Moed

2016

Posted by on nov 11, 2016 in Moed | 1 comment

Nu de herfstkleuren in volle glorie zijn, net voor de bomen vervellen tot lege takken en daarmee het einde van het jaar aangeven, blik ik al eens terug.
2016, tussen rauw en rouw, en veel schakeringen daar tussen in.
Januari. Toen het verdict viel. En we wisten dat 2016 een jaar van afscheid van één van de dierbaarsten zou worden. Al die intense contacten nog, bezoekjes die zoveel meer gingen betekenen, al waren ze vooral groots in hun eenvoud. Vertrouwdheid en ongemak. Dicht bij elkaar, nog dichter.
Het verjaardagsfeestje van de oudste mini dat het laatste samen zou worden. 4 jaar, voor altijd een mijlpaal. “Vanaf nu word ik groter, en groei ik tot aan de hemel, tot bij Karine.” Zo gaan kinderen er mee om, en hadden wij er maar wat van overgehouden.
Het afscheid. Een eerbetoon. Intens, alweer, net als die weken voordien. Familie-bijeenkomsten die sindsdien gezellig maar breekbaar zijn. Een lege plek, een gat in het hart. Wat onvervangbaar is, moet ook een (nieuwe) plaats krijgen.

Het crashke, zoals ik het noem. Het mijne dus. Toen het licht even uitging, al redelijk snel in dat nieuwe, onbehaaglijk voelende 2016. Iets teveel ballen al maanden aan een stuk omhoog aan het proberen houden. De usual ballen, zoals elk gezin dat moet doen. Maar ik kreeg er een paar bij, waar ik me geen baas over zag. Een menignoom in het hoofd van de mutti en niet goed weten waar dat ons zou brengen, een wankelend lief, een slecht slapende peuter, de race tegen de klok en het verkeer elke dag onderweg naar Brussel. De hoge drempel om misschien eens hulp te vragen. Want neuten, dat doe je niet. De berg (het afscheid) waar we voor stonden die heel erg onoverkomelijk leek. Toen gebeurde er iets vervelends, maar banaal. Mijn portefeuille en GSM werden gestolen. Twee dingen zorgden ervoor dat het in mijn hoofd even ging knetteren, waardoor daarna het licht uitging: het pasfoto’tje van de mini in de portefeuille waarvan ik de gedachte niet kon bannen dat een viezerik daar nu naar zat naar te kijken. En de sms’en van K in mijn GSM die ik kwijt zou zijn. “Ik ben niet ziek”, zei ik tegen de huisarts, waar ik dan toch eindelijk een afspraak nam met een barstend hoofd en een slepend lijf. En toen gingen de sluizen open, en stopte ik pas echt met wenen weken later. Rust hielp. En schrijven ook.

Een ontroostbaar lief. Verscheurd tussen missen van de onvervangbare en de wens om het leven verder te leven. “Genieten van de zon, ik weet niet meer hoe dat dat moet”. Dat vat de zomer voor haar samen, denk ik.
Rouwen, zo heb ik geleerd, moet of wilt ze grotendeels alleen doen. Het is een andere planeet, en er zijn soms weinig verbindingswegen naar toe. Verdriet staat nooit op zichzelf. Verdriet betekent ook slapeloze nachten, rugpijn, stressgevoelig, geen liedjes op de radio. Bij de vraag ‘hoe gaat het nu met haar?’ denk ik twee keer na. Veel mensen vinden al gauw dat het beter moet gaan…

Ondertussen staat de radio bij ons wel weer aan…

De kinderwens. Hartswens, die ik nooit echt ondanks alles, los gelaten had. De keuze voor het leven. Mini 3 is levenskracht. Een niet evidente beslissing. Sowieso. Kwam daar nog bij: de veelal ongevraagde meningen die mensen erop na houden wanneer je beslist voor een derde kind te gaan. Eén enkele opmerking die echt kwetste, maar veel gelukswensen die dat overstemden. Straks wanneer mini 3 zich aandient, zullen er weer veel emoties zijn. Dankbaarheid en kwetsbaarheid. En de wetenschap dat in elk jaar, hoe donker ook, er altijd ook iets van licht zal zijn.

dsc_00251

Volg Pitcoaching via
Read More

Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Posted by on aug 4, 2016 in Moed | 0 comments

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Volg Pitcoaching via
Read More

Orlando

Posted by on jun 14, 2016 in Moed | 1 comment

Het is wat bevreemdend wanneer tussen de bergwandeling en zwembeurt met dochter door het nieuws hier in Zwitersland doorsijpelt van de shooting in een gay nachtclub in Orlando. Een haat daad, al dan niet religieus geïnspireerd.

