Onze vrouwelijke natuur

In het begin van mijn vakantie schreef ik dit stukje over hoe ik na slechts enkele maanden werk, alweer in de val van ‘snel snel’ getrapt was. Als ik iets wil aanpakken of veranderen, zoek ik vaak inspiratie en motivatie in boeken. Nu ook. Zo kwam ‘Stop de rush’ in m’n handen terecht. Het werd zo’n boek waarbij ik voortdurend dacht: dit zijn zaken die ik hopelijk blijvend in m’n kop hou. Omdat te bewerkstelligen, streep ik dingen aan in boeken, en integreer ik zaken in mijn actielijsten of mijn onenote overzichten of plak ik dingen in mijn keukenkast, maar daar gaat dit blogstukje niet over. Beiden boeken zijn heel erg gericht op vrouwen. Het ene omdat het veel aandacht besteedt aan effecten van onze leefwijze (‘haast en spoedsyndroom’) en stress op het lichaam (en onze hormonale huishouding), het andere omdat het vrouwen aanzet meer op de voorgrond te treden, hun stem te laten horen, een verschil te maken (een boek over persoonlijke groei).
Ik ben eigenlijk zelf nog maar een goeie vijf jaar – pakweg sinds ik zelf mama ben geworden – zaken, en life bij uitbreiding, door een genderbril beginnen bekijken. Ik weet niet of ik voordien daar blind voor was, of het gewoon niet wilde zien (oh jee, toch niet nog een battle die gestreden moet worden), maar feit is dat ik me eigenlijk nog maar recent echt expliciet feministe noem. Maar ook daar gaat dit blogstukje niet over. (Misschien een andere keer, want één van de boeken die wel nog op mijn nachtkastje ligt te wachten is de laatste van Anja Meulenbelt: feminisme, terug van nooit weggeweest).

Fitheid en energie zijn me erg beginnen boeien toen ik ontdekte dat ik beiden niet meer had. Ik lichte al eens toe hoe ik ingezet heb op afvallen de afgelopen tijd, maar voor mij gaat het veel breder dan dat. Je fit voelen geeft energie, maar ook uitdagingen aangaan, plannen maken, dromen realiseren, geeft energie en laat dat nu net enkele van mijn dada’s zijn. Energie gaat ook over uitstraling, in je kracht staan, een verschil proberen maken. En ik leer steeds meer dat goed voor jezelf zorgen hiervoor essentieel is, en dicht bij de natuur zijn, maar ook bij je eigen natuur (en dus in ons geval, vrouwelijke natuur) cruciaal is.
Het boek ‘Stop de rush’ (Leen Steyaert), dat ik las, is hieraan gelinkt. Hoe we door ons werk- en leefritme, hoe ik door mijn ‘zijn’ritme, bijna permanent in overdrive ben, en dat net dit, heel erg nefast is, voor energie in de brede zin van het woord. Mijn “druk leven” is allicht heel relatief, en ja, het heeft me ook al veel vervulling en dus geluk bezorgd. Ik ben er zelfs wat aan verslaafd, want vind ik het niet top om meer ‘hacks’ in te voeren, en nog meer efficiëntie trucs toe te passen? Ik kan behoorlijk snel gaan en heb me in het werk al vaak erg ‘gesmeten’, en dat kan (soms) voldoening geven.

“Hebben vrouwen zo veel te doen of hebben ze hun perceptie van tijd verloren? Kunnen ze geen prioriteiten stellen of kicken ze op de rush? Zijn de verwachtingen die de maatschappij aan hen stelt te hoog of willen ze echt het beste van zichzelf tonen? De gejaagdheid die het leven van vrouwen beheerst, kan behoorlijk destructief zijn (burn-out, depressie, …).” Het boek Stop de rush’ gaat over vrouwen die van alles en nog wat doen om beter te worden, aanvaard en geliefd te worden, om toch maar niet afgewezen te worden, omdat velen van ons ervan overtuigd zijn dat we niet goed genoeg zijn zoals we zijn… Het boek staat stil bij de gejaagdheid van vrouwen, waarvan dit komt, wat dit voor effecten heeft, wat er aan te doen…
Ik voelde me aangesproken 🙂

