingen onbewust doorgeven aan hun kinderen. Zelfvertrouwen en veerkracht zijn voor mij 2 essentiële elementen die ik mijn dochters wil meegeven, en zelfzorg leidt daartoe, maar ook: elke keer opnieuw proberen mindful om te gaan met wat op ons pad komt. Dat kan alleen als je regelmatig vertraagt. En dicht bij je natuur blijft. 
Ook over dat laatste heb ik lang nagedacht. Mijn vrouwelijke natuur. Ik kreeg onlangs eens (goedbedoeld) te horen ‘je moet wat werken aan je vrouwelijkheid’. Ik weet natuurlijk wel waar dat op slaat. Maar hoe meer ik in dat boek las, hoe meer ik wist: ik ben op en top vrouwelijk 😉 Veel investeren in zorgen voor anderen, lovejunkie, heel mijn tiener en twen jaren zijn doorgegaan in angst voor afwijzing, in (jezelf) niet goed genoeg vinden …Ik heb een hele weg afgelegd in mezelf graag zien, in zorgen voor mezelf, in opkomen voor wat ik zelf echt verlang en behoefte aan heb, in grenzen trekken… en dat zal altijd wel beetje work in progress blijven, maar wat zou ik graag al mijn geleerde lessen hierin als een pakje kunnen meegeven aan mijn meisjes, zonder dat zij die hobbelige, bij tijden eenzame en pijnlijke weg moeten afleggen. Zo marcheert het jammer genoeg niet, maar ik kan er hen wel van prils af aan bewust van maken (hoop ik). 

En over die vrouwelijke natuur. Ik was enkele weken geleden tot tranen toe geraakt toen Sarah Bettens in het programma waarin ze on the road was in Alaska, uitlegde dat ze veel opmerkingen kreeg over haar uiterlijk. Dat het zo mannelijk is. Waarom ze niet eens oorbellen draagt, of make up opdoet. Of haar haar laat groeien. Haar wat vrouwelijker kleedt. “Ik heb het geprobeerd”, zei ze. “Maar ik voelde me voortdurend alsof ik in een toneelstuk speelde. Ik voelde me voortdurend onecht, ongemakkelijk. Dus ben ik er mee gestopt. Ik draag kleding waarin ik me goed voel, waarin ik mezelf ben. Dat anderen daar nog steeds aanstoot aan nemen, is jammer. Maar het is hun probleem.”
Hoe sterk dacht ik, van Sarah. De berg al beklommen hebben van er niet meer mee inzitten van wat anderen vinden. Ik wens het mezelf, mijn dochters en bij uitbreiding alle girls out there die dicht bij hun echte vrouwelijke natuur willen zijn, toe. Ongeacht of dat met oorbellen is of niet. 

Volg Pitcoaching via

Yasmine, de eerste van haar soort

Acht jaar na haar overlijden, hebben enkele bevriende muzikanten een onuitgebracht, opgenomen nummer van Yasmine, uitgebracht. De muziek werd opnieuw opgenomen, en dat moet toch wel best heftig geweest zijn voor ‘haar’ muzikanten. En voor haar familie, die toestemming gaf om het nummer vrij te geven.
‘Kwart voor tijd’ schreef ze in 2008, een jaar voor haar dood, toen ze het al heel moeilijk had. Het nummer klinkt … erg Yasmine. Het kruipt weer in mijn hoofd, en in mijn lijf, dat gevoel van toen.
Ik schreef over Yasmine in het logboek dat ik schreef voor onze eerste mini.
Ik heb haar laatste CD –haar mooiste, de meest kwetsbare- vastgenomen, maar ‘m nog niet opgezet. Ik denk dat ik teveel in m’n emotie dan zal gaan, en vooral ga zitten janken voor die andere, heel dierbare persoon, die we al anderhalf jaar moeten missen.
Je kan ‘kwart voor tijd’, hier beluisteren.
Dit is een stukje van wat ik schreef over Yasmine in ‘Getest op konijnen’ (2012):
YASMINE – De eerste van haar soort. 

