Onze vrouwelijke natuur

In het begin van mijn vakantie schreef ik dit stukje over hoe ik na slechts enkele maanden werk, alweer in de val van ‘snel snel’ getrapt was. Als ik iets wil aanpakken of veranderen, zoek ik vaak inspiratie en motivatie in boeken. Nu ook. Zo kwam ‘Stop de rush’ in m’n handen terecht. Het werd zo’n boek waarbij ik voortdurend dacht: dit zijn zaken die ik hopelijk blijvend in m’n kop hou. Omdat te bewerkstelligen, streep ik dingen aan in boeken, en integreer ik zaken in mijn actielijsten of mijn onenote overzichten of plak ik dingen in mijn keukenkast, maar daar gaat dit blogstukje niet over. Beiden boeken zijn heel erg gericht op vrouwen. Het ene omdat het veel aandacht besteedt aan effecten van onze leefwijze (‘haast en spoedsyndroom’) en stress op het lichaam (en onze hormonale huishouding), het andere omdat het vrouwen aanzet meer op de voorgrond te treden, hun stem te laten horen, een verschil te maken (een boek over persoonlijke groei).
Ik ben eigenlijk zelf nog maar een goeie vijf jaar – pakweg sinds ik zelf mama ben geworden – zaken, en life bij uitbreiding, door een genderbril beginnen bekijken. Ik weet niet of ik voordien daar blind voor was, of het gewoon niet wilde zien (oh jee, toch niet nog een battle die gestreden moet worden), maar feit is dat ik me eigenlijk nog maar recent echt expliciet feministe noem. Maar ook daar gaat dit blogstukje niet over. (Misschien een andere keer, want één van de boeken die wel nog op mijn nachtkastje ligt te wachten is de laatste van Anja Meulenbelt: feminisme, terug van nooit weggeweest).

Fitheid en energie zijn me erg beginnen boeien toen ik ontdekte dat ik beiden niet meer had. Ik lichte al eens toe hoe ik ingezet heb op afvallen de afgelopen tijd, maar voor mij gaat het veel breder dan dat. Je fit voelen geeft energie, maar ook uitdagingen aangaan, plannen maken, dromen realiseren, geeft energie en laat dat nu net enkele van mijn dada’s zijn. Energie gaat ook over uitstraling, in je kracht staan, een verschil proberen maken. En ik leer steeds meer dat goed voor jezelf zorgen hiervoor essentieel is, en dicht bij de natuur zijn, maar ook bij je eigen natuur (en dus in ons geval, vrouwelijke natuur) cruciaal is.
Het boek ‘Stop de rush’ (Leen Steyaert), dat ik las, is hieraan gelinkt. Hoe we door ons werk- en leefritme, hoe ik door mijn ‘zijn’ritme, bijna permanent in overdrive ben, en dat net dit, heel erg nefast is, voor energie in de brede zin van het woord. Mijn “druk leven” is allicht heel relatief, en ja, het heeft me ook al veel vervulling en dus geluk bezorgd. Ik ben er zelfs wat aan verslaafd, want vind ik het niet top om meer ‘hacks’ in te voeren, en nog meer efficiëntie trucs toe te passen? Ik kan behoorlijk snel gaan en heb me in het werk al vaak erg ‘gesmeten’, en dat kan (soms) voldoening geven.

“Hebben vrouwen zo veel te doen of hebben ze hun perceptie van tijd verloren? Kunnen ze geen prioriteiten stellen of kicken ze op de rush? Zijn de verwachtingen die de maatschappij aan hen stelt te hoog of willen ze echt het beste van zichzelf tonen? De gejaagdheid die het leven van vrouwen beheerst, kan behoorlijk destructief zijn (burn-out, depressie, …).” Het boek Stop de rush’ gaat over vrouwen die van alles en nog wat doen om beter te worden, aanvaard en geliefd te worden, om toch maar niet afgewezen te worden, omdat velen van ons ervan overtuigd zijn dat we niet goed genoeg zijn zoals we zijn… Het boek staat stil bij de gejaagdheid van vrouwen, waarvan dit komt, wat dit voor effecten heeft, wat er aan te doen…
Ik voelde me aangesproken 🙂

Vrouwen van vandaag draaien dubbele shifts, dat weten we al, met dank aan onze emancipatie ;-). Bovendien is er bijkomende druk omdat we ons vaak erg ten dienste stellen van anderen. Die druk komt er omdat we niemand willen teleur stellen, omdat we bang zijn om afgewezen te worden. Deze angst zit in de vrouwelijke genen. Vrouwen die in de oertijd uit de groep werden gestoten en aan hun lot werden overgelaten, waren vogels voor de kat. Ze overleefden het niet. Die angst voel je al vroeg in de kindertijd. Door allerlei indrukken die je als meisje opdoet, ontstaat het gevoel dat je niet genoeg liefde krijgt en als gevolg daarvan probeer je de rest van je leven al het mogelijke te doen om nooit meer het gevoel te hebben dat je uitgesloten, niet geliefd wordt. Dus doe je alles om mensen te behagen. Veel vrouwen haten conflicten en doen alles om die te vermijden. Ze willen het koste wat kost de vrede bewaren.
In het boek wordt ook het gevaar belicht dat vrouwen onbewust zaken van generatie op generatie doorgeven (‘de moederwonde’): dochters gaan zich onbewust verantwoordelijk voelen voor de pijn van hun moeder en om haar zo veel mogelijk pijn te besparen, maakt de dochter zich zo klein mogelijk, waardoor ze haar ambities onderdrukt. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat ze gedwongen worden om te kiezen tussen krachtig zijn of geliefd. Tussen hun eigen potentieel realiseren of behagen. De meeste vrouwen kiezen ervoor om geliefd te zijn, omdat ze bang zijn dat ze anders de liefde van de belangrijkste personen in hun leven zullen verliezen.