Vrouwen van vandaag draaien dubbele shifts, dat weten we al, met dank aan onze emancipatie ;-). Bovendien is er bijkomende druk omdat we ons vaak erg ten dienste stellen van anderen. Die druk komt er omdat we niemand willen teleur stellen, omdat we bang zijn om afgewezen te worden. Deze angst zit in de vrouwelijke genen. Vrouwen die in de oertijd uit de groep werden gestoten en aan hun lot werden overgelaten, waren vogels voor de kat. Ze overleefden het niet. Die angst voel je al vroeg in de kindertijd. Door allerlei indrukken die je als meisje opdoet, ontstaat het gevoel dat je niet genoeg liefde krijgt en als gevolg daarvan probeer je de rest van je leven al het mogelijke te doen om nooit meer het gevoel te hebben dat je uitgesloten, niet geliefd wordt. Dus doe je alles om mensen te behagen. Veel vrouwen haten conflicten en doen alles om die te vermijden. Ze willen het koste wat kost de vrede bewaren.
In het boek wordt ook het gevaar belicht dat vrouwen onbewust zaken van generatie op generatie doorgeven (‘de moederwonde’): dochters gaan zich onbewust verantwoordelijk voelen voor de pijn van hun moeder en om haar zo veel mogelijk pijn te besparen, maakt de dochter zich zo klein mogelijk, waardoor ze haar ambities onderdrukt. Vrouwen hebben vaak het gevoel dat ze gedwongen worden om te kiezen tussen krachtig zijn of geliefd. Tussen hun eigen potentieel realiseren of behagen. De meeste vrouwen kiezen ervoor om geliefd te zijn, omdat ze bang zijn dat ze anders de liefde van de belangrijkste personen in hun leven zullen verliezen.

Ik herkende wel wat van de symptomen, en ik wil de komende maanden proberen verder aan de slag te gaan met de tips van het boek. Grote pijlers: voeding, beweging en lichaamstherapie, mindset en rust. Want dat zijn de bouwstenen voor een gezonde hormonale balans, zenuwstelsel en bij uitbreiding de rest van je lijf. Geen makkelijke opgave, als ik mijn agenda alleen al voor september bekijk 😉 Maar het moeilijkste zal zijn de aard van het beestje stapjes gewijs een beetje proberen wijzigen. Mindswitches zijn altijd de moeilijkste kapen te nemen.
Maar ik ben wel heel erg overtuigd van hoe zinvol dat zou zijn. Ik heb heel erg stilgestaan bij de toelichting over de oorsprong van de gejaagdheid van veel vrouwen, en hoe moeders dingen onbewust doorgeven aan hun kinderen. Zelfvertrouwen en veerkracht zijn voor mij 2 essentiële elementen die ik mijn dochters wil meegeven, en zelfzorg leidt daartoe, maar ook: elke keer opnieuw proberen mindful om te gaan met wat op ons pad komt. Dat kan alleen als je regelmatig vertraagt. En dicht bij je natuur blijft. 
Ook over dat laatste heb ik lang nagedacht. Mijn vrouwelijke natuur. Ik kreeg onlangs eens (goedbedoeld) te horen ‘je moet wat werken aan je vrouwelijkheid’. Ik weet natuurlijk wel waar dat op slaat. Maar hoe meer ik in dat boek las, hoe meer ik wist: ik ben op en top vrouwelijk 😉 Veel investeren in zorgen voor anderen, lovejunkie, heel mijn tiener en twen jaren zijn doorgegaan in angst voor afwijzing, in (jezelf) niet goed genoeg vinden …Ik heb een hele weg afgelegd in mezelf graag zien, in zorgen voor mezelf, in opkomen voor wat ik zelf echt verlang en behoefte aan heb, in grenzen trekken… en dat zal altijd wel beetje work in progress blijven, maar wat zou ik graag al mijn geleerde lessen hierin als een pakje kunnen meegeven aan mijn meisjes, zonder dat zij die hobbelige, bij tijden eenzame en pijnlijke weg moeten afleggen. Zo marcheert het jammer genoeg niet, maar ik kan er hen wel van prils af aan bewust van maken (hoop ik). 