Ik kreeg het bericht van Yasmines dood via een sms. “Yasmine is dood.”, stond er. Ik hield de gsm vast in mijn hand dat het mijne niet aanvoelde. Ik bleef staren naar het bericht en mijn hart begon te kloppen in mijn keel. Dat kan niet, dat kan niet, bleef ik mezelf toespreken toen ik vlug naar een nieuwswebsite surfte om te kijken of er daar iets over te lezen was. Daar stond ze. Met dat grijze zijden bloesje aan, bijna zilver blinkend. Haar zwarte haar viel met enkele lokken over haar gezicht. En die blik. Die gekende felle, beetje hooghartige blik. Ondeugend lachje om haar mond. Zo stond ze daar, in het groot op de voorpagina van de website. Zangeres Yasmine is overleden. Een misselijkmakend gevoel maakte zich van me meester. Ik was op bureau, en ik wist dat Jak enkele bureaus verder zich van nog geen kwaad bewust was. Dat ik het haar vertellen moest. Dus ging ik met kloppend hart haar bureau in, en liet haar het sms-bericht lezen. Ik kon het zelf nog niet uitspreken. We keken elkaar aan. Die heeft zichzelf iets aangedaan, zeiden we. We zetten de radio op, en keken op internet voor meer informatie. Met het nieuws van vijf uur kwam er het bericht dat Yasmine zelf een einde aan haar leven gemaakt had.
Het was 25 juni, een bloedhete dag. Sinds die dag zijn Jak en ik in een andere soort relatie terecht gekomen. Plots was het vrijblijvende, het als twee katten uit de boom blijven kijken hoe onze relatie en in deze ook wij zouden evolueren, weg. De vragen, het zoeken viel weg, loste op. Wat overbleef waren wij, ons fundament, ontdaan van wat plots zo onbenullig allemaal leek. We zaten buiten in de tuin. Heel veel praten deden we niet. En toch zegden we elkaar ontzettend veel. Een zonder woorden uitgesproken belofte. Een belofte van verbintenis. Van altijd zorgen voor elkaar. Er zijn. Voelen. Weten. Elkaar beleven. De volgende dagen bleef het nieuws even irreëel. Wij konden het niet geloven, niet vatten, maar de rest van Vlaanderen evenmin. Er ging een ware schokgolf door Vlaanderen. Haar dood verhitte de gemoederen. Internetfora werden vol geschreven met ongeloof, verdriet, maar vervielen al gauw ook in scheldpartijen en met modder gooien naar mogelijke ‘schuldigen’. Sommige media gingen de grenzen van fatsoen zo ver over, dat ook dat aspect nog een heel debat en discussies met zich meebracht.
Yasmine engageerde zich in 2008 voor een campagne van Wereldsolidariteit, die in het teken stond van ‘straffe madammen uit het Zuiden’. Ze componeerde het nummer ‘Zus’ en zette de campagne op tal van manieren in the picture, via interviews, haar column, door haar presentatie op het muziekfestival Mano Mundo…
Yasmine werd op die manier Hilde, voor wie –zei ze zelf- het Zuiden en ontwikkelingssamenwerking onbekend was, maar met haar vele gerichte vragen en nieuwsgierigheid maakte ze al gauw zelf stellingen en bouwde ze een mening op rond ontwikkelingssamenwerking. Waar vele anderen blijven hangen in een paternalistische of caritatieve houding, trok zij zelf heel stellig een inhoudelijke lijn rond ‘empowerment’. “Die madammen in het Zuiden hebben noch mij, noch het rijke Noorden nodig, maar het is wél onze verdomde verantwoordelijkheid om mee te bouwen aan meer sociale rechtvaardigheid wereldwijd.” Ook toen ze uiteindelijk 12 van die Zuiderse straffe madammen ontmoette en meeging naar de minister, was zij het die dirigeerde hoe dié madammen hun verhaal konden brengen.
Het is allicht slechts een kleine anekdote in het zeer rijke leven van Hilde geweest, maar allicht ook een aspect dat weinig mensen van haar kenden. Haar interesse in het Zuiden was pril, maar ze sprak er toen over naar Brazilië te willen, haar goeie vriendin op te zoeken, en dan misschien toch nog eens Afrika, al vroeg ze zich wel af hoe ze met de confrontatie met armoede zou omgaan.
Heel oprecht. Spontaan. Bescheiden. Grappig, plagerig, flirterig ook. Fijn om haar in de buurt te hebben. Ze was voor velen veel meer dan een ‘icoon’ of ‘showbusinessmadam’. Vooral haar uitstraling blijft velen bij. Op die manier lijkt ze voor veel mensen wel iets betekend te hebben, ook los van de holebiwereld.

Alles van waarde is weerloos
Yasmine heeft in haar laatste tournee ‘Yasmine houdt woord’ poëzie en muziek samengebracht. Ze bundelde haar lievelingsgedichten in een boek, en combineerde in de tournee voordracht van gedichten, sommigen op muziek gezet, met eigen nummers, voor de gelegenheid in een nieuw kleedje gestoken. Een verrassende interactie van poëzie en muziek. In de inleiding van de gedichtenbundel schreef Yasmine het volgende (Yasmine houdt woord, p. 6): “Om het overweldigende aanbod aan gedichten toch wat structuur te geven, heb ik ervoor gekozen ze in te delen in vier V-thema’s: Verlangen, Verlies, Verwondering en Vooruitgang. Ik noem ze zelf de grote thema’s van het leven; omdat ze elk een heel andere emotie vertegenwoordigen, mar tegelijkertijd in elk mensenleven niet zonder elkaar kunnen bestaan en elkaar rijker maken. Geen verlangen zonder verlies te kennen, geen verwondering zonder vooruitgang en vice versa. Of geen nieuw verlangen zonder verwondering of vooruitgang, geen diep verlies durven te voelen zonder ook verwonderd in het leven te staan of te snakken naar mentale vooruitgang. Zowel zwart als wit, met een lach en een traan.”