Ik herkende wel wat van de symptomen, en ik wil de komende maanden proberen verder aan de slag te gaan met de tips van het boek. Grote pijlers: voeding, beweging en lichaamstherapie, mindset en rust. Want dat zijn de bouwstenen voor een gezonde hormonale balans, zenuwstelsel en bij uitbreiding de rest van je lijf. Geen makkelijke opgave, als ik mijn agenda alleen al voor september bekijk 😉 Maar het moeilijkste zal zijn de aard van het beestje stapjes gewijs een beetje proberen wijzigen. Mindswitches zijn altijd de moeilijkste kapen te nemen.
Maar ik ben wel heel erg overtuigd van hoe zinvol dat zou zijn. Ik heb heel erg stilgestaan bij de toelichting over de oorsprong van de gejaagdheid van veel vrouwen, en hoe moeders dingen onbewust doorgeven aan hun kinderen. Zelfvertrouwen en veerkracht zijn voor mij 2 essentiële elementen die ik mijn dochters wil meegeven, en zelfzorg leidt daartoe, maar ook: elke keer opnieuw proberen mindful om te gaan met wat op ons pad komt. Dat kan alleen als je regelmatig vertraagt. En dicht bij je natuur blijft. 
Ook over dat laatste heb ik lang nagedacht. Mijn vrouwelijke natuur. Ik kreeg onlangs eens (goedbedoeld) te horen ‘je moet wat werken aan je vrouwelijkheid’. Ik weet natuurlijk wel waar dat op slaat. Maar hoe meer ik in dat boek las, hoe meer ik wist: ik ben op en top vrouwelijk 😉 Veel investeren in zorgen voor anderen, lovejunkie, heel mijn tiener en twen jaren zijn doorgegaan in angst voor afwijzing, in (jezelf) niet goed genoeg vinden …Ik heb een hele weg afgelegd in mezelf graag zien, in zorgen voor mezelf, in opkomen voor wat ik zelf echt verlang en behoefte aan heb, in grenzen trekken… en dat zal altijd wel beetje work in progress blijven, maar wat zou ik graag al mijn geleerde lessen hierin als een pakje kunnen meegeven aan mijn meisjes, zonder dat zij die hobbelige, bij tijden eenzame en pijnlijke weg moeten afleggen. Zo marcheert het jammer genoeg niet, maar ik kan er hen wel van prils af aan bewust van maken (hoop ik). 

En over die vrouwelijke natuur. Ik was enkele weken geleden tot tranen toe geraakt toen Sarah Bettens in het programma waarin ze on the road was in Alaska, uitlegde dat ze veel opmerkingen kreeg over haar uiterlijk. Dat het zo mannelijk is. Waarom ze niet eens oorbellen draagt, of make up opdoet. Of haar haar laat groeien. Haar wat vrouwelijker kleedt. “Ik heb het geprobeerd”, zei ze. “Maar ik voelde me voortdurend alsof ik in een toneelstuk speelde. Ik voelde me voortdurend onecht, ongemakkelijk. Dus ben ik er mee gestopt. Ik draag kleding waarin ik me goed voel, waarin ik mezelf ben. Dat anderen daar nog steeds aanstoot aan nemen, is jammer. Maar het is hun probleem.”
Hoe sterk dacht ik, van Sarah. De berg al beklommen hebben van er niet meer mee inzitten van wat anderen vinden. Ik wens het mezelf, mijn dochters en bij uitbreiding alle girls out there die dicht bij hun echte vrouwelijke natuur willen zijn, toe. Ongeacht of dat met oorbellen is of niet. 

Volg Pitcoaching via

Snel, sneller, traag.

Twee, bijna drie maanden was ik terug aan het werk nadat ik de draad terug opnam na mijn zwangerschapsverlof.
Op die korte tijd was ik erin geslaagd om al mijn goede voornemens van te vertragen en van meer af te bakenen overboord te gooien. Ik was nochtans goed gewapend. Ik heb –dankzij zen mini nummer 3 – tijd gehad om te lezen. Boeken als ‘1 ding’, de ‘4hour workweek’, ‘nooit meer te druk’, ‘je werk en je leven’, ‘essentialism: the disciplined pursuit of less’, nog wat boeken over mindfulness, meditatie-oefeningen… ik las het allemaal, maakte vlijtig notities, transformeerde die tot Jess actiepunten, geïntegreerd in mijn week- en jaarplan… en paste veel ervan toe … behalve diegene die inzoemen op ‘rust’, ‘mindful’, … Traag of minder of niet doen…om net daardoor meer te zijn dan te doen, ja, dat blijft echt moeilijk.
In één van die boeken las ik een passage die ik dik aanstreepte en me volgende vraag in m’n hoofd deed prenten: “Ben ik dingen aan het doen om andere belangrijke dingen te vermijden?”
Dat vind ik zo’n treffende zin. We zijn allemaal zo druk bezig met werk, werk, werk. En ons huishouden. En ons sociaal leven. En nog vanalles. Maar druk bezig zijn is een vorm van luiheid. Lui om echt na te denken, stil te staan bij ons leven. Druk bezig zijn is vaak lukraak handelen: ben ik produtief, of alleen maar actief? Staan we stil bij welke impact onze activiteiten, onze to do’s, ons druk zijn, heeft? En impact voor wie, voor wat? Zijn we bezig met het vervullen van ons levensdoel, het realiseren van onze droom? Weten we überhaupt welke die zijn? Nemen we tijd om te kijken hoe we onze dromen gaan realiseren? Hangt ons werk samen met onze levensvisie?
Nee, die laatste vragen, daar had ik de afgelopen 3 maanden plots geen tijd meer. Ik was teveel aan het opgaan in mijn werk. En ik begon steeds sneller te gaan, zette de computer op om 5h ’s ochtends, en vaak opnieuw op wanneer de kids sliepen, en het leek wel alsof ik nooit gelezen en gereflecteerd had over vertragen, stilstaan, werkinvulling in lijn brengen met mijn visie en wensen op andere deelaspecten van mijn leven.
Dus op het einde van dit werkjaar evalueer ik kritisch mijn racekip-attitude, en denk ik na hoe ik na de vakantie opnieuw ga proberen dingen anders aan te pakken. Hoe ik alert moet worden voor wanneer ik van snel naar sneller ga, om dan te vertragen.