En over die vrouwelijke natuur. Ik was enkele weken geleden tot tranen toe geraakt toen Sarah Bettens in het programma waarin ze on the road was in Alaska, uitlegde dat ze veel opmerkingen kreeg over haar uiterlijk. Dat het zo mannelijk is. Waarom ze niet eens oorbellen draagt, of make up opdoet. Of haar haar laat groeien. Haar wat vrouwelijker kleedt. “Ik heb het geprobeerd”, zei ze. “Maar ik voelde me voortdurend alsof ik in een toneelstuk speelde. Ik voelde me voortdurend onecht, ongemakkelijk. Dus ben ik er mee gestopt. Ik draag kleding waarin ik me goed voel, waarin ik mezelf ben. Dat anderen daar nog steeds aanstoot aan nemen, is jammer. Maar het is hun probleem.”
Hoe sterk dacht ik, van Sarah. De berg al beklommen hebben van er niet meer mee inzitten van wat anderen vinden. Ik wens het mezelf, mijn dochters en bij uitbreiding alle girls out there die dicht bij hun echte vrouwelijke natuur willen zijn, toe. Ongeacht of dat met oorbellen is of niet. 

Volg Pitcoaching via

Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

Pyama

“Is dat een pyama?” Nee schat, dat is een pulleke dat mama aandoet om naar het werk te gaan. Frons aan de overkant. Er is duidelijk (alweer) een vestimentair meningsverschil tussen mij en mijn driejarige dochter. “Dat is niet om naar het werk te gaan.” En ze huppelt stellig verder in haar rokje.

Het is één ding dat mijn dochter en ik verschillen van smaak. Het is iets anders wanneer je echt een blik van afkeuring krijgt, alvorens je jezelf weer in de rush van de dag stort. Ik had – enige pluspunt aan file – een beetje tijd om over het voorval na te denken tijdens de autorit naar het werk. Ik merk dat ik mezelf nu ook nog eens met de ogen van mijn dochter begin te screenen. Niet alleen op vestimentair vlak. Het komt misschien doordat wij niet helemaal een doorsnee gezin zijn. Luka heeft 2 mama’s en dus sta je er wel bij stil hoe dit voor je dochter is, welke vragen ze zich hierover stelt, welke vragen ze krijgt, hoe ze daarmee omgaat. En dus ook hoe wij daarmee omgaan. Ga je bewust op voorhand uitleg geven? Enkel antwoorden als er vragen komen? Dingen benadrukken, of net niet? Uiteraard sta je daar even bij stil. Maar eigenlijk ook niet meer dan dat. Het is eigenlijk not an issue. Misschien komt dat nog als ze groter worden, maar nu nee, het is geen issue. Nooit gedacht content te zijn met de bevestiging een doorsnee gezin te zijn, maar kijk 😉

Maar terug dus naar de outfit. En de afkeuring van dochterlief. Voor haar zijn kleedjes heilig. Thuis loopt ze het liefst van al met haar rode Spaanse hakkenschoentjes. Ze wijst naar advertenties in magazines met vrouwen met lang haar, make-up en uitgebreide juwelencollectie en zegt: “dat wil ik ook mama!”. Voor mijn dochter is een broek dragen bijna een straf. Ze houdt van roos, van speldjes in haar haar en vindt dingen zoals parfum en mascara de max. Dat type meisje dus. En die heeft mij dus als moeder. Voor wie een kleedje dragen dan wel geen straf is, maar echt veel goesting om net dat te kiezen als ik voor de kleerkast sta, is er weinig. Ik hou van casual en als ik mooie opgemaakte vrouwen zie in tijdschriften kan ik alleen maar denken: “amai, dat moet ongemakkelijk zitten.”

