Yasmine, de eerste van haar soort

Acht jaar na haar overlijden, hebben enkele bevriende muzikanten een onuitgebracht, opgenomen nummer van Yasmine, uitgebracht. De muziek werd opnieuw opgenomen, en dat moet toch wel best heftig geweest zijn voor ‘haar’ muzikanten. En voor haar familie, die toestemming gaf om het nummer vrij te geven.
‘Kwart voor tijd’ schreef ze in 2008, een jaar voor haar dood, toen ze het al heel moeilijk had. Het nummer klinkt … erg Yasmine. Het kruipt weer in mijn hoofd, en in mijn lijf, dat gevoel van toen.
Ik schreef over Yasmine in het logboek dat ik schreef voor onze eerste mini.
Ik heb haar laatste CD –haar mooiste, de meest kwetsbare- vastgenomen, maar ‘m nog niet opgezet. Ik denk dat ik teveel in m’n emotie dan zal gaan, en vooral ga zitten janken voor die andere, heel dierbare persoon, die we al anderhalf jaar moeten missen.
Je kan ‘kwart voor tijd’, hier beluisteren.
Dit is een stukje van wat ik schreef over Yasmine in ‘Getest op konijnen’ (2012):
YASMINE – De eerste van haar soort. 

Ik kreeg het bericht van Yasmines dood via een sms. “Yasmine is dood.”, stond er. Ik hield de gsm vast in mijn hand dat het mijne niet aanvoelde. Ik bleef staren naar het bericht en mijn hart begon te kloppen in mijn keel. Dat kan niet, dat kan niet, bleef ik mezelf toespreken toen ik vlug naar een nieuwswebsite surfte om te kijken of er daar iets over te lezen was. Daar stond ze. Met dat grijze zijden bloesje aan, bijna zilver blinkend. Haar zwarte haar viel met enkele lokken over haar gezicht. En die blik. Die gekende felle, beetje hooghartige blik. Ondeugend lachje om haar mond. Zo stond ze daar, in het groot op de voorpagina van de website. Zangeres Yasmine is overleden. Een misselijkmakend gevoel maakte zich van me meester. Ik was op bureau, en ik wist dat Jak enkele bureaus verder zich van nog geen kwaad bewust was. Dat ik het haar vertellen moest. Dus ging ik met kloppend hart haar bureau in, en liet haar het sms-bericht lezen. Ik kon het zelf nog niet uitspreken. We keken elkaar aan. Die heeft zichzelf iets aangedaan, zeiden we. We zetten de radio op, en keken op internet voor meer informatie. Met het nieuws van vijf uur kwam er het bericht dat Yasmine zelf een einde aan haar leven gemaakt had.
Het was 25 juni, een bloedhete dag. Sinds die dag zijn Jak en ik in een andere soort relatie terecht gekomen. Plots was het vrijblijvende, het als twee katten uit de boom blijven kijken hoe onze relatie en in deze ook wij zouden evolueren, weg. De vragen, het zoeken viel weg, loste op. Wat overbleef waren wij, ons fundament, ontdaan van wat plots zo onbenullig allemaal leek. We zaten buiten in de tuin. Heel veel praten deden we niet. En toch zegden we elkaar ontzettend veel. Een zonder woorden uitgesproken belofte. Een belofte van verbintenis. Van altijd zorgen voor elkaar. Er zijn. Voelen. Weten. Elkaar beleven. De volgende dagen bleef het nieuws even irreëel. Wij konden het niet geloven, niet vatten, maar de rest van Vlaanderen evenmin. Er ging een ware schokgolf door Vlaanderen. Haar dood verhitte de gemoederen. Internetfora werden vol geschreven met ongeloof, verdriet, maar vervielen al gauw ook in scheldpartijen en met modder gooien naar mogelijke ‘schuldigen’. Sommige media gingen de grenzen van fatsoen zo ver over, dat ook dat aspect nog een heel debat en discussies met zich meebracht.
Yasmine engageerde zich in 2008 voor een campagne van Wereldsolidariteit, die in het teken stond van ‘straffe madammen uit het Zuiden’. Ze componeerde het nummer ‘Zus’ en zette de campagne op tal van manieren in the picture, via interviews, haar column, door haar presentatie op het muziekfestival Mano Mundo…
Yasmine werd op die manier Hilde, voor wie –zei ze zelf- het Zuiden en ontwikkelingssamenwerking onbekend was, maar met haar vele gerichte vragen en nieuwsgierigheid maakte ze al gauw zelf stellingen en bouwde ze een mening op rond ontwikkelingssamenwerking. Waar vele anderen blijven hangen in een paternalistische of caritatieve houding, trok zij zelf heel stellig een inhoudelijke lijn rond ‘empowerment’. “Die madammen in het Zuiden hebben noch mij, noch het rijke Noorden nodig, maar het is wél onze verdomde verantwoordelijkheid om mee te bouwen aan meer sociale rechtvaardigheid wereldwijd.” Ook toen ze uiteindelijk 12 van die Zuiderse straffe madammen ontmoette en meeging naar de minister, was zij het die dirigeerde hoe dié madammen hun verhaal konden brengen.
Het is allicht slechts een kleine anekdote in het zeer rijke leven van Hilde geweest, maar allicht ook een aspect dat weinig mensen van haar kenden. Haar interesse in het Zuiden was pril, maar ze sprak er toen over naar Brazilië te willen, haar goeie vriendin op te zoeken, en dan misschien toch nog eens Afrika, al vroeg ze zich wel af hoe ze met de confrontatie met armoede zou omgaan.
Heel oprecht. Spontaan. Bescheiden. Grappig, plagerig, flirterig ook. Fijn om haar in de buurt te hebben. Ze was voor velen veel meer dan een ‘icoon’ of ‘showbusinessmadam’. Vooral haar uitstraling blijft velen bij. Op die manier lijkt ze voor veel mensen wel iets betekend te hebben, ook los van de holebiwereld.