Het is ondertussen al even geleden dat ik zelf nog een stapje zette in de gay nightlife – kleine koters, weet je wel- maar die mensen daar hadden evengoed mijn vrienden kunnen zijn of ik 10 jaar geleden. Niet dat het daarom me meer raakt dan pakweg de Bataclan of de aanslagen in Zaventem, maar toch. Die mensen werden bewust als doelwit gekozen omdat ze anders zijn, holebi, net als ik.

En dat tikkeltje anders zijn, dat draag je toch altijd mee, hoe ‘gelijk’ we ook ondertussen gelukkig mogen en kunnen zijn van de wetgever en menig andere.

Er is al een gigantische weg afgelegd en het lijkt misschien dat ‘onze’ strijd gestreden is, maar als holebi blijf je willens nillens bijna elke dag geconfronteerd worden simpel weg met het feit dat het meestal nog geen vanzelfsprekendheid is dat een koppel evengoed kan bestaan uit twee mannen, twee vrouwen of uit een man en een vrouw.

Administratieve formulieren die niet aangepast zijn, standaard vragen krijgen over echtgenoot, hotelkamers met twee enkele bedden, vragende blikken bij het proberen achterhalen van de gezinssamenstelling,… en dat zijn dan de onschuldige, uiteraard niet slecht bedoelde kleine akkefietjes die je elke dag geruisloos en met de glimlach aanpast.

Anders is het wanneer mensen moedwillig over je echtgenoot blijven praten wanneer je net hebt verduidelijkt dat er een echtgenote in het spel is, of je nog steeds ook bijna twintig jaar na je coming out nog af en toe dronkemanspraat te verduren krijgt van ‘jij hebt gewoon eens een goeie beurt nodig van een echte vent’. Ook dat laat je meestal voor de goeie vrede maar over je heen gaan.

Maar het wordt echt tegen de borst stuitend of kwetsend wanneer er grove of voze dingen gezegd worden die ik link aan mijn kinderen. Ik heb ooit de stommiteit begaan me te verdiepen in reacties op een radio programma dat een mooie uitzending gemaakt had over kinderen van holebi-ouders. Ik heb toen 3 dagen niet kunnen eten.

En zelf zijn er ook wel een paar boertige quotes in mijn geheugen gegrift van zelfs geen onbekende mensen toen ik onlangs aankondigde dat er een derde kindje verwacht wordt in ons gezin.

Dus nee, de strijd is nog lang niet gestreden. De strijd om nog meer harten te veroveren, van zowel allochtone als autochtone gemeenschap, de strijd om het ‘anders’ zijn nog verder te ‘normaliseren’, de strijd tegen vooroordelen, onwetendheid en als we dan toch bezig zijn voor mijn part dan ook tegen de grofheid en lompigheid als het even kan.

Op mij mogen ze schimpen. Zelfs toen ik een pint bier over me heen kreeg van iemand die het niet zo had op vrouwen die van vrouwen houden, voelde ik me maar heel kort van streek. Omdat ik meteen moest denken aan mijn close homo vrienden, die al veel meer en andere dingen meegemaakt hebben, en ik me door hen gesterkt en zelfzeker weet. Maar ook omdat ik het geluk heb gehad over een stel vriendinnen en vrienden te beschikken wiens vriendschap onvoorwaardelijk bleek. Lesbisch of niet, dramaqueen of niet, doordrammer of niet, who cares. Het zijn vooral zij die me in die eerste weken, maanden na mijn coming out en op al die cruciale momenten in mijn leven daarna, hebben doen voelen dat ik perfect ben met al mijn gebreken, net als zij.

Maar van mijn kinderen moeten ze afblijven. Hun grove bek houden. Als ik denk aan mijn kinderen voel ik de verontwaardiging en ook wel kwaadheid boven borrelen voor al die schampere opmerkingen die ik zelf te horen kreeg, maar veel meer nog voor al die feiten van gaybashing en homo haat die jammer genoeg nog veel te veel voor komen, ook bij ons ja. En dan ben ik blij en trots dat er topkerels zijn als Sven die in hun pen kruipen, en op tv nog maar eens gaan uitleggen en duiden dat er meer durf nodig is. Ook in het onderwijs, ook in de islamwereld, ook in de katholieke kerk.

En dan neem ik me zelf weer voor om bij een volgende opmerking niet meer mijn mond te houden, maar die boer met zijn domme opmerking lik op stuk te geven.