Op één februari 2009 ging de ‘Yasmine houdt woord’ tournee van start, in de AB in Brussel. Op deze première konden we niet bij zijn, omdat we al een weekendje in de Ardennen met vrienden geboekt hadden. Ik kocht Jak als verrassing twee kaartjes voor de voorstelling in Bierbeek, enkele weken later. Het was barkoud en een vuile, druilerige dag, herinner ik me, toen we ’s avonds richting Bierbeek reden. Op zo’n grijze dagen kunnen dit soort Vlaamse gehuchten nog een sterkere dimensie aan je onbestemd gevoel geven, bedacht ik toen we onze auto ergens op een berm achterlieten omdat wegenwerken ons de weg naar het cultureel centrum versperden. De zaal zat al vol. Er stond een grote rotan stoel op het podium. Lichten uit, spot aan. Enkele nummers uit ‘Licht Ontvlambaar’. Yasmine in de stoel, een anekdote vertellend, een gedicht voorlezend. Krachtig, authentiek, zo stond ze daar. Vermagerd, kwetsbaar ook. De dualiteit sprak niet alleen uit haar teksten. Op het einde bracht ze ook haar gezongen versie van een pareltje van Lucebert, dat toen al was blijven hangen. Alles van waarde is weerloos. Dat zou enkele maanden later nog hard blijken.

1 jaar later: Uit het dagboek: Juni 2010

hoe meer ik zie, hoe minder ik begrijp
zo lang bewust
onrustig blijft
(Uit: risico, Licht Ontvlambaar, Yasmine)

Ik had gedacht dat er meer te doen rond zou zijn. Eén jaar na haar dood. De rode loper herdacht haar, en ook radio2, hier en daar iets in de pers. Ik weet niet precies wat ik verwacht had, maar ik dacht wel: is dat het maar? Er was de Yasmine ‘duveltjesdag’ op facebook, waarbij heel wat mensen die dag een frisse duvel op haar zouden klinken, er was een kleinschalig eerbetoon in een theaterzaal en een heruitzending van haar ‘licht ontvlambaar’ optreden in de Arendschouwburg. En toch vond ik het maar ondermaats. Het leek alsof zoveel mensen het al vergeten waren, of er niet meer bij stil stonden. Maar intieme gedachten van gemis of machteloosheid of spijt hoeven inderdaad misschien niet geventileerd te worden. Misschien was de sereniteit, dan toch, in tegenstelling tot een jaar geleden, het mooiste wat haar familie gegeven kon worden.
Het blijft onwezenlijk. Het blijft zo ontzettend erg dat niets of niemand dat fatale moment haar kon weerhouden van haar wanhoopsdaad. Hoe verscheurend moeten de ‘had ik maar’s’, de ‘was ik maar’s’ van familie en vrienden blijven steken. Ook na een jaar. Een jaar vol vragen, vol verdriet. Vol vastgehouden pijn.
Het is voor mij persoonlijk een gebeurtenis die ik elk jaar opnieuw, op die warme zomerdag die altijd iets kwetsbaars, iets onwezenlijks zal blijven hebben, als een confrontatie tegemoet zal blijven gaan. Een confrontatie met de vraag: heb je voldoende lief? Even om me heen kijken en nagaan: heb ik tegen iedereen gezegd wat ik eigenlijk echt zeggen wil? Weet iedereen die het moet weten, wat hij of zij echt voor mij betekent? Stap ik af van de vanzelfsprekendheid, sta ik stil bij wat verkregen is? Ik hoop dat ik elk jaar opnieuw in de spiegel kijk en kan zeggen: ik durf. Ik durf te zeggen wat ik zeggen wil. En af en toe naast lief te hebben ook een beetje lief te zijn. In een interview met Luc Alloo in het Nieuwsblad in 2008 zegt Yasmine daarover: “Je zegt niet vaak: ik hou van jou. Dat lijkt me net het ultieme doel.”

Elke dag kan je moment zijn. Om te beginnen met iets. Om het tij te keren. Om je vleugels uit te slaan of je anker uit te werpen.

Volg Pitcoaching via

Snel, sneller, traag.