Alles van waarde is weerloos
Yasmine heeft in haar laatste tournee ‘Yasmine houdt woord’ poëzie en muziek samengebracht. Ze bundelde haar lievelingsgedichten in een boek, en combineerde in de tournee voordracht van gedichten, sommigen op muziek gezet, met eigen nummers, voor de gelegenheid in een nieuw kleedje gestoken. Een verrassende interactie van poëzie en muziek. In de inleiding van de gedichtenbundel schreef Yasmine het volgende (Yasmine houdt woord, p. 6): “Om het overweldigende aanbod aan gedichten toch wat structuur te geven, heb ik ervoor gekozen ze in te delen in vier V-thema’s: Verlangen, Verlies, Verwondering en Vooruitgang. Ik noem ze zelf de grote thema’s van het leven; omdat ze elk een heel andere emotie vertegenwoordigen, mar tegelijkertijd in elk mensenleven niet zonder elkaar kunnen bestaan en elkaar rijker maken. Geen verlangen zonder verlies te kennen, geen verwondering zonder vooruitgang en vice versa. Of geen nieuw verlangen zonder verwondering of vooruitgang, geen diep verlies durven te voelen zonder ook verwonderd in het leven te staan of te snakken naar mentale vooruitgang. Zowel zwart als wit, met een lach en een traan.”

Op één februari 2009 ging de ‘Yasmine houdt woord’ tournee van start, in de AB in Brussel. Op deze première konden we niet bij zijn, omdat we al een weekendje in de Ardennen met vrienden geboekt hadden. Ik kocht Jak als verrassing twee kaartjes voor de voorstelling in Bierbeek, enkele weken later. Het was barkoud en een vuile, druilerige dag, herinner ik me, toen we ’s avonds richting Bierbeek reden. Op zo’n grijze dagen kunnen dit soort Vlaamse gehuchten nog een sterkere dimensie aan je onbestemd gevoel geven, bedacht ik toen we onze auto ergens op een berm achterlieten omdat wegenwerken ons de weg naar het cultureel centrum versperden. De zaal zat al vol. Er stond een grote rotan stoel op het podium. Lichten uit, spot aan. Enkele nummers uit ‘Licht Ontvlambaar’. Yasmine in de stoel, een anekdote vertellend, een gedicht voorlezend. Krachtig, authentiek, zo stond ze daar. Vermagerd, kwetsbaar ook. De dualiteit sprak niet alleen uit haar teksten. Op het einde bracht ze ook haar gezongen versie van een pareltje van Lucebert, dat toen al was blijven hangen. Alles van waarde is weerloos. Dat zou enkele maanden later nog hard blijken.

1 jaar later: Uit het dagboek: Juni 2010

hoe meer ik zie, hoe minder ik begrijp
zo lang bewust
onrustig blijft
(Uit: risico, Licht Ontvlambaar, Yasmine)

Ik had gedacht dat er meer te doen rond zou zijn. Eén jaar na haar dood. De rode loper herdacht haar, en ook radio2, hier en daar iets in de pers. Ik weet niet precies wat ik verwacht had, maar ik dacht wel: is dat het maar? Er was de Yasmine ‘duveltjesdag’ op facebook, waarbij heel wat mensen die dag een frisse duvel op haar zouden klinken, er was een kleinschalig eerbetoon in een theaterzaal en een heruitzending van haar ‘licht ontvlambaar’ optreden in de Arendschouwburg. En toch vond ik het maar ondermaats. Het leek alsof zoveel mensen het al vergeten waren, of er niet meer bij stil stonden. Maar intieme gedachten van gemis of machteloosheid of spijt hoeven inderdaad misschien niet geventileerd te worden. Misschien was de sereniteit, dan toch, in tegenstelling tot een jaar geleden, het mooiste wat haar familie gegeven kon worden.
Het blijft onwezenlijk. Het blijft zo ontzettend erg dat niets of niemand dat fatale moment haar kon weerhouden van haar wanhoopsdaad. Hoe verscheurend moeten de ‘had ik maar’s’, de ‘was ik maar’s’ van familie en vrienden blijven steken. Ook na een jaar. Een jaar vol vragen, vol verdriet. Vol vastgehouden pijn.
Het is voor mij persoonlijk een gebeurtenis die ik elk jaar opnieuw, op die warme zomerdag die altijd iets kwetsbaars, iets onwezenlijks zal blijven hebben, als een confrontatie tegemoet zal blijven gaan. Een confrontatie met de vraag: heb je voldoende lief? Even om me heen kijken en nagaan: heb ik tegen iedereen gezegd wat ik eigenlijk echt zeggen wil? Weet iedereen die het moet weten, wat hij of zij echt voor mij betekent? Stap ik af van de vanzelfsprekendheid, sta ik stil bij wat verkregen is? Ik hoop dat ik elk jaar opnieuw in de spiegel kijk en kan zeggen: ik durf. Ik durf te zeggen wat ik zeggen wil. En af en toe naast lief te hebben ook een beetje lief te zijn. In een interview met Luc Alloo in het Nieuwsblad in 2008 zegt Yasmine daarover: “Je zegt niet vaak: ik hou van jou. Dat lijkt me net het ultieme doel.”