Die reflex moet ik aanleren. Ik neem onder de loep met welke tijdsverslindende activiteiten ik ga stoppen of nog assertiever mee omgaan (bye bye vergaderitis). Ik ga nog duidelijker prioritiseren (als dit het enige is dat ik vandaag gedaan krijg, ben ik dan tevreden?), en dingen in lijn proberen brengen met mijn jaarplan en lifegoals. Pfieuw. Eigenlijk is het poepsimpel, zegt Tim Ferriss: “De sleutel tot meer tijd is minder doen”. Hallelujah! Dat ik daar zelf nog niet opgekomen was 
Ondertussen geniet ik met volle teugen van 2 nieuwe boeken: “Op de tweesprong van moeten en willen” van Elle Luna en “Get Real” van Lien de Pau.
En na dit reflecteren, en dingen ingepland te hebben voor na de vakantie, ga ik nu even traag, buiten, lezen. Leven.
Snel, snel, want straks hebben mijn 3 bengels weer mijn volle aandacht nodig 😉

Volg Pitcoaching via

“Hoop moet je zelf maken” (Bedankt Alma)

Ik las het afscheidsinterview van Alma De Walsche ondertussen vijf keer. Haar woorden raken me, doen me nadenken, en nemen me mee op een reis terug in mijn eigen herinneringen en pad.
Alma is decennia lang journaliste geweest. Schreef steevast over thema’s en dossiers die me nauw aan het hart liggen. Ecologie en duurzaamheid bijvoorbeeld. Maar ook en vooral: Latijns-Amerika.chicomendes
Mijn nieuwsgierigheid naar dat onbekende, aanlokkelijke continent begon toen ik op 12 jarige leeftijd op vakantie in Gent een boekje vond over Chico Mendes. Mendes was een Braziliaanse rubbertapper en milieu-activist. Rubbertappers en indianen werden door grootgrondbezitters belaagd. Er voltrok zich een ecologische ramp, want de grootgrondbezitters ontbosten aan een ijltempo. Gedreven door zijn idealen ging Mendes de strijd aan tegen ontbossing. Hij leerde de inheemse bevolking op te komen voor hun rechten. Hij organiseerde geweldloos verzet, met menselijke schilden tegen ontbossing. Hij verenigde de rubbertappers. Hij nam internationaal ook het voortouw en werd een symbool om het probleem van het regenwoud wereldkundig te maken. In 1988 werd zijn droom werkelijkheid. Een grote boerderij werd onteigend en een uitgebreid gebied werd beschermd verklaard. Maar het succes kwam te laat. Onder de landeigenaren was de woede inmiddels enorm. Op 22 december 1988 werd hij voor zijn huis in Xapurí doodgeschoten. Zijn levensverhaal en strijd maakte een onwisbare indruk op mijn 12jarige geest.
Later kwam er een uitwisselingsstudente uit Venezuela in mijn klas, Victoria. Zij leerde Nederlands, ik Spaans. Ik ontdekte nog veel meer over dat continent. Verslond de verhalen van Isabel Allende, Marquez, Gioconda Belli. Ik las Galeano en leerde gedichten van Neruda uit mijn hoofd. neruda

Mijn eerste politiek getinte paper ging over Salvador Allende. Ik ging naar Mexico, aangetrokken door de strijd en het verhaal van de Zapatisten. Ik zou er mijn thesis over schrijven. (Later zou ik vallen voor Jak, die haar thesis schreef over… S. Allende)

Alma neemt me mee terug naar hoe ook ik toen in de ban was van het verzet van de Zapatisten: “Het leven in Chiapas was getekend door extreme armoede en uitzichtloosheid, en toch breekt daar een gewapende opstand uit op een moment dat niemand nog in guerrillaoorlog gelooft. De Muur was gevallen, het einde van links en rechts was uitgeroepen, en toch creëren mensen daar, diep in dat woud, nieuwe hoop. Zij beslisten tegen alle gevestigde wijsheid in dat ze de geschiedenis van richting zouden doen veranderen.”
EPrintn ook deze woorden van Alma, blijf ik maar opnieuw lezen: “Hoop moet je zelf maken, niemand die het in jouw plaats zal doen.” Dat schijnbaar simpele, maar wezenlijk revolutionaire inzicht bracht Alma mee uit het Lacandonenwoud. En de oproep van de Zapatisten aan iedereen in de wereld om dat besef om te zetten in concrete actie, om binnen de eigen leefwereld of maatschappij ¡Ya basta! te zeggen en je eigen opstand uit te roepen.

 

Het blijft door m’n hoofd malen, omdat ik zelf, ondertussen een vijftien jaar aan het werk, begonnen in ontwikkelingssamenwerking vanuit idealen, waarden en een grote gedrevenheid om dingen te veranderen, hierin ondertussen een heel proces heb afgelegd.
De waarden zijn overeind gebleven, de gedrevenheid ook durf ik te stellen. Mijn ideaalbeeld is gewijzigd. Ik zelf ben veranderd. En ik heb de afgelopen jaren me wel vaker eens laten meeslepen in de vraag ‘heeft het allemaal wel nog zin, dat verzet, die andere, betere wereld mee proberen maken?’ Er zijn zo’n immens grote tegenwerkende krachten. Er lijken zoveel mensen te zijn who couldn’t care less.
Alma zet een andere blik op de voorgrond: “Er zijn zoveel mensen die hun leven, tijd, geld en kennis geven om een nieuwe wereld te bouwen. Altijd opnieuw, altijd ergens.”
En ook deze quote plak ik op een post-it op m’n bureau voor als de twijfel weer eens toeslaat: “Succes is niet het ultieme criterium om te oordelen over wat je doet en welke keuzes je maakt, maar wel de vraag of jij zelf en andere mensen meer mens worden door wat jij doet.”
Alma besluit het interview als volgt: “Iedereen moet zichzelf in de ogen kijken, met zijn of haar geweten als kompas… Een leven dat niet onderzocht is, is niet de moeite waard…. Altijd op de ander toegaan en vragen stellen, om jezelf te leren kennen, maar ook om de waan door te prikken: dat is de opdracht waarmee ieder mens in het leven staat.”

Bedankt dus Alma. Voor alle leerrijke artikels, inzichten, verbanden, achtergrondinformatie. Voor jouw engagement. En jouw wijze woorden die me doen reflecteren zo op het einde van het werkjaar. Que te vaya bien!

Heel hele interview met Alma, van de hand van Gie Goris, kan je hier lezen:
http://www.mo.be/interview/alma-de-walsche-hoop-moet-je-zelf-maken-niemand-doet-het-jouw-plaats

Volg Pitcoaching via

Ben ik een goede moeder?

Sinds maxi die allereerste keer naakt op mij lag, heeft die vraag me wel eens bezig gehouden. Ondertussen, vijf jaar en 3 mini’s verder, heb ik daar wel een gedacht over. Toen Marijke Libert eind vorig jaar contact opnam en me haar idee voor haar boek toelichtte, was ik meteen verkocht. Echte verhalen van en over moeder zijn, dat wou ze brengen. Of ik mee wou doen?
Nu is het boek er. 100 authentieke verhalen, en eentje dat van ons. Big smile.

benikeengoedemoederUit de voorstellingstekst:
Schrijfster Marijke Libert luistert naar honderd moeders in heel Vlaanderen. Wanneer werden ze moeder? Waar worstelen ze mee? Was er soms angst, paniek, twijfel? Waar zijn ze trots op? De moeders komen uit alle rangen en standen. Ze zijn rijk of arm, zijn werkloos of hebben topfuncties. Ze hebben één kind of tien kinderen. Ze werden zwanger als tiener of op hun zevenenveertigste. Ze zijn oer-Vlaams of ingeweken. Ze zijn adoptiemoeder, pleegmoeder, onthaalmoeder, holebimoeder of moeder van een overleden kind. Ze kozen voor inseminaties en ivf, of voor abortus. Hun pasgeboren baby’s wogen 4,5 kilo of 900 gram. Ze combineren werk en gezin of ze zegden hun job vaarwel om meer tijd te hebben voor de kinderen.

Honderd moeders. Tien kettingen. Tien thema’s die in elk verhaal terugkeren.

De verhalen zijn opvallend en normaal, en in hun normaliteit weer bijzonder. Omdat elke moeder op deze ‘moederplaneet’ verbonden is door het moederschap vroeg ik hen ook om het woord door te geven aan de volgende moeder. Zo ontstonden moederkettingen. Tien in totaal. Na dertig interviews zag ik soms heel onverwachte thema’s opduiken. Wie had gedacht dat voeding zo’n belangrijk onderdeel uitmaakte van een moederleven? Ik niet. Verrukking, ontroering, verbijstering, tranen: alle emoties passeerden bij de moeders-deelnemers en bij de moeder die registreerde en nadien de verhalen zorgzaam en zo letterlijk mogelijk uitschreef. De verhalen zijn teder, plezant, soms treurig, nooit melig, maar altijd uit het hart en in the face.
De honderd ontmoetingen leveren één voor één pareltjes op over het leven tussen onmacht en stelligheid. Het moederschap zoals het is: rauw, warm, vertederend, confronterend.

En hier een stukje uit mijn verhaal in het boek:
“… Toch heb ik mijn moedergevoel nog lange tijd onderdrukt. Ik was te onrustig, ik wou verkennen, andere einders zien. Acht jaar lang reisde ik de wereld rond, vaak voor het werk. Tot ik dertig werd en ik iets meemaakte wat me wakker schudde. Ik had zangeres Yasmine ontmoet, toen ze een campagne van de Ngo Wereldsolidariteit mee gezicht gaf. Kort daarna stapte ze uit het leven. Ik stond niet zo dicht bij haar, maar was wel enorm geschokt. Daarna groeide het besef dat ik in al mijn onrust vooral bezig was met invulling, niet met vervulling. De laag die ik rond mijn moederschap had gepleisterd, brokkelde af. Ik liet iets toe, een alles overheersend en intens moedergevoel. Mijn vrienden en familie zagen mij veranderen….”

Ben ik een goede moeder? 100 vrouwen over de belangrijkste vraag in hun leven. Marijke Libert, uitgegeven bij Manteau.