En dus heb ik er al een aantal keer over nagedacht. Over onze nogal uiteenlopende vestimentaire stijl. En of ik niet wat meer moeite moet doen. Om zo een type vrouw te zijn die Luka mooi vindt. Ik hoor je al lachen. Nee, ik ambieer niet om Joy Anna Thielemans te zijn. Maar het feit dat little miss fashion haar opmerking bleef hangen, en ik er zo over bleef nadenken, betekent wel dat ik er gevoelig voor ben. En hoe je er voor komt, heeft voor mij ook een stuk te maken met hoe je in de wereld staat. De juiste maten of de laatste mode interesseren me niet echt (hoewel), maar verzorgd zijn en uitstraling des te meer. En een energieke, zelfzekere uitstraling gecombineerd met een beetje vrouwelijkheid. Ja, dat wens ik mezelf heel erg toe. En dus moet ik daar maar zelf ook wat meer moeite voor doen. En een beetje moedig zijn, uit mijn comfortzone stappen. Little miss fashion had het dan wel niet bij het juiste eind vond ik, die ochtend, want dat pulleke was nieuw, modieus en best wel vrouwelijk (al zeg ik het zelf), maar ze raakte wel (weer) een gevoelige snaar.

Dus keek ik deze week ’s ochtends soms anders in mijn kleerkast, en in de spiegel. En ook naar haar. Bewust over hoe ongelooflijk mooi en krachtig en kwetsbaar en helemaal zichzelf ze is in haar kleedjes. En hoe blij ik word als zij kirt van plezier als ik haar een nieuw staartje heb gemaakt.

Maar ik ben toch stiekem ook heel content dat little miss fashion toch ook heel graag jacketjes met kap draagt. Weliswaar op een rokje 🙂

Schoon duo, wij samen 🙂

20140802_125653 Mini en maxi in kleedje. Uil denkt er het zijne van.

Volg Pitcoaching via

Tijd

Het is weekend!

Dat vooruitzicht alleen al maakt me vrolijk zodra ik wakker word op vrijdagochtend. Gewoon dat het vrijdag is kan me blij maken. Ik heb nog een lijstje met kleine dingen die me blij maken. Sinds enkele maanden lijst ik ’s avonds in bed, onder de dons en met kersenpitten aan mijn voeten, op wat me de voorbije dag heeft blij gemaakt. Dat heeft echt een heel positief effect op mij. Ongelooflijk hoeveel kleine dingen je telkens kan oplijsten, zelfs al had je een baaldag. Sinds ik dat doe, werkt dat ook door overdag. Ik ben veel meer geneigd om het halfvolle dan het halflege glas te zien. Probeer het eens uit. Elke avond voor het slapengaan je “heeft me blij gemaakt top 3 van de dag” maken.

hapinessiseverywhere

Een greep uit mijn lijstje kleine fijne dingen:

  • Vogels horen fluiten als ik wakker word;
  • Thuiskomen en twee aanstormende blije gezichtjes te zien;
  • Een onverwacht smsje – zomaar;
  • Een topschijf in de auto, volumeknop helemaal open en mee brullen;
  • Het zien en ruiken van meiklokjes;
  • Vers bruin brood met choco;
  • Binnenstappen in een koffiebar en het vooruitzicht van een espresso machiatto en een stuk cheesecake;
  • Weten op pagina 10 dat je een topboek in de hand hebt en nog minstens 200 pagina’s te gaan;
  • Langer dan dat hoeft onder een warme douche blijven staan;
  • De grootste knuffel krijgen ’s ochtends aan de schoolpoort;
  • Samen in de badkamer tandenpoetsen;
  • Je mama die zegt “ik was net aan jou aan het denken” wanneer je haar belt;
  • Zelfgemaakte tiramisu;
  • De geur van gravel;
  • Een Hamse Wuiten zien vliegen (rode ibissen komen hier jammer genoeg niet voor)
  • Heel luid moeten lachen met een uitspraak van de mini’s;
  • Douchen na een tennismatch van driesets-die je won;
  • Enkele van mijn favoriete websites en blogs bezoeken;
  • Leuke feedback krijgen;
  • Samen naar tekenfilmpjes kijken met de mini’s;
  • Op ons terras zitten in wat we onze “pauline en paulette” stoeltjes noemen met een aperitief;
  • Naar de lucht staren die ’s avonds fantastisch rood kleurt;
  • Aan iets herinnerd worden van vroeger dat je zelf helemaal vergeten was;
  • Vers gewassen lakens op bed;
  • Iemand die tijd voor je maakt;

 Echt, dat laatste vind ik zo iets kostbaar.