Twee, bijna drie maanden was ik terug aan het werk nadat ik de draad terug opnam na mijn zwangerschapsverlof.
Op die korte tijd was ik erin geslaagd om al mijn goede voornemens van te vertragen en van meer af te bakenen overboord te gooien. Ik was nochtans goed gewapend. Ik heb –dankzij zen mini nummer 3 – tijd gehad om te lezen. Boeken als ‘1 ding’, de ‘4hour workweek’, ‘nooit meer te druk’, ‘je werk en je leven’, ‘essentialism: the disciplined pursuit of less’, nog wat boeken over mindfulness, meditatie-oefeningen… ik las het allemaal, maakte vlijtig notities, transformeerde die tot Jess actiepunten, geïntegreerd in mijn week- en jaarplan… en paste veel ervan toe … behalve diegene die inzoemen op ‘rust’, ‘mindful’, … Traag of minder of niet doen…om net daardoor meer te zijn dan te doen, ja, dat blijft echt moeilijk.
In één van die boeken las ik een passage die ik dik aanstreepte en me volgende vraag in m’n hoofd deed prenten: “Ben ik dingen aan het doen om andere belangrijke dingen te vermijden?”
Dat vind ik zo’n treffende zin. We zijn allemaal zo druk bezig met werk, werk, werk. En ons huishouden. En ons sociaal leven. En nog vanalles. Maar druk bezig zijn is een vorm van luiheid. Lui om echt na te denken, stil te staan bij ons leven. Druk bezig zijn is vaak lukraak handelen: ben ik produtief, of alleen maar actief? Staan we stil bij welke impact onze activiteiten, onze to do’s, ons druk zijn, heeft? En impact voor wie, voor wat? Zijn we bezig met het vervullen van ons levensdoel, het realiseren van onze droom? Weten we überhaupt welke die zijn? Nemen we tijd om te kijken hoe we onze dromen gaan realiseren? Hangt ons werk samen met onze levensvisie?
Nee, die laatste vragen, daar had ik de afgelopen 3 maanden plots geen tijd meer. Ik was teveel aan het opgaan in mijn werk. En ik begon steeds sneller te gaan, zette de computer op om 5h ’s ochtends, en vaak opnieuw op wanneer de kids sliepen, en het leek wel alsof ik nooit gelezen en gereflecteerd had over vertragen, stilstaan, werkinvulling in lijn brengen met mijn visie en wensen op andere deelaspecten van mijn leven.
Dus op het einde van dit werkjaar evalueer ik kritisch mijn racekip-attitude, en denk ik na hoe ik na de vakantie opnieuw ga proberen dingen anders aan te pakken. Hoe ik alert moet worden voor wanneer ik van snel naar sneller ga, om dan te vertragen.

Die reflex moet ik aanleren. Ik neem onder de loep met welke tijdsverslindende activiteiten ik ga stoppen of nog assertiever mee omgaan (bye bye vergaderitis). Ik ga nog duidelijker prioritiseren (als dit het enige is dat ik vandaag gedaan krijg, ben ik dan tevreden?), en dingen in lijn proberen brengen met mijn jaarplan en lifegoals. Pfieuw. Eigenlijk is het poepsimpel, zegt Tim Ferriss: “De sleutel tot meer tijd is minder doen”. Hallelujah! Dat ik daar zelf nog niet opgekomen was 
Ondertussen geniet ik met volle teugen van 2 nieuwe boeken: “Op de tweesprong van moeten en willen” van Elle Luna en “Get Real” van Lien de Pau.
En na dit reflecteren, en dingen ingepland te hebben voor na de vakantie, ga ik nu even traag, buiten, lezen. Leven.
Snel, snel, want straks hebben mijn 3 bengels weer mijn volle aandacht nodig 😉

Volg Pitcoaching via

Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

We zijn er nog niet

“We zijn er nog niet.” Dat dacht ik toen ik Merkel hoorde verklaren waarom zij tegen het holebihuwelijk in Duitsland gestemd heeft. Ondanks mutti Merkel’s tegenstem, werd op 30 juni 2017 in Duitsland het holebi huwelijk eindelijk gestemd.
Duitsland palaverde al een decennium over het holebihuwelijk, en de stemming kwam er pas na een koerswijziging van Merkel. Die gaf –om electorale redenen- haar conservatieve CDU leden “toestemming” om “volgens hun geweten” te stemmen. Er werd afgestapt van de gebruikelijke partijdiscipline. Merkel stemde zelf tegen, maar uiteindelijk schaarden 393 parlementsleden voor, 226 tegen en vier anderen onthielden zich. De voor-stemmers waren de drie linkse partijen in het Duitse parlement, aangevuld met een aantal partijleden van Merkels conservatieve partij CDU.
Ik ben Merkel de laatste jaren enorm gaan waarderen als sterkste Europese politica die haar nek durft uit te steken op moeilijke thema’s, tegen het populisme in. Die haar rug recht houdt, zich beroepend op universele waarden en rechten van de mens. Haar beleidslijn ten aanzien van de migratie crisis verdient alleen maar respect en erkenning en we kunnen alleen maar hopen dat er nog politici opstaan met een sterke Europese visie en politieke moed.
Net daarom stelde haar nee-stem me zo teleur. Ik moet inderdaad niet vergeten dat Merkel een conservatief is, maar toch. Je zou er anno 2017 van uit gaan dat wanneer iemand zich beroept op universele waarden, en een vuist maakt tegen racisme en xenofobie, dat die persoon die lijn doortrekt wanneer het aankomt op rechten voor holebi’s. Niet dus. We zijn er dus nog niet.
Hoe het anders kan, toont Justin Trudeau. Kijk even en geniet mee van deze foto’s. trudeau trudeau1 trudeau2 trudeau3