Volg Pitcoaching via

Play time

Nee dit is geen promo stukje voor Telenet. Al heb ik wel genoten van het gratis Play More aanbod afgelopen maand (met dank aan De Morgen). Of vooral de meisjes dan, die liever 30 keer ‘de kleine zeemeermin’ bekeken dan het uitgebreide filmaanbod verkennen. Heb dus geen abonnement genomen. Onze collectie aanvullen met iets over zeemeerminnen en ze zijn zoet 😉
Ik schreef kort geleden een melig stukje over mijn gezinsgeluk waarin roze pony’s een nogal centrale rol spelen. Hier hoort een kleine kanttekening bij. Zo samen spelen, op een stokpaard rijden (letterlijk dan) enal. Het is niet zo “that I was born to do this”. Pas op, ik ben een baby person, en hou wel van kinderen in het algemeen. Niet van alle, en niet in alle omstandigheden, maar ik wil maar zeggen, ik heb in de jeugdbeweging gezeten, leiding gedaan op kampen, jeugdwerking… Kinderen, ik kan daar wel mee om.
Maar zo helemaal mee op gaan in hun spel. Zo van het ene moment ben je nog even een werkrapport aan het lezen en notities aan het maken, en het andere moment word je geacht op commando een eenhoorntemmer te zijn die in Plopsaland shows aankondigt van K3, nee, dat is een gave die ik niet meegekregen heb. In mijn hoofd bleef ik ondertussen verder mentale notities maken bij dat rapport of al een volgende werkmail voor te bereiden.
Tot er een fase kwam dat ik geen plezier meer had. Dat kwam door moeilijke familiale omstandigheden en iets dat leek op chronische oververmoeidheid. Maar er was meer aan de hand. Ik was het precies verleerd om plezier te maken. Om te lachen, en niet altijd zo serieus taakjes af te vinken en te hollen naar een volgende To Do.
Nochtans was humor en lachen altijd een heel fundamenteel onderdeel van mijn fun-times geweest. Maar het was weg.
Ik las iets soortgelijk in het boek van Shonda Rhimes ‘the year of yes’. Buiten een beetje overgewicht heb ik in de verre verste geen gelijkenissen met deze zwarte, Amerikaanse top tv producer. Maar ze is de schrijver en producer van één van mijn favoriete tv-series ever (Borgen blijft wel op 1) en ik was dus meer dan geprikkeld om haar boek te lezen. Het is heel Amerikaans, maar haar verhaal van moeilijk uit haar comfortzone raken, triggerde me. Ze daagde zichzelf uit om een jaar lang overal ja op te zeggen waar ze in feite schrik van heeft. comfortzone

Haar Tedtalk over dit experiment vind je hier.

Maar het was vooral ook het stuk waarin ze het had over hoe ja zeggen tegen spelen met haar kinderen, voor een grote ommekeer bij haar zorgde. Ik begon het ook te doen. Telkens de meisjes vroegen om samen te spelen, ja zeggen. Niet eerst nog die was plooien. Niet nog die werkmails ondertussen checken. Geen ‘niet nu’s’ of ‘laters’, maar gewoon ja zeggen. En even spelen. Al is het maar vijf minuten. Dat had een enorm effect. Geen tweestrijd meer, geen gezucht. Gewoon.even.spelen. En ook al was ik moe, had ik er geen zin in of waren er tien meer dringende dingen. Even samen spelen en ja zeggen op een voorstel dat zij doen, dat maakte een wereld van verschil. Ik ben nog steeds niet geboren om eenhoorntemmer à l’improviste te zijn, maar ik word er wel steeds beter in. En vooral: ik ben er opnieuw plezier mee gaan beleven.
“The hum” – “ de zoem” noemt Rhimes het. In een soort van flow zitten, waarin je echt helemaal kan gaan voor jouw ding. Die hum dus. Die komt voort uit geluk. Liefde. Het is de elektriciteit die voortkomt uit de opwinding van het leven. Die komt van vertrouwen en rust, en maalt niet om andermans oordeel. Of van de ballen in de lucht, de verwachting, de druk. Die zoem dus, die wordt gevoed door spelen.
Dat er nog wat werk is aan mijn “speel-kwaliteiten”, bewijst deze foto. Zoek de eenhoorn 😉 kleiknutselwerk (De dieren die je wél herkent, hebben Luka en Noa gemaakt :-)) 

Volg Pitcoaching via

Snaveltjespraat

“Mama, kijk eens in hoe een klein bolletje ik mij kan maken?” “Mag ik dan, als de baby uit jouw buik is, ook nog eens opnieuw in jouw buik met mijn snaveltje aan jouw snaveltje?”

Ik ben nog nooit zo vertederd geweest door een taalfoutje. Ze is 4, mijn dochter, en hoewel ze navel bedoelt, is haar woordkeuze ook sprekend. Haar snavel staat nooit stil, en ze vindt het alleen maar logisch dat haar snavel gericht is op ons, met honderden vragen, vaststellingen, tegensprekingen, “waarom’s” en “eigenlijk’s”. Er is geen ontkomen aan, dus probeer ik geduldig te luisteren, te antwoorden, mee te gaan in haar kinderlogica en na te denken over kwesties als ‘waarom wordt een regenworm niet nat vanbinnen?’ en moeilijkere items als ‘als die baby in jouw buik zit, hoe is die daar dan in geraakt?’.

Ik ben vertederd door de verspreking, maar ook gewoon ontroerd door de manier waarop kinderen nog praten. Snaveltjespraat.

Wat een schril contrast met hoe er in de ‘grote mensen wereld’ gepraat wordt. Door elkaar, liefst nog tegen elkaar. Luid, overtreffende trap, schelden, polariseren. Hard, bikkelhard.

Politici blijven ook wel uitspraken doen waarvan je achterover valt, de boom en het kappen bijvoorbeeld, en dan ben ik blij dat er veel verontwaardiging is, en kijk ik ook altijd uit naar goeie ouwe Lectrr:

bosklassen  bosbeleid

En in het oog van de storm, en van kritiek, zijn ook de vele vakbondsacties. Ik heb al vaker de ondankbare taak op me genomen om de vakbond te verdedigen, of tenminste de waarden die ze oogt te verdedigen of belangen die ze oogt voorop te stellen. Het is niet alleen ontzettend ondankbaar, ook vaak onmogelijk. Mensen zitten immers vast in eigen overtuigingen, loopgraven, en er is nog weinig bereidheid om echt naar elkaar te luisteren, overeenstemming te vinden. Zo ook bij wat heethoofden binnen de vakbonden, waar roepen en schelden en polariseren ook al blijkbaar de ordewoorden zijn. Zij maken wat een groeiend draagvlak werd voor meer sociaal protest tegen een Thatcheriaanse regering, kapot, zoals extreme meningen en daden altijd veel kapot maken. En ik word daar niet alleen heel ontgoocheld, maar ook steeds meer ongerust over. vakbondslogica