Tijd

Ik blijf het iets intrigerend vinden. Hoe “tijd” dominant is in ons leven. Hoe ik er zelf mee omga, steeds meer bewuster eigenlijk. En ook hoe anderen ermee omgaan. Vanmorgen nog eens te horen gekregen. “Ik heb daar geen tijd voor.” Zucht. Het “druk hebben” is echt so overrated. Ik heb me er een tijd aan geërgerd, aan het “geen tijd hebben” van mensen. Aan het “geen tijd hebben” van mezelf. Het is immers gewoon een dikke fabel. Die we onszelf (en anderen) graag vertellen.

Tijd hebben we allemaal evenveel. Het komt erop neer waaraan je je tijd besteedt. Dat is een keuze. Die je elke dag zelf maakt. Tijd vinden is immers tijd maken. Je maakt tijd voor wat je belangrijk vindt. Er is overal tijd te “vinden”. Door te stoppen met naar zinloze tv te kijken. Door te stoppen met de overload aan “nieuws” te volgen en lezen. Door niet overal ja op te zeggen. Door je dag niet voor 100% op voorhand al vol te plannen. Door weg te gaan op vergaderingen waar de rest van de agendapunten niet meer van belang zijn voor jou. Of door zelf vergaderingen te houden die maar maximum een uur duren. Door jezelf niet te verliezen bij het blijven doorklikken op internet en facebook. Door een uurtje te stelen tijdens je middagpauze. Door een uur vroeger op te staan.

En vooral, door even stil te staan bij wat jouw persoonlijke missie en passies zijn, en te stoppen met zo veel mogelijk dat daar niet toe bijdraagt.

Daar is de extra tijd te vinden. Te winnen. Die je dan kan steken in jouw mensen, in de dingen die er echt toe doen. Tijd is er overal. We hebben het niet te druk. We hebben gewoon niet altijd de focus of het commitment om onze tijd juist te besteden. Maar nu is het dus weekend. Twee dagen tijd om te proberen juiste keuzes te maken… en te genieten van nog meer kleine dingen 🙂

Leuke slideshow over op een andere manier naar tijd kijken (Timespiration boek van Cyriel Kortleven): http://www.slideshare.net/cyrielkortleven/timespiration-cyriel-kortleven

Volg Pitcoaching via

Pay it forward

Jullie kennen de film wel. Pay it forward. Klein hartveroverend jongetje. Topacteurs als Kevin Spacey en Helen Hunt. In een film die een simpel maar prachtig concept vertolkt. Een kettingreactie op touw zetten van mensen die “iets goeds” doen voor een ander. Echt iets betekenisvol krijgen van zomaar een vreemde, en dat dan op jouw beurt ook weer doen voor iemand anders, zo zet de ketting zich verder. Het zou zo uit een vervlogen zingevingsboekje kunnen komen met die zweverige ondertoon. Maar de film was jaren geleden een groot succes.

payitforwardHet is gewoon ook iets ongelooflijk fijn, zo’n pay it forward concept. Wat als we af en toe gewoon proberen om zo’n ketting nog eens op te starten? Als “leutigheid” in deze grijze winterdagen. Als opkikker in de stroom van triest wereldnieuws. Om onszelf wakker te houden dat we elke dag in kleine dingen soms echt een verschil kunnen maken voor iemand anders.

Ik zag de oproep voor een pay it forward project deze ochtend op de facebookpagina van een oud-leerkracht van me. 20 jaar later blijft die me nog inspireren 😉 Nee, serieus, ik twijfelde even. Ik hou niet van kettingbrieven. En een stem in mij zei “yeah right, alsof dat het nu gaat doen”. Maar toen moest ik denken aan vorige week. Had ik zonder checken een koffie besteld en bleek ik geen portefeuille bij te hebben. En toen ik vervolgens beschaamd de koffie wou teruggeven, betaalde een onbekende jongen mijn ochtendkoffie. Lang geleden dat ik zo stond te glunderen op het perron.

En dus doe ik mee. En lanceer ik zelf hier ook de oproep. Pay it forward. Laten we gewoon eens wat meer iets klein doen voor een ander. Zomaar. En wanneer het kan, iets groter. Zoals in de film, waarbij Trevor iets op poten wou zetten om de wereld beter te maken. Are you ready to do the world a favour?

 

De 5 eerste personen die me laten weten dat ze mee willen doen krijgen van mij in de loop van de komende maanden nog iets extra. Iets klein fijn, een verrassing 😉 Laat het me hier of op de pitverhalen facebookpagina weten, en je hoort er nog van! Wil je mee helpen om de ketting verder te zetten? Zet dan ook een oproep op je facebookpagina. Wie weet slagen we erin om echt een ketting van kleine, leuke, hartverwarmende “daadjes” op te starten. Even gewoon ons cynisme aan de kant parkeren 🙂 

 

Volg Pitcoaching via

Kleine gelukservaring

Ik heb sinds hij enkele interviews heeft gegeven naar aanleiding van zijn nieuwste boek over “liefde” psychiater Dirk De Wachter “ontdekt”. Zijn kijk op de liefde vind ik interessant, maar meer nog heeft zijn analyse over “geluk” mij even stil doen staan. Hij houdt een pleidooi voor malcontentement, gewoonheid en verbinding. Die drie woorden samen in een zin zou normaal al genoeg zijn voor mij om af te haken. Maar De Wachter had me bij m’n nekvel.

Het gaat over het algemeen niet zo goed met ons. Steeds meer mensen kampen met depressie, één op de tien Vlamingen riskeert een burn-out en maar liefst één op de drie Vlamingen geeft aan zich psychisch niet goed te voelen. Onze welbevindingscijfers staan heel duidelijk in het rood. Onder hoogspanning.

Het grootste probleem zit volgens de systeemtherapeut in onze focus op geluk. “De jacht op geluk is een existentiële vergissing”, zegt hij. “Met geluk als doel in het leven te stellen, begint de miserie juist. Mensen willen vandaag niet alleen non-stop gelukkig zijn, ze willen ook dat die ervaring steeds dieper en intenser wordt.” Die constante jacht op geluk, zorgt er volgens De Wachter paradoxaal genoeg net voor dat het geluk buiten beeld valt.” Wie zich richt op kicks en genot, verliest zijn zin in het leven. De ervaring van geluk, zit hem net in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de ‘gewonigheid’ van het leven.” (Voila, dit soort melige zinnen maakt dat ik nog eens een foto van een konijn kan posten -een kleine gelukservaring als het ware ;-)) konijn

 

 

 

De échte zin in het leven ligt volgens De Wachter in de verbinding die we met anderen aangaan.

Dat is ook de bottomline van Brené Brown’s boek “de kracht van kwetsbaarheid”: “De capaciteit om met elkaar verbonden te zijn, is waarom we hier zijn: menselijk contact is het enige dat het leven zin geeft en bijgevolg ook het enige waar we geluk uit halen.” Ze heeft er als sociaal onderzoeker 10 jaar lang onderzoek naar gedaan, dus ik meen haar te geloven. Ook omdat ze het zo authentiek en grappig uit kan leggen.

“In een hyperconcurrerende samenleving waarin iedereen op zijn eigen eilandje zijn eigen doelen nastreeft, wordt het leggen van echt menselijk contact moeilijk”, stelt De Wachter nog. Ik zit er zelf wat mee gewrongen als ik dit lees. Want op zich ben ik een grote voorstander van doelen nastreven. Maar ik begrijp wel waar hij naartoe wil verwijzend naar een professionele context waarin collega’s ook concurrenten kunnen zijn. En concurrentie komt al lang niet meer enkel voor in een werkcontext. We vergelijken en meten ons geluk ook af aan hoe anderen het doen op vlak van liefde, reizen, feestjes, facebookstatus.