OK, hij weet allicht ook wel dat hij bij een bepaald publiek scoort met deze publieke vertoning. Maar mij komt het heel authentiek en oprecht over. Trudeau steekt elke keer weer zijn nek uit. Bij de samenstelling van zijn regering. In de vluchtenlingencrisis, rond het verdrag van Parijs. Hij past inclusiviteit toe in zijn beleid, en draagt dit ook wereldwijd uit. Ik was al in de ban van Canada na onze roadtrip daar, en ben het nu nog meer. 

“Ik ben er nog niet.” Dacht ik toen ik huiswaarts reed na de laatste 2 daagse van mijn opleiding stakeholdermanagement. Ik had er net een geweldige eindpresentatie op zitten, nabespreking en inspirerende afronding met een fantastisch leuke groep professionals. Maar ik reed naar huis met een iet wat wrang gevoel. Omdat ik ‘vergeten’ iets recht te zetten was. Dat kwam zo. Met een klein groepje hebben we gedurende heel de opleiding gewerkt op een case. Gezien ons doel was om het stakeholderproces dat we zouden faciliteren te doen ‘bruisen’, hadden we onszelf omgedoopt tot de ‘cava-girls’. De cava-girls zijn 4 fantastische, sterke, open minded vrouwen en ik die hands-on en vol creativiteit aan de slag gingen om onze case uit te werken. Ons privé leven kwam wel eens aanbod, maar buiten eens een naam van een kind dat viel, wisselden we vooral interessante professionele informatie uit. Op weg naar ons stakeholdermoment, allen samen wat langer in de auto, begonnen – hoe gaat dat ook met 5 vrouwen in één auto- we te tateren over life. Ik zat achterin in het midden – de jonkie van den hoop. Het ging over mijn vroeg opstaan en de onderbroken nachten. De cava-girl naast mij merkte op “Ja maar, kan jouw man dan ook niet eens opstaan.” En ze vervolgde met een verhaal over haar man, en daar pikte iemand anders op in. En voor ik het wist ging het verhaal verder, en ging het nog eens over Jessie haar man, en had ik plots een hoge drempel om tussenbeide te gaan komen en te corrigeren tot ‘de vrouw van Jessie’.
Djeeeeeeez. Ik ben 38 jaar en al 20 jaar uit de kast, en plots daar gepropt tussen 4 andere vrouwen in de auto toen het by the way keigezellig was, had ik drempelvrees om mijn coming out te doen. Of had ik er even geen zin in. Maar hoe langer ik wachtte, hoe moeilijker het werd. Ik wist dat ik er nog op terug zou moeten komen, en hoe langer ik daarmee zou wachten, hoe stommer dat zou zijn. Maar ik zei niets, en achteraf kon ik me keihard op m’n kop kloppen. Thuis gekomen vertelde ik het aan Jak, en die snapte er niets van. Ik kon het toch keigoed vinden met die dames?
Ik weet niet wat er precies speelde, alleen dat ik voor een keer gewoon even mee in de flow wou. Maar toen ik thuis kwam en mijn kinderen zag dacht ik wel: gij zijt een nette, je wil dat je kinderen erover fladderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en dan vind je het plots toch even zelf ook terug eens moeilijk.
Dat nog eens gevoeld hebben, deed me inzien: we zijn er nog niet. Alle wettelijke en publieke zaken ten spijt, begint en eindigt alles met zelf in je kracht staan. Jezelf graag zien en elke keer opnieuw jezelf, je echte zelf, willen tonen. Zo voelt kwetsbaarheid dus.

WP_20170622_18_22_13_ProDe cava-girls die klinken op een geslaagd stakeholdermoment.

Volg Pitcoaching via

“Hoop moet je zelf maken” (Bedankt Alma)