Want mensen haken af, verliezen alle interesse en hoop in politiek én maatschappelijk middenveld. Waar is dat wervend, positief, innovatief verhaal dat verbindt, mensen samen brengt, oplossingen voorstelt en ons mee vooruit neemt? Hallo Beweging.net? Sinds jullie naamslancering nooit meer iets van jullie gehoord. Hart boven hard? Prachtig, hartverwarmend, maar slagen we erin om ook mensen die niet meteen gelinkt zijn aan één of andere socio-culturele organisatie, mee te krijgen in dit verhaal? Weet het niet, kan het alleen maar hopen. Net zoals ik hoop dat die vele collega’s binnen die vakbonden en andere organisaties die wél voor een positief alternatief gaan, hun stem sterker mag gaan klinken dan de roepers. Dat hun, ons, mijn, jouw verhaal gehoord, gedeeld, beklonken wordt.

We hebben verhalen nodig. Positieve, krachtige verhalen-vertellers. Die verwonderen, en weer doen geloven. Die ontroeren en ons in beweging brengen. En die vind ik steeds meer online. Bij blogstukjes als deze, of dit, of dat.

En bij de snaveltjes van die dochter(s) van mij.

IMG_20160512_095048660 (Medium)

Volg Pitcoaching via

Jij zegt het, Connie.

Connie Palmen wint met ‘Jij zegt het’ de Libris prijs. Ik heb zitten juichen alsof ik zelf een prijs gewonnen had. Heel, heel ergens voelt dat ook zo. Want Connie, die is ‘van mij’.

Het verhaal van Connie en ik, begon zo’n 20 jaar geleden. Ik was 17 en las voor het eerst ‘De Vriendschap’. BAM. Ik las het boek nog tientallen keren in alle jaren daarna, het werd mijn bijbel.

Een simpel paragraafje als dit bijvoorbeeld: “We zijn elkaars lot, zegt Ara. Je bent een verkozen lot, zeg ik. De enige personen die een lot zijn, dat is familie. Alle andere mensen met wie je je buiten de bloedverwanten die je hebt in je leven verbindt, zijn geen lot, maar een keuze.”- staat als een marker in mijn levensvisie. Kiezen voor mensen, maken van echt contact.

Connie werd een rode draad in mijn leven. Ik las I.M toen ik nog niet kon vatten hoe verscheurend een liefde, en een definitief afscheid kon zijn. Toen ik zelf afscheid nam van mijn eerste lange relatie, gaf m’n toenmalige kersverse ex me Palmen’s boek ‘Geheel de Uwe’ cadeau. Groots van haar toen wel, dat klein cadeau. Toevallig (echt waar), hielden Connie en ik er jarenlang hetzelfde kapsel op na. Een beetje wild, alle kanten opstekend. Als ik door een werkelijke of ingebeelde mokerslag even ‘plat’ was, kreeg ik van mijn BFF’s de instructie ‘zet uw haar Connie Palmen’. En toen ik weer eens aan het doordrammen was of dramaqueen gewijs bij diezelfde BFF’s ging uithuilen, susten ze me met ‘Ponnie Calm’ nu. Om maar te zeggen, Connie werd er nogal eens bijgesleurd. 🙂

‘Echt contact is niet de bedoeling’ was een volgende voltreffer. Die verhalenbundel plakte ik vol post-it’s en ik schreef talloze paragrafen over in schriftjes en brieven.

“Ik hou van haring, maar hij mag niet te koud zijn en niet te warm. Op sommige dagen hou ik helemaal niet van haring, ook al is hij niet te koud en niet te warm en dan weet ik niet waarom op die dag de haring me tegenstaat. Dit heb ik met meerdere dingen waarvan ik hou. Om onverklaarbare redenen hou ik er soms niet van. Ik hou veel te veel van wat slecht is. Ik hou van veel drinken, veel roken, van hard autorijden en soms vind ik het heerlijk om mij te laten vallen voordat ik over mijn schouder gekeken heb om te zien of er iemand staat die mij op zal vangen. Maar ik hou niet van dronkenschap, kanker, ongelukken met dodelijke afloop of van alweer een gat in mijn hoofd, dat niet. Ik hou er werkelijk zeer veel van om veel van iemand te houden en ik houd ook van de verschillen tussen die liefdes en om erover na te denken hoe het zit met die liefde voor net die ene, voor een stel anderen, voor familie, vrienden, voor voorbijgangers en blijvers, voor eten en drinken, voor kennis en voor het schrijven en voor het raadsel waarom ik soms niet hou van alles waarvan ik hou.” (Uit ‘als een weke krijger’)

“Zonder jou ben ik minder waard”, een iconisch zinnetje uit ‘De Vriendschap’, integreerde ik als slot in een uit de hand gelopen brief (het werd een boek) aan mijn oudste dochter.

“Liefste Luka, bij jou klop ik met mezelf. Er is geen blik die ik beter verdraag dan de jouwe en die heeft mij gelukkig gemaakt. Het is prettig en geruststellend als je naar me kijkt en ik het idee heb dat je vol bent van kennis, over mij…. Zonder jou ben ik minder waard.”

Het leven is niet mild geweest voor Connie. Ze verloor ook haar tweede echtgenoot, Hans Van Mierlo. Daarover schreef ze het verstilde ‘logboek van een onbarmhartig jaar’. Ik zou dat boek nu anders lezen, nu ik zelf weet hoe het voelt als je iemand erg dierbaar verliest en dat soms een beetje aanvoelt als een geamputeerd lichaamsdeel, maar dat durf ik (nog) niet. Dat boek net nu lezen.

Ik weet niet of we vriendinnen zouden zijn. Of ik haar echt zou ‘mogen’. ‘Echt contact is niet de bedoeling’ is een titel die haar –denk ik- op het lijf geschreven is, en daar zou ik wat op afknappen. But then again. Wat zeg je ook tegen je allergrootste schrijfheld? Ook alleen maar een titel.