We hebben allemaal honderden vrienden analoog of digitaal. Maar hebben we daar inderdaad echt “echt” contact mee? Ik overloop even in gedachten mijn praatjes en afspraken van de afgelopen weken en ik kan de echte gesprekken over echte gevoelens of onderwerpen die er echt toe doen op één hand tellen. Ik gebruik fun en luchtige intermezzo’s zelf als middel om snel ergens vanonder te muizen. Toegegeven, mijn hoofd staat er niet altijd naar om Grote Onderwerpen aan te snijden of een diepernstige conversatie te voeren. Maar als ik er zo bij stil sta, en ik blik even terug. Ja, dan mag het wel een beetje meer zijn.

Waarom vinden we het zo moeilijk om echt te vertellen wat er in ons omgaat? Zijn we dat verleerd? Zijn we bang voor reacties, of willen we de ander niet lastig vallen? Zijn echte gesprekken ook de dupe van ons chronisch tijdsgebrek?

Vertel het me eens, de volgende keer dat we elkaar treffen, ik beloof dat ik er niet vanonder muis 😉

blogignoreyou

Volg Pitcoaching via

Konijnenadviesbureau

Damn, I wish I thought of that!” Hoeveel keer denk ik dat niet. Ook nu weer. Ding is, ik heb eraan gedacht. Veel. Maar nooit echt helemaal serieus. Marilleke Vrancken wel. En nu is zij de eerste, en voorlopig enige, gediplomeerde konijnentrainer en adviseur in België. For real.

IK VIND DAT DE MAX.

Hier-is-een-konijn-met-een-rugzak

Konijnenadviesbureau. Ik vind dat even cool klinken als Merlina. Ik zou mijn zaak zo willen noemen zelfs als ik confituur zou verkopen.

Maar het is dus echt een konijnenadviesbureau. Marilleke is eigenlijk industrieel ingenieur. Maar ze bleek veel liever met haar konijnen bezig te zijn. Ze volgde haar hart, schoolde zich bij, en jumpte. Deed iets wat niemand haar had voorgedaan in België.

Ik heb daar veel bewondering voor.

Ik kan me wel iets voorstellen bij de gesprekken tijdens familiefeesten. “En Marilleke, al een goeie job gevonden nu je afgestudeerd bent als industrieel ingenieur?” “Nee, ik ga me bijscholen tot konijnentrainer.” Stilte.

Buiten de kantjes kleuren. Je hart volgen. Durven anders doen en zijn. Je niet aantrekken wat anderen van je denken of zeggen.

Ik heb daar veel bewondering voor.

Ik was een konijnenfluisteraar in het diepst van mijn gedachten.

Maar vooral ook een broekschijter 😉 rabbitcrap

 

Naughty rabbit? Not a problem! https://www.facebook.com/KonijnenadviesbureauHopster

 

 

Volg Pitcoaching via

Konijn

IMG_0010

 

Een paar jaar geleden schreef ik een boekje “getest op konijnen”. Omdat het zo’n persoonlijk verhaal was, en omdat ik schrik had dat anderen het maar niks zouden vinden, ben ik er niet de boer mee opgegaan om het te gaan promoten. De hoofdstukken in het boek beginnen allen met een quote uit een liedje van K’s Choice. Dat is niet zomaar. Buiten het feit dat ik grote fan ben van K’s Choice, hebben veel van die liedjes ook een belangrijke rol gespeeld op een bepaald moment of fase in m’n leven. Toen vriend Sven voor onze huwelijksverjaardag een ontmoeting met Sarah Bettens regelde voor een concert, gaf ik haar in een moment van zinsverbijstering een copie van mijn manuscript. Twee jaar later lees ik op een blauwe decemberavond dit bericht op de K’s Choice facebookpagina: “Trying to find the girl who gave me a book called ‘getest op konijnen’. if it’s you, please contact the email address on the k’s site. thanks, s”

Ik stuurde haar een berichtje. En kreeg vrijwel meteen een leuk antwoord. Het deed me 2 centimeter groeien. De ergens blijven hangende twijfel rond mijn boek was met dit bericht weg. Dat is wat een klein berichtje met iemand kan doen. Doen groeien.

Iets positief zeggen tegen of over iemand. Easy as pie. Gewoon meer doen.

Volg Pitcoaching via