Ik las het afscheidsinterview van Alma De Walsche ondertussen vijf keer. Haar woorden raken me, doen me nadenken, en nemen me mee op een reis terug in mijn eigen herinneringen en pad.
Alma is decennia lang journaliste geweest. Schreef steevast over thema’s en dossiers die me nauw aan het hart liggen. Ecologie en duurzaamheid bijvoorbeeld. Maar ook en vooral: Latijns-Amerika.chicomendes
Mijn nieuwsgierigheid naar dat onbekende, aanlokkelijke continent begon toen ik op 12 jarige leeftijd op vakantie in Gent een boekje vond over Chico Mendes. Mendes was een Braziliaanse rubbertapper en milieu-activist. Rubbertappers en indianen werden door grootgrondbezitters belaagd. Er voltrok zich een ecologische ramp, want de grootgrondbezitters ontbosten aan een ijltempo. Gedreven door zijn idealen ging Mendes de strijd aan tegen ontbossing. Hij leerde de inheemse bevolking op te komen voor hun rechten. Hij organiseerde geweldloos verzet, met menselijke schilden tegen ontbossing. Hij verenigde de rubbertappers. Hij nam internationaal ook het voortouw en werd een symbool om het probleem van het regenwoud wereldkundig te maken. In 1988 werd zijn droom werkelijkheid. Een grote boerderij werd onteigend en een uitgebreid gebied werd beschermd verklaard. Maar het succes kwam te laat. Onder de landeigenaren was de woede inmiddels enorm. Op 22 december 1988 werd hij voor zijn huis in Xapurí doodgeschoten. Zijn levensverhaal en strijd maakte een onwisbare indruk op mijn 12jarige geest.
Later kwam er een uitwisselingsstudente uit Venezuela in mijn klas, Victoria. Zij leerde Nederlands, ik Spaans. Ik ontdekte nog veel meer over dat continent. Verslond de verhalen van Isabel Allende, Marquez, Gioconda Belli. Ik las Galeano en leerde gedichten van Neruda uit mijn hoofd. neruda

Mijn eerste politiek getinte paper ging over Salvador Allende. Ik ging naar Mexico, aangetrokken door de strijd en het verhaal van de Zapatisten. Ik zou er mijn thesis over schrijven. (Later zou ik vallen voor Jak, die haar thesis schreef over… S. Allende)

Alma neemt me mee terug naar hoe ook ik toen in de ban was van het verzet van de Zapatisten: “Het leven in Chiapas was getekend door extreme armoede en uitzichtloosheid, en toch breekt daar een gewapende opstand uit op een moment dat niemand nog in guerrillaoorlog gelooft. De Muur was gevallen, het einde van links en rechts was uitgeroepen, en toch creëren mensen daar, diep in dat woud, nieuwe hoop. Zij beslisten tegen alle gevestigde wijsheid in dat ze de geschiedenis van richting zouden doen veranderen.”
EPrintn ook deze woorden van Alma, blijf ik maar opnieuw lezen: “Hoop moet je zelf maken, niemand die het in jouw plaats zal doen.” Dat schijnbaar simpele, maar wezenlijk revolutionaire inzicht bracht Alma mee uit het Lacandonenwoud. En de oproep van de Zapatisten aan iedereen in de wereld om dat besef om te zetten in concrete actie, om binnen de eigen leefwereld of maatschappij ¡Ya basta! te zeggen en je eigen opstand uit te roepen.

 

Het blijft door m’n hoofd malen, omdat ik zelf, ondertussen een vijftien jaar aan het werk, begonnen in ontwikkelingssamenwerking vanuit idealen, waarden en een grote gedrevenheid om dingen te veranderen, hierin ondertussen een heel proces heb afgelegd.
De waarden zijn overeind gebleven, de gedrevenheid ook durf ik te stellen. Mijn ideaalbeeld is gewijzigd. Ik zelf ben veranderd. En ik heb de afgelopen jaren me wel vaker eens laten meeslepen in de vraag ‘heeft het allemaal wel nog zin, dat verzet, die andere, betere wereld mee proberen maken?’ Er zijn zo’n immens grote tegenwerkende krachten. Er lijken zoveel mensen te zijn who couldn’t care less.
Alma zet een andere blik op de voorgrond: “Er zijn zoveel mensen die hun leven, tijd, geld en kennis geven om een nieuwe wereld te bouwen. Altijd opnieuw, altijd ergens.”
En ook deze quote plak ik op een post-it op m’n bureau voor als de twijfel weer eens toeslaat: “Succes is niet het ultieme criterium om te oordelen over wat je doet en welke keuzes je maakt, maar wel de vraag of jij zelf en andere mensen meer mens worden door wat jij doet.”
Alma besluit het interview als volgt: “Iedereen moet zichzelf in de ogen kijken, met zijn of haar geweten als kompas… Een leven dat niet onderzocht is, is niet de moeite waard…. Altijd op de ander toegaan en vragen stellen, om jezelf te leren kennen, maar ook om de waan door te prikken: dat is de opdracht waarmee ieder mens in het leven staat.”

Bedankt dus Alma. Voor alle leerrijke artikels, inzichten, verbanden, achtergrondinformatie. Voor jouw engagement. En jouw wijze woorden die me doen reflecteren zo op het einde van het werkjaar. Que te vaya bien!

Heel hele interview met Alma, van de hand van Gie Goris, kan je hier lezen:
http://www.mo.be/interview/alma-de-walsche-hoop-moet-je-zelf-maken-niemand-doet-het-jouw-plaats

Volg Pitcoaching via

Ben ik een goede moeder?

Sinds maxi die allereerste keer naakt op mij lag, heeft die vraag me wel eens bezig gehouden. Ondertussen, vijf jaar en 3 mini’s verder, heb ik daar wel een gedacht over. Toen Marijke Libert eind vorig jaar contact opnam en me haar idee voor haar boek toelichtte, was ik meteen verkocht. Echte verhalen van en over moeder zijn, dat wou ze brengen. Of ik mee wou doen?
Nu is het boek er. 100 authentieke verhalen, en eentje dat van ons. Big smile.

benikeengoedemoederUit de voorstellingstekst:
Schrijfster Marijke Libert luistert naar honderd moeders in heel Vlaanderen. Wanneer werden ze moeder? Waar worstelen ze mee? Was er soms angst, paniek, twijfel? Waar zijn ze trots op? De moeders komen uit alle rangen en standen. Ze zijn rijk of arm, zijn werkloos of hebben topfuncties. Ze hebben één kind of tien kinderen. Ze werden zwanger als tiener of op hun zevenenveertigste. Ze zijn oer-Vlaams of ingeweken. Ze zijn adoptiemoeder, pleegmoeder, onthaalmoeder, holebimoeder of moeder van een overleden kind. Ze kozen voor inseminaties en ivf, of voor abortus. Hun pasgeboren baby’s wogen 4,5 kilo of 900 gram. Ze combineren werk en gezin of ze zegden hun job vaarwel om meer tijd te hebben voor de kinderen.

Honderd moeders. Tien kettingen. Tien thema’s die in elk verhaal terugkeren.

De verhalen zijn opvallend en normaal, en in hun normaliteit weer bijzonder. Omdat elke moeder op deze ‘moederplaneet’ verbonden is door het moederschap vroeg ik hen ook om het woord door te geven aan de volgende moeder. Zo ontstonden moederkettingen. Tien in totaal. Na dertig interviews zag ik soms heel onverwachte thema’s opduiken. Wie had gedacht dat voeding zo’n belangrijk onderdeel uitmaakte van een moederleven? Ik niet. Verrukking, ontroering, verbijstering, tranen: alle emoties passeerden bij de moeders-deelnemers en bij de moeder die registreerde en nadien de verhalen zorgzaam en zo letterlijk mogelijk uitschreef. De verhalen zijn teder, plezant, soms treurig, nooit melig, maar altijd uit het hart en in the face.
De honderd ontmoetingen leveren één voor één pareltjes op over het leven tussen onmacht en stelligheid. Het moederschap zoals het is: rauw, warm, vertederend, confronterend.

En hier een stukje uit mijn verhaal in het boek:
“… Toch heb ik mijn moedergevoel nog lange tijd onderdrukt. Ik was te onrustig, ik wou verkennen, andere einders zien. Acht jaar lang reisde ik de wereld rond, vaak voor het werk. Tot ik dertig werd en ik iets meemaakte wat me wakker schudde. Ik had zangeres Yasmine ontmoet, toen ze een campagne van de Ngo Wereldsolidariteit mee gezicht gaf. Kort daarna stapte ze uit het leven. Ik stond niet zo dicht bij haar, maar was wel enorm geschokt. Daarna groeide het besef dat ik in al mijn onrust vooral bezig was met invulling, niet met vervulling. De laag die ik rond mijn moederschap had gepleisterd, brokkelde af. Ik liet iets toe, een alles overheersend en intens moedergevoel. Mijn vrienden en familie zagen mij veranderen….”

Ben ik een goede moeder? 100 vrouwen over de belangrijkste vraag in hun leven. Marijke Libert, uitgegeven bij Manteau.

Volg Pitcoaching via

Rok ’n roll

Nee, er staat geen typfout in de titel. Want die verwijst naar kleine meisjes in rokjes die aan het rollen geslaan zijn. Letterlijk. De ene op skeelers, de andere op rolschaatsen. Maxi meisje was jarig en was heel stellig: skeelers, dat wou ze. De andere haakte in “ik wil dat ook”. Maar Blondie (meisje 2), is pas jarig in juni, en zou háár rolschaatsen krijgen met haar verjaardag. Besloten de ouders die enige opvoedkunde aan de dag proberen leggen.
Drie dagen. Drie volle dagen heeft mijn pedagogische wil om Blondie het genot van het ‘uitkijken naar…’ stand gehouden. Dan stond ze ook al ’s nachts aan mijn bed als een volleerde vakbondsvrouw te onderhandelen: “als ik mijn rolschaatsen nu al krijg, zal ik tot aan mijn verjaardag brocolli eten.” Oogopslag op de wekkerradio leerde me dat het 4u ’s ochtends was. Kleine pitbull zou niet afhouden tot de buit binnen was. Ik stemde toe.
Blondie verkondigde voldaan aan de ontbijttafel dat mama vandaag haar rolschaatsen zou bestellen. Lief keek vragend op, ik wuifde het weg. Iets met vlees dat ’s nachts zwak is en dat ‘de aanhouder wint’ ook een belangrijk pedagogisch inzicht is.
En dus rollen ze nu met twee. Door het huis, want het is pokkeslecht weer. Hier zou ook, parket-technisch gezien dan, paal en perk aan gesteld moeten worden. Maar ze kirren zo tijdens dat rollen, dat ik zin kreeg om mee te doen.
Grenzen stellen op rollen: one down.