‘Jij zegt het’, Connie. Jij zegt het.

conniepalmen www.conniepalmen.nl

 

 

Volg Pitcoaching via

Stil, stil

“Hier, lees dit boek maar” zei ze schijnbaar achteloos terwijl ze me ‘Dit lichaam van mij’ van Kristian Gidlund over de keukentafel heen in mijn handen stopte.

In ons leven samen is er sinds enkele weken echter weinig schijn, en nog minder achteloosheid. Er zijn periodes in iemands leven dat emoties zo uitvergroot zijn dat kleine gebaren en kleine woorden groots zijn. Troost. Comfort. Verbondenheid.

Maar ik kan het voorlopig niet. Een boek lezen over een strijd tegen kanker. Waarvan de afloop zich in je hoofd nestelt, net zoals kanker as such dat doet. Van bij het wakker worden, tot bij het slapengaan. En daar tussendoor.

Dat boek dus. Dat zij fenomenaal vindt. En haar misschien wel helpen gaat. “Lees gewoon al deze paragraaf eens : hoe mooi, en waar”.

“Misschien krijgen we slechts de tijd die ons op aarde is toebedeeld. Daarom zie ik het nu nog scherper: werk niet teveel. Laat je gevoelens niet in je borst blijven. Praat. Maak nooit ruzie over geld. Durf nee te zeggen. Durf ja te zeggen. Het paradijs kan een plek op aarde zijn. Het avontuur wacht, als jullie maar willen.”

Ik lees de paragraaf die ze aangestreept heeft nog een keer. En nog een keer. En denk aan die goeie vriendin die ik deze ochtend grieperig aan telefoon hoorde, toch aan het werk. Want de vluchtelingencrisis waar zij voor druppels op een hete plaat zorgt, raast onverwijld door. “Zorg je wel goed voor jezelf?, vraag ik” Ze lacht. “Ik heb vanmiddag een sollicitatiegesprek”, zegt ze. Dus er komt binnen x aantal maanden iemand mee voor extra druppels op de hete plaat zorgen. “Mmmmm”, mijmeren we even voor we elkaar een goeie dag toewensen.

“Werk niet teveel”, lees ik. En ik denk ook aan de collega’s die in de sector van ontwikkelingssamenwerking werken, al dweilend met de kraan open, terwijl heel binnenkort de regering met een hakbijl ook daar veel verzette bergen ongedaan zal maken.

Maar het meest denk ik aan ons. Aan ons praten, die afgelopen weken, maanden. Dat doen we niet slecht. Aan dat nee durven zeggen, waaraan gewerkt is. Aan dat ja durven zeggen.

Aan het paradijs dat schijnbaar achteloos samen aan een keukentafel kan zijn.

Ons avontuur.

WP_20151107_17_13_17_Pro (Zicht vanuit ons keukenraam.)

 

Volg Pitcoaching via

Laten we niet morsen met onze tijd

Nog voor Parijs en #BrusselsLockDown schreef Griet Op De Beeck – alweer Griet – dit mooie column pareltje “Laten we niet morsen met onze tijd.”

“Ik zie het zo vaak: mensen die bang zijn voor het leven, die zich settelen in bekende routines en afspraken zoals ze nu eenmaal ooit werden gemaakt. Die proberen zo weinig mogelijk te voelen, omdat emoties te warrig en te ontregelend zijn, die zich niet te veel vragen stellen omdat al dat denken een mens alleen maar dieper naar beneden zou trekken, die voortdurend lopen te roepen hoe gelukkig ze zijn om zo ook zichzelf te overtuigen, die motto’s cultiveren als: leer tevreden zijn met wat je hebt. En die dat dan vaak ook nog eens allemaal ontkennen.

De doffe aanvaarding van het leven zoals het ‘maar’ is: wat vind ik dat verschrikkelijk jammer. Niet omdat ik geen begrip heb voor de angst, het onvermogen en de kwetsuren die mensen klein dreigen te houden, maar omdat ik zo geloof in beter, en omdat we allemaal beter verdienen dan we geneigd zijn te denken. Wie naar binnen durft te kijken, wie bereid is om zich ten gronde af te vragen waarom hij is geworden die hij is geworden, wie met die inzichten echt iets doet, wie ervoor kiest om gevoelens helemaal toe te laten, ook de lastige, die wordt uiteindelijk zo beloond… Hoe winnen we anders dat gevecht tegen de eindeloze banaliteit van de dagen? Hoe zorgen we anders dat het telt, die zo korte én lange tijd dat we rondlopen op de wereld?

Zorgen dat het telt, wat ik hier doe. Dat is iets dat me de afgelopen maanden heel erg heeft bezig gehouden. Wanneer gezondheid plots iets niet meer vanzelfsprekend is. Wanneer ik mezelf erop betrapte dat ik met meer gelatenheid dan me lief is de aankomende cruciale klimaatconferentie aan me voorbij wou laten gaan. Niet meer het nieuws wou volgen, omdat ik echt graag even de stroom vluchtelingen niet meer wou zien. Wanneer mijn kleuter langs haar neus weg vraagt “waarom we ons zo moeten haasten”.

En toen was er Parijs.

Daarom ben ik blij met de tijd die ik niet had en toch vond en die de afgelopen weken besteedde aan mensen en dingen die er voor mij echt toe doen.