Tuurlijk gaan onze dochters vragen krijgen over hun lesbische mama’s. Niet de hele tijd, en niet door iedereen, maar toch. Als ze nieuwe vriendjes maken, op vaderdag, als we inchecken in een hotel. Op tal van formulieren die ook nog niet zullen aangepast zijn wanneer zij groot genoeg zijn om die zelf in te vullen… Tuurlijk kan ik hen niet beloven om vervelende vragen ongedaan te maken. Ik kan hen wel leren dat het allemaal niet zoveel voorstelt. Dat ze ondertussen zelf genoeg ontzettend toffe, warme, fijne homo-mannen kennen om beter te weten, dat we hen hebben laten uitgroeien tot zelfzekere meisjes die zich kunnen wapenen tegen domme, belachelijke opmerkingen.

En ik hoop dat ik ga kunnen zeggen dat ze zich niet teveel zorgen moeten maken. Dat er zoveel verontwaardiging en reacties zijn op voorvallen als Orlando dat er duizenden bondgenoten zijn in onze queeste naar meer love & peace.

Ik hoop het. Ik hoop het.

orlando2

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe

Volg Pitcoaching via
Read More

Stil, stil

Posted by on mrt 1, 2016 in Inspiratie, Moed | 4 comments

“Hier, lees dit boek maar” zei ze schijnbaar achteloos terwijl ze me ‘Dit lichaam van mij’ van Kristian Gidlund over de keukentafel heen in mijn handen stopte.

In ons leven samen is er sinds enkele weken echter weinig schijn, en nog minder achteloosheid. Er zijn periodes in iemands leven dat emoties zo uitvergroot zijn dat kleine gebaren en kleine woorden groots zijn. Troost. Comfort. Verbondenheid.

Maar ik kan het voorlopig niet. Een boek lezen over een strijd tegen kanker. Waarvan de afloop zich in je hoofd nestelt, net zoals kanker as such dat doet. Van bij het wakker worden, tot bij het slapengaan. En daar tussendoor.

Dat boek dus. Dat zij fenomenaal vindt. En haar misschien wel helpen gaat. “Lees gewoon al deze paragraaf eens : hoe mooi, en waar”.

“Misschien krijgen we slechts de tijd die ons op aarde is toebedeeld. Daarom zie ik het nu nog scherper: werk niet teveel. Laat je gevoelens niet in je borst blijven. Praat. Maak nooit ruzie over geld. Durf nee te zeggen. Durf ja te zeggen. Het paradijs kan een plek op aarde zijn. Het avontuur wacht, als jullie maar willen.”

Ik lees de paragraaf die ze aangestreept heeft nog een keer. En nog een keer. En denk aan die goeie vriendin die ik deze ochtend grieperig aan telefoon hoorde, toch aan het werk. Want de vluchtelingencrisis waar zij voor druppels op een hete plaat zorgt, raast onverwijld door. “Zorg je wel goed voor jezelf?, vraag ik” Ze lacht. “Ik heb vanmiddag een sollicitatiegesprek”, zegt ze. Dus er komt binnen x aantal maanden iemand mee voor extra druppels op de hete plaat zorgen. “Mmmmm”, mijmeren we even voor we elkaar een goeie dag toewensen.

“Werk niet teveel”, lees ik. En ik denk ook aan de collega’s die in de sector van ontwikkelingssamenwerking werken, al dweilend met de kraan open, terwijl heel binnenkort de regering met een hakbijl ook daar veel verzette bergen ongedaan zal maken.

Maar het meest denk ik aan ons. Aan ons praten, die afgelopen weken, maanden. Dat doen we niet slecht. Aan dat nee durven zeggen, waaraan gewerkt is. Aan dat ja durven zeggen.

Aan het paradijs dat schijnbaar achteloos samen aan een keukentafel kan zijn.

Ons avontuur.

WP_20151107_17_13_17_Pro (Zicht vanuit ons keukenraam.)

 

Volg Pitcoaching via
Read More

Het wordt beter (of niet)

Posted by on feb 17, 2016 in Geen categorie, Moed | 0 comments

Soms zijn er periodes dat alles een beetje aan het wankelen gaat. In je hoofd tenminste. Zekerheden worden onzeker, overtuigingen worden twijfels en muizenissen worden doembeelden. Positieve mindset? Weg. Zelfvertrouwen? Niet te bespeuren.

Dat is bevangend, en ook wel beangstigend. Weet ik uit eigen (recente) ervaring. Ik werd bang dat ik mezelf niet meer bij elkaar gepakt zou krijgen, en de dingen weer wat op een rijtje.