Elke dag kan je moment zijn. Om te beginnen met iets. Om het tij te keren. Om je vleugels uit te slaan of je anker uit te werpen.

Volg Pitcoaching via

We zijn er nog niet

“We zijn er nog niet.” Dat dacht ik toen ik Merkel hoorde verklaren waarom zij tegen het holebihuwelijk in Duitsland gestemd heeft. Ondanks mutti Merkel’s tegenstem, werd op 30 juni 2017 in Duitsland het holebi huwelijk eindelijk gestemd.
Duitsland palaverde al een decennium over het holebihuwelijk, en de stemming kwam er pas na een koerswijziging van Merkel. Die gaf –om electorale redenen- haar conservatieve CDU leden “toestemming” om “volgens hun geweten” te stemmen. Er werd afgestapt van de gebruikelijke partijdiscipline. Merkel stemde zelf tegen, maar uiteindelijk schaarden 393 parlementsleden voor, 226 tegen en vier anderen onthielden zich. De voor-stemmers waren de drie linkse partijen in het Duitse parlement, aangevuld met een aantal partijleden van Merkels conservatieve partij CDU.
Ik ben Merkel de laatste jaren enorm gaan waarderen als sterkste Europese politica die haar nek durft uit te steken op moeilijke thema’s, tegen het populisme in. Die haar rug recht houdt, zich beroepend op universele waarden en rechten van de mens. Haar beleidslijn ten aanzien van de migratie crisis verdient alleen maar respect en erkenning en we kunnen alleen maar hopen dat er nog politici opstaan met een sterke Europese visie en politieke moed.
Net daarom stelde haar nee-stem me zo teleur. Ik moet inderdaad niet vergeten dat Merkel een conservatief is, maar toch. Je zou er anno 2017 van uit gaan dat wanneer iemand zich beroept op universele waarden, en een vuist maakt tegen racisme en xenofobie, dat die persoon die lijn doortrekt wanneer het aankomt op rechten voor holebi’s. Niet dus. We zijn er dus nog niet.
Hoe het anders kan, toont Justin Trudeau. Kijk even en geniet mee van deze foto’s. trudeau trudeau1 trudeau2 trudeau3

OK, hij weet allicht ook wel dat hij bij een bepaald publiek scoort met deze publieke vertoning. Maar mij komt het heel authentiek en oprecht over. Trudeau steekt elke keer weer zijn nek uit. Bij de samenstelling van zijn regering. In de vluchtenlingencrisis, rond het verdrag van Parijs. Hij past inclusiviteit toe in zijn beleid, en draagt dit ook wereldwijd uit. Ik was al in de ban van Canada na onze roadtrip daar, en ben het nu nog meer. 

“Ik ben er nog niet.” Dacht ik toen ik huiswaarts reed na de laatste 2 daagse van mijn opleiding stakeholdermanagement. Ik had er net een geweldige eindpresentatie op zitten, nabespreking en inspirerende afronding met een fantastisch leuke groep professionals. Maar ik reed naar huis met een iet wat wrang gevoel. Omdat ik ‘vergeten’ iets recht te zetten was. Dat kwam zo. Met een klein groepje hebben we gedurende heel de opleiding gewerkt op een case. Gezien ons doel was om het stakeholderproces dat we zouden faciliteren te doen ‘bruisen’, hadden we onszelf omgedoopt tot de ‘cava-girls’. De cava-girls zijn 4 fantastische, sterke, open minded vrouwen en ik die hands-on en vol creativiteit aan de slag gingen om onze case uit te werken. Ons privé leven kwam wel eens aanbod, maar buiten eens een naam van een kind dat viel, wisselden we vooral interessante professionele informatie uit. Op weg naar ons stakeholdermoment, allen samen wat langer in de auto, begonnen – hoe gaat dat ook met 5 vrouwen in één auto- we te tateren over life. Ik zat achterin in het midden – de jonkie van den hoop. Het ging over mijn vroeg opstaan en de onderbroken nachten. De cava-girl naast mij merkte op “Ja maar, kan jouw man dan ook niet eens opstaan.” En ze vervolgde met een verhaal over haar man, en daar pikte iemand anders op in. En voor ik het wist ging het verhaal verder, en ging het nog eens over Jessie haar man, en had ik plots een hoge drempel om tussenbeide te gaan komen en te corrigeren tot ‘de vrouw van Jessie’.
Djeeeeeeez. Ik ben 38 jaar en al 20 jaar uit de kast, en plots daar gepropt tussen 4 andere vrouwen in de auto toen het by the way keigezellig was, had ik drempelvrees om mijn coming out te doen. Of had ik er even geen zin in. Maar hoe langer ik wachtte, hoe moeilijker het werd. Ik wist dat ik er nog op terug zou moeten komen, en hoe langer ik daarmee zou wachten, hoe stommer dat zou zijn. Maar ik zei niets, en achteraf kon ik me keihard op m’n kop kloppen. Thuis gekomen vertelde ik het aan Jak, en die snapte er niets van. Ik kon het toch keigoed vinden met die dames?
Ik weet niet wat er precies speelde, alleen dat ik voor een keer gewoon even mee in de flow wou. Maar toen ik thuis kwam en mijn kinderen zag dacht ik wel: gij zijt een nette, je wil dat je kinderen erover fladderen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, en dan vind je het plots toch even zelf ook terug eens moeilijk.
Dat nog eens gevoeld hebben, deed me inzien: we zijn er nog niet. Alle wettelijke en publieke zaken ten spijt, begint en eindigt alles met zelf in je kracht staan. Jezelf graag zien en elke keer opnieuw jezelf, je echte zelf, willen tonen. Zo voelt kwetsbaarheid dus.