Laten we niet morsen met onze tijd. En zorgen dat het telt. WP_20151105_14_03_38_Pro

 

Op mijn “blij – om” teller:

  • De dagelijkse updatecalls met mijn mutti.
  • Berichtjes. Zomaar. Onverwacht. Van verre en dichte bekenden, van nu en toen. Big smile.
  • Mini die haar geluk niet op kan nu ze in een groot bed mag slapen.
  • Het wit boeket bloemen dat ik kreeg.
  • Samen met de mini’s in de auto meebrullen met ons zelfgemaakt CD’tje (voor elk wat wils- van K3 tot Adele).
  • Mijn stapeltje boeken op nachtkastje waar ik stilaan doorgeraak en massa’s inspiratie/motivatie/feelgood uitgehaald heb (leestip: The art of asking)
  • Een paar mooie tv momenten
  • Het (beleids)werk van Femma rond combinatie arbeid-gezin dat steeds meer aandacht én navolging krijgt.
  • Door een enthousiaste, geëngageerde stagiaire opnieuw aangevuurd worden voor een nieuwe actie rond Schone Kleren – Cambodja
  • Girlsweekend en de leukste koffiebar van Antwerpen.
  • Die momenten – meestal in een klein hoekje – waarop ik me echt echt verbonden voel met één van jullie.
Volg Pitcoaching via

Geheugen voor geluk

Sinds ik mijn mini’s heb, is een deel van mijn geheugen als de Bermuda driehoek. Een mysterie. Er zit vanalles in, en soms komt het eruit. Maar evengoed kan ik twee dagen bijna gek worden door niet meer op de titel te kunnen komen van een nummer van één van mijn favoriete bands. Of moet ik bij mijn sent items gaan kijken om te weten of ik een mail van twee dagen geleden nu wel of niet al beantwoord heb. Voor alles bestaan oplossingen. Een shot cafeïne meer, wikipedia, of de geruststelling horen aan de andere kant van de lijn van een lotgenoot wiens geheugen ook een grote zeef geworden is.

Ik was dus getriggerd door de titel. “Geheugen voor geluk.” Omdat mijn soms dienst weigerende geheugen aan opkrikken toe is. En omdat ik blijkbaar een zwak heb voor zelfhulpboeken 😉

De ondertitel van dit boek luidt: ‘Neem het goede in je op voor een beter leven’. Geef toe, meer zelfhulpboek-achtig kan je amper klinken, niet? En toch. Als het er al een is, dan is dit een goed. Van de hand van neuropsychiater Rick Hanson.

Hanson beschrijft het brein als het belangrijkste orgaan en innerlijke bron van welbevinden, effectiviteit, persoonlijke groei, creativiteit en succes. Of je je boos of op je gemak voelt, gefrustreerd of voldaan, eenzaam of geliefd, hangt af van je neurale netwerk. Ons brein onthoudt van nature vooral negatieve gevoelens en ervaringen, veel meer dan positieve. Dit is tijdens de evolutie zo gegroeid. In de oertijd moest het brein namelijk zo werken om de mens voor gevaar te waarschuwen. Het is dus de aard van het beestje om vooral aandacht te besteden aan negatieve zaken.

Hanson legt heel toegankelijk uit hoe je brein werkt. En beschrijft hoe de gemoedstoestanden waarin wij ons vaak bevinden, langzaam maar zeker karaktertrekken worden. Ons brein is immers plastisch: het maakt voortdurend nieuwe verbindingen aan. En omdat wij mensen geneigd zijn bepaalde activiteiten voortdurend te herhalen, ontstaan er als het ware ‘gebaande paden’ in ons brein. Hanson stelt dat als je je veel gestresseerd voelt, ontevreden bent,… je als vanzelf een gestressed, ontevreden of negatief denkend brein ontwikkelt.

Het goede nieuws is dat wij op elk moment nieuwe (goede) gewoontes kunnen ontwikkelen. Door zelf een nieuwe neurale structuur tot stand te brengen in ons brein. Hoe? Easy as pie (op papier toch). Door de kleine, prettige momenten die er elke dag zijn, écht te koesteren, te beleven. Voorwaarde is wel dat je echt de tijd neemt om ze in je op te nemen en er voluit van geniet. Zijn proces vat hij samen in 4 stappen: “H.E.A.L” (zelfhulpboek, ik zei het toch ;-)):

  1. Have a positive experience: wees je bewust van positieve, prettige ervaringen, die zijn er overal, je moet ze willen zien. Hoe lekker je eerste tas koffie smaakt. Een goed nummer op de radio. Een warme douche. Iemand die attent voor je is.
  2. Enrich it: zoom echt in op die ervaring.
  3. Absorb it: gun jezelf even de tijd om stil te staan bij wat je ervaart en er intens van te genieten (een halve minuut is ideaal).
  4. Link to negative material (optioneel): als je meer ervaren raakt kun je zelfs dit soort positieve momenten gaan koppelen aan negatieve ervaringen uit het verleden, zodat er een nieuwe associatie ontstaat. (Dit deel heb ik nog niet toegepast, want hier spreekt hij nogal veel over innerlijke vrede -en dan haak ik wel eens af.)

De pointe van Hanson is dus dat je de veranderbaarheid van je hersenen (de zogenaamde neuroplasticiteit) snel en gemakkelijk kunt toepassen in je dagelijkse bezigheden om een blijvend gevoel van welbevinden, vertrouwen, tevredenheid en innerlijke rust op te bouwen. Je verandert dagelijkse goede ervaringen in goede neurale structuren. En je hoeft er dus niet uren voor te mediteren of yoga met luide ademhaling voor te doen. Een quick-fix, meer my cup of tea dus 🙂

Ik doe dit nu sinds een paar weken, in combinatie met ’s avonds voor het slapengaan telkens op te sommen voor welke 3 dingen ik die dag dankbaar ben, en ik vind echt dat het werkt. Het goede in je opnemen, het zien en beleven in al die kleine dingen. Zo vanzelfsprekend, zo simpel. En zo ontzettend nuttig.

Hanson’s TEDTalk vind je hier: https://www.youtube.com/watch?v=jpuDyGgIeh0

635808766888802565

Eén van de oorzaken van het sputterend geheugen is tevens één van de grootste bronnen van klein geluk – en dus van mijn opgekrikte neurale structuur 😉 #zondagsfietstochtje #mini #happymoments

Volg Pitcoaching via