rollerblading

Volg Pitcoaching via

Play time

Nee dit is geen promo stukje voor Telenet. Al heb ik wel genoten van het gratis Play More aanbod afgelopen maand (met dank aan De Morgen). Of vooral de meisjes dan, die liever 30 keer ‘de kleine zeemeermin’ bekeken dan het uitgebreide filmaanbod verkennen. Heb dus geen abonnement genomen. Onze collectie aanvullen met iets over zeemeerminnen en ze zijn zoet 😉
Ik schreef kort geleden een melig stukje over mijn gezinsgeluk waarin roze pony’s een nogal centrale rol spelen. Hier hoort een kleine kanttekening bij. Zo samen spelen, op een stokpaard rijden (letterlijk dan) enal. Het is niet zo “that I was born to do this”. Pas op, ik ben een baby person, en hou wel van kinderen in het algemeen. Niet van alle, en niet in alle omstandigheden, maar ik wil maar zeggen, ik heb in de jeugdbeweging gezeten, leiding gedaan op kampen, jeugdwerking… Kinderen, ik kan daar wel mee om.
Maar zo helemaal mee op gaan in hun spel. Zo van het ene moment ben je nog even een werkrapport aan het lezen en notities aan het maken, en het andere moment word je geacht op commando een eenhoorntemmer te zijn die in Plopsaland shows aankondigt van K3, nee, dat is een gave die ik niet meegekregen heb. In mijn hoofd bleef ik ondertussen verder mentale notities maken bij dat rapport of al een volgende werkmail voor te bereiden.
Tot er een fase kwam dat ik geen plezier meer had. Dat kwam door moeilijke familiale omstandigheden en iets dat leek op chronische oververmoeidheid. Maar er was meer aan de hand. Ik was het precies verleerd om plezier te maken. Om te lachen, en niet altijd zo serieus taakjes af te vinken en te hollen naar een volgende To Do.
Nochtans was humor en lachen altijd een heel fundamenteel onderdeel van mijn fun-times geweest. Maar het was weg.
Ik las iets soortgelijk in het boek van Shonda Rhimes ‘the year of yes’. Buiten een beetje overgewicht heb ik in de verre verste geen gelijkenissen met deze zwarte, Amerikaanse top tv producer. Maar ze is de schrijver en producer van één van mijn favoriete tv-series ever (Borgen blijft wel op 1) en ik was dus meer dan geprikkeld om haar boek te lezen. Het is heel Amerikaans, maar haar verhaal van moeilijk uit haar comfortzone raken, triggerde me. Ze daagde zichzelf uit om een jaar lang overal ja op te zeggen waar ze in feite schrik van heeft. comfortzone

Haar Tedtalk over dit experiment vind je hier.

Maar het was vooral ook het stuk waarin ze het had over hoe ja zeggen tegen spelen met haar kinderen, voor een grote ommekeer bij haar zorgde. Ik begon het ook te doen. Telkens de meisjes vroegen om samen te spelen, ja zeggen. Niet eerst nog die was plooien. Niet nog die werkmails ondertussen checken. Geen ‘niet nu’s’ of ‘laters’, maar gewoon ja zeggen. En even spelen. Al is het maar vijf minuten. Dat had een enorm effect. Geen tweestrijd meer, geen gezucht. Gewoon.even.spelen. En ook al was ik moe, had ik er geen zin in of waren er tien meer dringende dingen. Even samen spelen en ja zeggen op een voorstel dat zij doen, dat maakte een wereld van verschil. Ik ben nog steeds niet geboren om eenhoorntemmer à l’improviste te zijn, maar ik word er wel steeds beter in. En vooral: ik ben er opnieuw plezier mee gaan beleven.
“The hum” – “ de zoem” noemt Rhimes het. In een soort van flow zitten, waarin je echt helemaal kan gaan voor jouw ding. Die hum dus. Die komt voort uit geluk. Liefde. Het is de elektriciteit die voortkomt uit de opwinding van het leven. Die komt van vertrouwen en rust, en maalt niet om andermans oordeel. Of van de ballen in de lucht, de verwachting, de druk. Die zoem dus, die wordt gevoed door spelen.
Dat er nog wat werk is aan mijn “speel-kwaliteiten”, bewijst deze foto. Zoek de eenhoorn 😉 kleiknutselwerk (De dieren die je wél herkent, hebben Luka en Noa gemaakt :-)) 

Volg Pitcoaching via