WP_20170622_18_22_13_ProDe cava-girls die klinken op een geslaagd stakeholdermoment.

Volg Pitcoaching via

2016

Nu de herfstkleuren in volle glorie zijn, net voor de bomen vervellen tot lege takken en daarmee het einde van het jaar aangeven, blik ik al eens terug.
2016, tussen rauw en rouw, en veel schakeringen daar tussen in.
Januari. Toen het verdict viel. En we wisten dat 2016 een jaar van afscheid van één van de dierbaarsten zou worden. Al die intense contacten nog, bezoekjes die zoveel meer gingen betekenen, al waren ze vooral groots in hun eenvoud. Vertrouwdheid en ongemak. Dicht bij elkaar, nog dichter.
Het verjaardagsfeestje van de oudste mini dat het laatste samen zou worden. 4 jaar, voor altijd een mijlpaal. “Vanaf nu word ik groter, en groei ik tot aan de hemel, tot bij Karine.” Zo gaan kinderen er mee om, en hadden wij er maar wat van overgehouden.
Het afscheid. Een eerbetoon. Intens, alweer, net als die weken voordien. Familie-bijeenkomsten die sindsdien gezellig maar breekbaar zijn. Een lege plek, een gat in het hart. Wat onvervangbaar is, moet ook een (nieuwe) plaats krijgen.

Het crashke, zoals ik het noem. Het mijne dus. Toen het licht even uitging, al redelijk snel in dat nieuwe, onbehaaglijk voelende 2016. Iets teveel ballen al maanden aan een stuk omhoog aan het proberen houden. De usual ballen, zoals elk gezin dat moet doen. Maar ik kreeg er een paar bij, waar ik me geen baas over zag. Een menignoom in het hoofd van de mutti en niet goed weten waar dat ons zou brengen, een wankelend lief, een slecht slapende peuter, de race tegen de klok en het verkeer elke dag onderweg naar Brussel. De hoge drempel om misschien eens hulp te vragen. Want neuten, dat doe je niet. De berg (het afscheid) waar we voor stonden die heel erg onoverkomelijk leek. Toen gebeurde er iets vervelends, maar banaal. Mijn portefeuille en GSM werden gestolen. Twee dingen zorgden ervoor dat het in mijn hoofd even ging knetteren, waardoor daarna het licht uitging: het pasfoto’tje van de mini in de portefeuille waarvan ik de gedachte niet kon bannen dat een viezerik daar nu naar zat naar te kijken. En de sms’en van K in mijn GSM die ik kwijt zou zijn. “Ik ben niet ziek”, zei ik tegen de huisarts, waar ik dan toch eindelijk een afspraak nam met een barstend hoofd en een slepend lijf. En toen gingen de sluizen open, en stopte ik pas echt met wenen weken later. Rust hielp. En schrijven ook.

Een ontroostbaar lief. Verscheurd tussen missen van de onvervangbare en de wens om het leven verder te leven. “Genieten van de zon, ik weet niet meer hoe dat dat moet”. Dat vat de zomer voor haar samen, denk ik.
Rouwen, zo heb ik geleerd, moet of wilt ze grotendeels alleen doen. Het is een andere planeet, en er zijn soms weinig verbindingswegen naar toe. Verdriet staat nooit op zichzelf. Verdriet betekent ook slapeloze nachten, rugpijn, stressgevoelig, geen liedjes op de radio. Bij de vraag ‘hoe gaat het nu met haar?’ denk ik twee keer na. Veel mensen vinden al gauw dat het beter moet gaan…

Ondertussen staat de radio bij ons wel weer aan…

De kinderwens. Hartswens, die ik nooit echt ondanks alles, los gelaten had. De keuze voor het leven. Mini 3 is levenskracht. Een niet evidente beslissing. Sowieso. Kwam daar nog bij: de veelal ongevraagde meningen die mensen erop na houden wanneer je beslist voor een derde kind te gaan. Eén enkele opmerking die echt kwetste, maar veel gelukswensen die dat overstemden. Straks wanneer mini 3 zich aandient, zullen er weer veel emoties zijn. Dankbaarheid en kwetsbaarheid. En de wetenschap dat in elk jaar, hoe donker ook, er altijd ook iets van licht zal zijn.

dsc_00251

Volg Pitcoaching via

Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Volg Pitcoaching via

Orlando

Het is wat bevreemdend wanneer tussen de bergwandeling en zwembeurt met dochter door het nieuws hier in Zwitersland doorsijpelt van de shooting in een gay nachtclub in Orlando. Een haat daad, al dan niet religieus geïnspireerd.

Het is ondertussen al even geleden dat ik zelf nog een stapje zette in de gay nightlife – kleine koters, weet je wel- maar die mensen daar hadden evengoed mijn vrienden kunnen zijn of ik 10 jaar geleden. Niet dat het daarom me meer raakt dan pakweg de Bataclan of de aanslagen in Zaventem, maar toch. Die mensen werden bewust als doelwit gekozen omdat ze anders zijn, holebi, net als ik.

En dat tikkeltje anders zijn, dat draag je toch altijd mee, hoe ‘gelijk’ we ook ondertussen gelukkig mogen en kunnen zijn van de wetgever en menig andere.

Er is al een gigantische weg afgelegd en het lijkt misschien dat ‘onze’ strijd gestreden is, maar als holebi blijf je willens nillens bijna elke dag geconfronteerd worden simpel weg met het feit dat het meestal nog geen vanzelfsprekendheid is dat een koppel evengoed kan bestaan uit twee mannen, twee vrouwen of uit een man en een vrouw.

Administratieve formulieren die niet aangepast zijn, standaard vragen krijgen over echtgenoot, hotelkamers met twee enkele bedden, vragende blikken bij het proberen achterhalen van de gezinssamenstelling,… en dat zijn dan de onschuldige, uiteraard niet slecht bedoelde kleine akkefietjes die je elke dag geruisloos en met de glimlach aanpast.

Anders is het wanneer mensen moedwillig over je echtgenoot blijven praten wanneer je net hebt verduidelijkt dat er een echtgenote in het spel is, of je nog steeds ook bijna twintig jaar na je coming out nog af en toe dronkemanspraat te verduren krijgt van ‘jij hebt gewoon eens een goeie beurt nodig van een echte vent’. Ook dat laat je meestal voor de goeie vrede maar over je heen gaan.

Maar het wordt echt tegen de borst stuitend of kwetsend wanneer er grove of voze dingen gezegd worden die ik link aan mijn kinderen. Ik heb ooit de stommiteit begaan me te verdiepen in reacties op een radio programma dat een mooie uitzending gemaakt had over kinderen van holebi-ouders. Ik heb toen 3 dagen niet kunnen eten.

En zelf zijn er ook wel een paar boertige quotes in mijn geheugen gegrift van zelfs geen onbekende mensen toen ik onlangs aankondigde dat er een derde kindje verwacht wordt in ons gezin.

Dus nee, de strijd is nog lang niet gestreden. De strijd om nog meer harten te veroveren, van zowel allochtone als autochtone gemeenschap, de strijd om het ‘anders’ zijn nog verder te ‘normaliseren’, de strijd tegen vooroordelen, onwetendheid en als we dan toch bezig zijn voor mijn part dan ook tegen de grofheid en lompigheid als het even kan.

Op mij mogen ze schimpen. Zelfs toen ik een pint bier over me heen kreeg van iemand die het niet zo had op vrouwen die van vrouwen houden, voelde ik me maar heel kort van streek. Omdat ik meteen moest denken aan mijn close homo vrienden, die al veel meer en andere dingen meegemaakt hebben, en ik me door hen gesterkt en zelfzeker weet. Maar ook omdat ik het geluk heb gehad over een stel vriendinnen en vrienden te beschikken wiens vriendschap onvoorwaardelijk bleek. Lesbisch of niet, dramaqueen of niet, doordrammer of niet, who cares. Het zijn vooral zij die me in die eerste weken, maanden na mijn coming out en op al die cruciale momenten in mijn leven daarna, hebben doen voelen dat ik perfect ben met al mijn gebreken, net als zij.

Maar van mijn kinderen moeten ze afblijven. Hun grove bek houden. Als ik denk aan mijn kinderen voel ik de verontwaardiging en ook wel kwaadheid boven borrelen voor al die schampere opmerkingen die ik zelf te horen kreeg, maar veel meer nog voor al die feiten van gaybashing en homo haat die jammer genoeg nog veel te veel voor komen, ook bij ons ja. En dan ben ik blij en trots dat er topkerels zijn als Sven die in hun pen kruipen, en op tv nog maar eens gaan uitleggen en duiden dat er meer durf nodig is. Ook in het onderwijs, ook in de islamwereld, ook in de katholieke kerk.

En dan neem ik me zelf weer voor om bij een volgende opmerking niet meer mijn mond te houden, maar die boer met zijn domme opmerking lik op stuk te geven.

Tuurlijk gaan onze dochters vragen krijgen over hun lesbische mama’s. Niet de hele tijd, en niet door iedereen, maar toch. Als ze nieuwe vriendjes maken, op vaderdag, als we inchecken in een hotel. Op tal van formulieren die ook nog niet zullen aangepast zijn wanneer zij groot genoeg zijn om die zelf in te vullen… Tuurlijk kan ik hen niet beloven om vervelende vragen ongedaan te maken. Ik kan hen wel leren dat het allemaal niet zoveel voorstelt. Dat ze ondertussen zelf genoeg ontzettend toffe, warme, fijne homo-mannen kennen om beter te weten, dat we hen hebben laten uitgroeien tot zelfzekere meisjes die zich kunnen wapenen tegen domme, belachelijke opmerkingen.

En ik hoop dat ik ga kunnen zeggen dat ze zich niet teveel zorgen moeten maken. Dat er zoveel verontwaardiging en reacties zijn op voorvallen als Orlando dat er duizenden bondgenoten zijn in onze queeste naar meer love & peace.

Ik hoop het. Ik hoop het.

orlando2

A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe
A handwritten note is left following a candlelit vigil in memory of the victims of the gay nightclub mass shooting in Orlando, outside St Georges Hall in Liverpool, northern England, June 13, 2016. REUTERS/Phil Nobe
Volg Pitcoaching via

Stil, stil

“Hier, lees dit boek maar” zei ze schijnbaar achteloos terwijl ze me ‘Dit lichaam van mij’ van Kristian Gidlund over de keukentafel heen in mijn handen stopte.

In ons leven samen is er sinds enkele weken echter weinig schijn, en nog minder achteloosheid. Er zijn periodes in iemands leven dat emoties zo uitvergroot zijn dat kleine gebaren en kleine woorden groots zijn. Troost. Comfort. Verbondenheid.

Maar ik kan het voorlopig niet. Een boek lezen over een strijd tegen kanker. Waarvan de afloop zich in je hoofd nestelt, net zoals kanker as such dat doet. Van bij het wakker worden, tot bij het slapengaan. En daar tussendoor.

Dat boek dus. Dat zij fenomenaal vindt. En haar misschien wel helpen gaat. “Lees gewoon al deze paragraaf eens : hoe mooi, en waar”.

“Misschien krijgen we slechts de tijd die ons op aarde is toebedeeld. Daarom zie ik het nu nog scherper: werk niet teveel. Laat je gevoelens niet in je borst blijven. Praat. Maak nooit ruzie over geld. Durf nee te zeggen. Durf ja te zeggen. Het paradijs kan een plek op aarde zijn. Het avontuur wacht, als jullie maar willen.”

Ik lees de paragraaf die ze aangestreept heeft nog een keer. En nog een keer. En denk aan die goeie vriendin die ik deze ochtend grieperig aan telefoon hoorde, toch aan het werk. Want de vluchtelingencrisis waar zij voor druppels op een hete plaat zorgt, raast onverwijld door. “Zorg je wel goed voor jezelf?, vraag ik” Ze lacht. “Ik heb vanmiddag een sollicitatiegesprek”, zegt ze. Dus er komt binnen x aantal maanden iemand mee voor extra druppels op de hete plaat zorgen. “Mmmmm”, mijmeren we even voor we elkaar een goeie dag toewensen.

“Werk niet teveel”, lees ik. En ik denk ook aan de collega’s die in de sector van ontwikkelingssamenwerking werken, al dweilend met de kraan open, terwijl heel binnenkort de regering met een hakbijl ook daar veel verzette bergen ongedaan zal maken.

Maar het meest denk ik aan ons. Aan ons praten, die afgelopen weken, maanden. Dat doen we niet slecht. Aan dat nee durven zeggen, waaraan gewerkt is. Aan dat ja durven zeggen.

Aan het paradijs dat schijnbaar achteloos samen aan een keukentafel kan zijn.

Ons avontuur.

WP_20151107_17_13_17_Pro (Zicht vanuit ons keukenraam.)

 

Volg Pitcoaching via

Het wordt beter (of niet)

Soms zijn er periodes dat alles een beetje aan het wankelen gaat. In je hoofd tenminste. Zekerheden worden onzeker, overtuigingen worden twijfels en muizenissen worden doembeelden. Positieve mindset? Weg. Zelfvertrouwen? Niet te bespeuren.

Dat is bevangend, en ook wel beangstigend. Weet ik uit eigen (recente) ervaring. Ik werd bang dat ik mezelf niet meer bij elkaar gepakt zou krijgen, en de dingen weer wat op een rijtje.

Geef het wat tijd, zei een wijze vrouw uit Kastel. Zet je zelf niet zo onder druk, zei het lief. En de vriendinnen zorgden voor het terug herinneren van eerder opgedane lifewisdom. Genre Grey’s Anatomy quotes 🙂

Om wat ruimte in mijn ontploffend hoofd en hart te krijgen, begon ik terug oldskool in een schriftje te schrijven. Tussendoor kriebelde ik ook wat op post-it’s, en kleefde die als reminder aan mijn keuken- en badkamerkastjes. (Weliswaar aan de binnenkant om het Bonder Zonder Naam gehalte van mijn keuken niet te hoog te maken) Ik babbelde vaak met de wijze vrouw uit Kastel, las boeken, en ging langs bij een therapeut.

En volgens de aard van het beestje, begon ik dingen op te lijsten, die ik beter wil onthouden of nog liever: beter wil doen.

Dit zijn mijn keukenkast wijsheden anno februari 2016: (Mijn 12 Geboden)

  • Wees jezelf (en wees eerlijk tegenover jezelf)
  • Gedraag je zoals je je wil voelen (energiek en positief)
  • Laat het plan- en dwangmatige los (laat het los, Jess :-))
  • Doe wat er moet gebeuren (en doe het lastige eerst)
  • Praat tegen jezelf zoals je tegen je loved ones praat (en koester zo een beetje je zelfvertrouwen)
  • Geniet van het nu, het proces; haast je niet, geef en neem tijd (geduld, remember)
  • Wees luchthartig – have fun
  • Wees dankbaar, koester en beleef momenten van klein geluk (som ze op)
  • Aanvaard wat is en wat je niet kan veranderen (laat ook verdriet toe)
  • Vergelijk je niet met anderen, leer van anderen (groei en zet door)
  • Vraag hulp wanneer je vastzit, verder wil, nood hebt aan iets
  • Ga om met je angsten

En hoe meer post-it’s ik verzamelde, hoe beter het werd. Of niet (leerde ik via een post-it) 😉

itgetsbetter

Volg Pitcoaching via

Hoe is’t?

Een vraag die we duizend keer stellen. En toch ook niet. Want we verwachten gewoon, zoals altijd, een nietszeggende ‘goed’ om snel over te kunnen gaan naar de orde van de dag. Een case die besproken, een boodschap die doorgegeven of een oplossing die bedacht moet worden voor een pending issue.

Hoe gaat het? We vragen het allemaal voortdurend. Als beleefde opener. Soms zelfs vanuit welgemeende interesse. Maar vaker niet wanneer we weten dat het niet goed gaat met de ander. Want dan wordt het ongemakkelijk. Misschien wil de ander er niet over praten. Wat als die begint te wenen (akkoord, in mijn geval heb je daar wel kans op ;-))? Wat als ik zelf niet weet wat te zeggen?

Dus vragen we maar niets. Komen we meteen terzake. Of praten we luchtig over koetjes en kalfjes. Lossen we pending issues op.

Ik ben nu plots even een kleine so called ervaringsdeskundige geworden om te kunnen zeggen: het wel vragen is beter dan het niet vragen.

Het is voor “de ander” in kwestie meestal nog ongemakkelijker wanneer er niet over “het moeilijke onderwerp” gepraat kan worden. Over verdriet, of uitgeput zijn, of het even niet meer weten, of het licht dat even uitging.

Het eerste waar je mee te kampen krijgt als ‘het even niet meer gaat’, is schaamte. “Pak jezelf toch bijeen. Stel je niet aan, er zijn anderen die het veel erger te verduren hebben. Wat ben jij een loser.”

Eén van de redenen waarom ik zelf redelijk snel uit mijn dip ben geraakt is deze: ik heb een paar mensen gehad die doorgegaan zijn op de vraag ‘hoe gaat het’? Die geluisterd hebben, empathisch waren, veel begrip toonden. Die toelieten dat er verdriet was, veel tranen. Die niet op me inpraatten en het probeerden te fixen, maar die het voor mezelf mogelijk maakten om het toe te laten: verdrietig te zijn, moe te zijn, het even niet meer te weten.

(Bedankt!)

Op Tales from the crib zag ik deze quote, ik neem em hier graag even over. (En als je tijd hebt, surf wat op de Tales blog, ’t is een hartverwarmende).

hetgaatbetermetme

Volg Pitcoaching via

Over surfen en juwelen ontwerpen

Ik omring me graag met verhalen en mensen die me inspireren. In real life, maar evengoed online. Roz Savage is zo’n online buddy van me. Ik schreef al eerder dit stukje over haar tocht over de wereldzeeën – met een roeibootje. Ik ben nog steeds niet aan fysiek roeien toegekomen, maar ben wel steeds meer bezig met de thema’s en ideeën waar zij ook voor staat. Ondertussen is Roz coach en spreker. Over ondermeer, ja ja, mijn dada: moed.

Eén van de oefeningen waardoor ze haar eigen leven over een totaal andere boeg gooide, en die ze nu meegeeft aan haar publiek, is dat van het overlijdensbericht. Toen ze voelde dat ze zelf volledig vast zat in een leven dat haar dan wel veel geld en status opleverde, maar weinig voldoening en echt geluk, maakte ze op een avond 2 versies van haar eigen overlijdensbericht. Eentje gebaseerd op het leven zoals ze het toen leefde, en allicht zou blijven doen de komende decennia. En eentje gebaseerd op haar stoutste dromen en hartswensen. Het liet haar niet meer los. Ondanks het uitbrekende angstzweet en beklemmende gevoel van niet weten waar ze zou uitkomen, gaf ze haar job op, verkocht ze haar sportcar, verliet ze haar fancy loft en begon ze aan een nieuw hoofdstuk. Over dat transitieproces waar ze doorging, blikt ze op één van haar blogstukjes terug. Ze quote daarin ondermeer good ol’ Steve Jobs:

quotestevejobs

Terugblikkend op haar change of life, zijn dit enkele van haar belangrijkste levenslessen:

  • Leven volgens mijn persoonlijke waarden maakt me veel gelukkiger dan een groot inkomen en een huis vol dure bezittingen;
  • Ik ben niet langer een compulsieve planner en heb meer vertrouwen in een losse gang van zaken;
  • Ik trek me niet meer zo erg aan wat anderen van mij denken en ben meer bezig nu met wat ik zelf over mezelf vind;
  • Ik heb leren aanvaarden dat fouten maken een onderdeel van het leven is, een onlosmakelijk gevolg van avontuurlijk zijn en nieuwe dingen uit proberen;
  • Ik besef nu dat het minder uitmaakt of iets een succes dan wel een mislukking is, maar dat wat ik eruit leerde het meest waardevolle is;
  • Het is zo ontzettend duidelijk voor me geworden, zowel intellectueel, emotioneel als intuïtief dat we echt zelf voor de planeet moeten zorgen, willen we dat die zorgt voor ons;
  • Het leven as such is een magische, wonderlijke belevenis geworden. Het voelt aan als een surfer op een golf, in het begin wat onwennig in de juiste balans vinden, maar ongelooflijk spannend. Dus als ik gewoon de moed en het vertrouwen kan vinden om op mijn bord te blijven, dan kan ik die ongelooflijke golf van energie gewoon volgen, erop vertrouwend dat het me op de juiste plek zou brengen.

Dat beeld en gevoel van die surfer spreekt me natuurlijk heel erg aan als wanna-be surfer 🙂 Als ik haar levenslessen overloop, pik ik er zelf deze uit om me ook (nog) meer eigen te proberen maken:

  • Minder denken in succes – mislukking
  • Meer fuck it zeggen als m’n hoofd weer loopje neemt met wat anderen misschien denken
  • Terug wat avontuur in de keet brengen

Mijn studiebuddy Natasha gebruikte ooit dit mooi beeld voor één van haar lange reizen. darling_edited-1

Natasha is voor mij ook een beetje een Roz. Geen roeier, wel een krachtig, waardevol, mooi avonturier.

Ze maakt nu ook de wereld een beetje mooier met haar eigen juwelen te ontwerpen. www.nimzu.be

 

Volg Pitcoaching via

Wat ik leerde van Porto *

1/ Ga niet af op het eerste zicht.

Toegegeven, het was geen liefde op het eerste zicht. Terwijl een hittegolf in België iedereen lam sloeg, oogde Porto grijs. Er viel net geen regen uit de lucht. En dat leek me maar best, gezien de vele vervallen huizen met gaten zo groot als ik in hun dak. DSCF7381

Tegen valavond brak de zon door. Blauwe hemel, weerkaatsing van zon op de Douro aan wiens oever we een tot aperitief uitnodigend terras hadden bevolkt. Lag het aan de Porto-tonic, aan het muziekje dat speelde, of ons kwebbelend gezelschap, maar zowaar: het grijze, neerslachtige gevoel ebde weg en op de terugweg naar onze air b ’n b, zag ik plots het ene leuke winkeltje na het andere, mooi streetart en volzittende sfeervolle restaurantjes. Op dag 2 trokken we erop uit met de fiets met de enthousiaste Porto lover Angelo, en Porto en z’n wirwar van hellende straatjes en bijhorende vissersdorpjes charmeerden ons meer en meer. Ja, de crisis heeft hier erg toegeslaan. Ja, veel mensen hebben hier echt afgezien, en dat merk je aan de stad. Maar ja, Porto leeft en onderneemt. En neemt je ondertussen helemaal in. DSCF7415

2/ Opportuniteiten zijn er altijd en overal. Je moet ze willen zien. En nemen.

Voortgaand op m’n eerste punt. Wanneer een stad of gemeenschap hard getroffen wordt, dan zijn het mensen als Angelo (onze fietsgids) en Anna en Joanna (de eigenaars van ons appartement ‘chateau appartments’) die lef hebben en niet bij de pakken blijven zitten. Die proberen. Een plan maken. Die van een moeilijkheid een opportuniteit maken en zelf iets uit de grond stampen. Ik heb veel ontzag voor mensen die (blijven) innoveren en pioniers zijn. Daar wil ik meteen voor tekenen, om daar een beetje meer van te hebben.

3/ Sharing is caring

Zo’n initiatieven moeten het hebben van de mond aan mond reclame, van goeie ratings en commentaar online. Van het community gevoel. Sharing is caring. Door hun gastvriendelijkheid, hun inzet (online) te waarderen, hen verder een steuntje in de rug te geven. (Bedankt reisgenoot Sieg om dat voor ons weer te doen) Maar ook: al die ontzettend leuke tips, weetjes, informatie die je dezer dagen via blogs en allerlei online vindt. Door mensen tijd ingestoken, met zorg gemaakt… en gratis ter beschikking gesteld. Ik word daar oprecht blij van.

En dus: http://www.booking.com/hotel/pt/chateau-apartments.nl.html en http://www.bluedragon.pt/

4/ Met passie gemaakt, dat smaakt

We zijn in Porto bijna elke avond heel lekker gaan eten. De twee die er echt boven uitschieten, doen dat omdat ze hun zaak met passie runnen. Het eerste, MO, hanteert, jawel, concept van food sharing. Pure smaken, eenvoudige gerechten, maar wat een feest. Ja, ook dankzij het gezelschap. Maar evenveel door het concept en de setting. Het tweede, “Flor dos congregados”, ideaal als laatste avondmaal in Porto, straalde zoveel liefde voor eigen streek en lokale producten uit, dat we niet anders konden dan onze reis af te sluiten met de conclusie: “Porto, het was geen liefde op het eerste zicht, maar hard to get geeft zeer veel voldoening” 🙂

 

*de stad, niet de drank.

Hoewel.

DSCF7444

Volg Pitcoaching via