Geef het wat tijd, zei een wijze vrouw uit Kastel. Zet je zelf niet zo onder druk, zei het lief. En de vriendinnen zorgden voor het terug herinneren van eerder opgedane lifewisdom. Genre Grey’s Anatomy quotes :-)

Om wat ruimte in mijn ontploffend hoofd en hart te krijgen, begon ik terug oldskool in een schriftje te schrijven. Tussendoor kriebelde ik ook wat op post-it’s, en kleefde die als reminder aan mijn keuken- en badkamerkastjes. (Weliswaar aan de binnenkant om het Bonder Zonder Naam gehalte van mijn keuken niet te hoog te maken) Ik babbelde vaak met de wijze vrouw uit Kastel, las boeken, en ging langs bij een therapeut.

En volgens de aard van het beestje, begon ik dingen op te lijsten, die ik beter wil onthouden of nog liever: beter wil doen.

Dit zijn mijn keukenkast wijsheden anno februari 2016: (Mijn 12 Geboden)

  • Wees jezelf (en wees eerlijk tegenover jezelf)
  • Gedraag je zoals je je wil voelen (energiek en positief)
  • Laat het plan- en dwangmatige los (laat het los, Jess :-))
  • Doe wat er moet gebeuren (en doe het lastige eerst)
  • Praat tegen jezelf zoals je tegen je loved ones praat (en koester zo een beetje je zelfvertrouwen)
  • Geniet van het nu, het proces; haast je niet, geef en neem tijd (geduld, remember)
  • Wees luchthartig – have fun
  • Wees dankbaar, koester en beleef momenten van klein geluk (som ze op)
  • Aanvaard wat is en wat je niet kan veranderen (laat ook verdriet toe)
  • Vergelijk je niet met anderen, leer van anderen (groei en zet door)
  • Vraag hulp wanneer je vastzit, verder wil, nood hebt aan iets
  • Ga om met je angsten

En hoe meer post-it’s ik verzamelde, hoe beter het werd. Of niet (leerde ik via een post-it) 😉

itgetsbetter

Volg Pitcoaching via
Read More

Hoe is’t?

Posted by on feb 13, 2016 in Moed | 1 comment

Een vraag die we duizend keer stellen. En toch ook niet. Want we verwachten gewoon, zoals altijd, een nietszeggende ‘goed’ om snel over te kunnen gaan naar de orde van de dag. Een case die besproken, een boodschap die doorgegeven of een oplossing die bedacht moet worden voor een pending issue.

Hoe gaat het? We vragen het allemaal voortdurend. Als beleefde opener. Soms zelfs vanuit welgemeende interesse. Maar vaker niet wanneer we weten dat het niet goed gaat met de ander. Want dan wordt het ongemakkelijk. Misschien wil de ander er niet over praten. Wat als die begint te wenen (akkoord, in mijn geval heb je daar wel kans op ;-))? Wat als ik zelf niet weet wat te zeggen?

Dus vragen we maar niets. Komen we meteen terzake. Of praten we luchtig over koetjes en kalfjes. Lossen we pending issues op.

Ik ben nu plots even een kleine so called ervaringsdeskundige geworden om te kunnen zeggen: het wel vragen is beter dan het niet vragen.

Het is voor “de ander” in kwestie meestal nog ongemakkelijker wanneer er niet over “het moeilijke onderwerp” gepraat kan worden. Over verdriet, of uitgeput zijn, of het even niet meer weten, of het licht dat even uitging.

Het eerste waar je mee te kampen krijgt als ‘het even niet meer gaat’, is schaamte. “Pak jezelf toch bijeen. Stel je niet aan, er zijn anderen die het veel erger te verduren hebben. Wat ben jij een loser.”

Eén van de redenen waarom ik zelf redelijk snel uit mijn dip ben geraakt is deze: ik heb een paar mensen gehad die doorgegaan zijn op de vraag ‘hoe gaat het’? Die geluisterd hebben, empathisch waren, veel begrip toonden. Die toelieten dat er verdriet was, veel tranen. Die niet op me inpraatten en het probeerden te fixen, maar die het voor mezelf mogelijk maakten om het toe te laten: verdrietig te zijn, moe te zijn, het even niet meer te weten.

(Bedankt!)

Op Tales from the crib zag ik deze quote, ik neem em hier graag even over. (En als je tijd hebt, surf wat op de Tales blog, ’t is een hartverwarmende).

hetgaatbetermetme

Volg Pitcoaching via
Read More
Follow

Get the latest posts delivered to your mailbox: