Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Volg Pitcoaching via

De beste versie van mezelf in 10 punten

“If I waited for perfection, I would never write a word.” (Margaret Atwood)

K. To schreef als reactie bij een blogpost die ik las “Vergelijk jezelf niet met anderen. Je zal altijd mensen tegenkomen die IETS beter doen dan jezelf. Vergelijk jezelf alleen met de IK die je wil zijn, jouw visie van de beste versie van jezelf, rekening houdend met wat je wilt en niet wil, de beperkingen die je leven heeft en de mensen die je in je leven wil.”

Ik vind K. To heel wijs.

Ik schreef haar woorden op. Omdat “mezelf niet vergelijken met anderen” één van de belangrijkste lessen is die ik de afgelopen jaren moest leren. En een lesje dat ik mezelf af en toe nog eens dien te herhalen. Maar vooral omdat ik haar zinnetje “jouw visie van de beste versie van jezelf” zo aanstekelijk vond. Ik heb mijn visie van de beste versie van mezelf eens in een handig 10 punten plan gegooid. Omdat het nooit kwaad kan die achter de hand te houden. 😉

De beste versie van mezelf:

  1. Vergelijkt zichzelf niet met anderen
  2. Holt zichzelf niet voorbij, maar staat ook niet stil. Kortom, heeft een variabel tempo, waarbij er tijd genomen wordt (om dingen relax te doen), en tijd gegeven wordt (aan mensen en zaken die haar dierbaar zijn) takeanapandgetoverit
  3. Is lief en attent voor anderen, zonder te hoeven pleasen
  4. Denkt niet altijd aan wat anderen van iets vinden, gaat dus haar eigen weg, intuïtief, maar houdt wel rekening met anderen, omdat ze dat belangrijk vindt
  5. Moet niet altijd zoveel van zichzelf, maar toch genoeg om haar uit haar comfortzone te halen en te durven  moeteruit_moederin
  6. Is wakker, aandachtig, met haar gedachten en gevoel daar waar ze is en waarmee ze bezig is
  7. Staat sterk genoeg in haar schoenen, met genoeg zelfvertrouwen en kracht om haar niet uit haar lood te laten slaan; durft dus ook moeilijke zaken benoemen, nee zeggen en hulp vragen wanneer ze het in haar eentje niet trekt
  8. Is energiek, drinkt veel water, eet gezond en beweegt veel (maar weet ook dat er dit soort dagen zijn: answer is wine)
  9. Laat zich inspireren en groeit door positieve, krachtige mensen met pit 😉
  10. Is dankbaar, eert het kleine, sprokkelt geluk samen met haar kompanen hetmooistehebjealgemaakt

PS: wil je meer lezen van K. To? Dat kan hier https://ktoblogt.wordpress.com/

Volg Pitcoaching via

#wijoverdrijvenniet

Charlie Mag is uitgegroeid tot een digitaal (vrouwen)blad met ballen. Echte verhalen van echte mensen die in reguliere media amper aanbod komen. Relevante onderwerpen die voer zijn van debat. Die discussie opleveren. En iets op de agenda zetten. Zo ook weer dit weekend. Opener van het journaal: de #wijoverdrijvenniet virale storm die onstond na (alweer) een persoonlijk, sterk stuk op Charliemag.be.

Deze keer over ongewenste handtastelijkheden en intimidatie en lik op stuk op Marc Didden’s column over “truttebollen” die zagen wanneer ze nagefloten worden door bouwvakkers en de feminisme-slinger laten doorslaan.

Het stuk kreeg vele honderden reacties, allemaal meisjes en vrouwen die hun eigen ervaringen deelden. Slechts enkele van de zovele incidenten die ze hebben meegemaakt. Mannen reageerden gelukkig ook. Ontsteld over de dingen die ze lazen. Het stuk maakte echt iets los. Er kwam een groot stuk in de weekendkrant van De Standaard, #wijoverdrijvenniet bleef trending op twitter, het journaal opende ermee.

Zelf heb ik er de laatste jaren niet meer echt bij stilgestaan. Maar net als al die anderen, kan ik me zonder moeite tientallen voorvallen voor de geest halen. Dat mannen over de grens van fatsoen zijn gegaan, en dat je als meisje/jonge vrouw toch wel heel vaak je ongemakkelijk of ronduit onveilig voelt ’s nachts alleen op straat wanneer een loser schunnige opmerkingen maakt.

Ik vond het dus een kei relevant stuk, en nog relevanter dat het aandacht kreeg. Zijn we dat allemaal niet teveel als “normaal” gaan zien, en zou er niet meer mogen ingezet worden op sensibilisering om klachten in te dienen, op procedures dat die klachten ook leiden tot iets, en op preventie door meer met (jonge) mannen in debat te gaan dat sommige zaken gewoon echt niet door de beugel kunnen?

Nu zijn ze nog klein, maar hoe ga ik me straks voelen als mijn meisjes hun vleugels beginnen uitslaan?

Zo jammer dan ook dat dit debat, over een kwetsbaar onderwerp, meteen ook weer tot polarisatie moet leiden. Op CharlieMag.be kwamen er enkele vrouwen snel op de proppen met stellingen dat zij nog nooooit zoiets hadden meegemaakt. Dat het toch wel van de pot gerukt was om mannen zo te stigmatiseren. Op De Morgen.be kwam er een vrije tribune van een jonge vrouw die zich evenmin aangesproken voelt, die vindt dat er nu net wel heel erg overdreven wordt met die #wijoverdrijvenniet en dat er een groot verschil is tussen nageroepen worden en aanranding. Ik denk dat al die tegenstemmen zinnige dingen zeggen. Maar niemand in het debat met de persoonlijke getuigenissen heeft ooit beweerd dat alle mannen perverten zijn, dat alle vrouwen per definitie “slachtoffer” zijn en dat nageroepen worden op dezelfde manier bestraft zou moeten worden als aanranding.

Mag het dan ook gewoon eens alstublieft een sereen debat blijven? Over een onderwerp dat sowieso al gevoelig ligt, en waarin het fijn zou zijn als vrouwen, als meisjes, elkaar gewoon eens voluit steunen en niet wederom een catfight starten over wie het nu bij het juiste eind heeft? Kunnen we gewoon eens allen samen verrukt zijn dat er –hoera- een vrouwenblad opstaat, uit de grond gestampt en gerund door vrouwen- met geen blad voor de mond en de ambitie om een verschil te maken? Zonder photoshoppen, zonder cynisme, zonder beperkende kpi-cijfers. Met veel goesting, gezond verstand en de kracht van kwetsbaarheid.

Kunnen we ook eens proberen om getuigenissen, verhalen van mensen, van vrouwen én mannen, te laten zijn wat ze zijn en er gewoon eens naar luisteren?

Het lijkt of we dat collectief verleerd zijn. Eens luisteren. Een beetje mildheid. En vooral: het lef om als we zelf iets meemaken en zien, te reageren. Ik denk dat dat me nog het meest een wrang gevoel naliet bij al deze verhalen. In veel gevallen waren er andere mensen bij, en niemand die reageerde of kwam helpen.

Kunnen we proberen om hierin allemaal wat moediger te zijn? Het zal nodig zijn, want #wijoverdrijvenniet.

Volg Pitcoaching via

Bucketlist

Bronnie Ware is een Australische thuisverpleegster in palliatieve zorgen. Ze schreef het boek “Als ik het leven over mocht doen.” Hierin vertelt ze over de 5 belangrijkste levenslessen die ze leerde van haar jarenlang zorgen voor en praten met terminale mensen. Ook hier botste ik op de thema’s die ik centraal wil stellen op deze blog (oa moed en geluk). Dit zijn de 5 zaken die Ware het meest te horen kreeg bij mensen die terugblikten op hun leven:

1. Moed om het leven te leiden dat ik wou Wanneer mensen terugkijken op hun leven zien ze dat ze een aantal van hun dromen niet gerealiseerd hebben. Door de keuzes die ze maakten of niet maakten. Schrijf je dromen op. Maak een bucketlist, waaruit je elk jaar één of meerdere zaken kiest die je dit jaar zeker wil doen. Door ze op te schrijven en als ster in te plannen voor dit jaar, is de kans groter dat je je er werkelijk aan zet.

2. Dat ik niet zo hard had gewerkt Elke mannelijke patient van Bronnie benoemde dit. Ze hadden graag extra tijd doorgebracht met hun kinderen of hun geliefde. De vrouwelijke patiënten haalden dit minder aan als een punt van spijt. Maar ik denk dat vrouwen nu en ook vroeger ook wel degelijk worstelen met de balans werk-privé. Zo bleek toch heel duidelijk uit het artikel op Charlie Mag waarin Ilse Ceulemans het eerlijke relaas vertelde van de keuze om halftijds te gaan werken om een kwalitatiever gezinsleven te hebben. Het artikel ging viraal en veroorzaakte heel wat (media)debat.

Trouwens, voor wie beslist om wat minder hard te werken in 2015 en er wat meer tijd om te lezen vrij zou komen, is Charlie Magazine een leuke aanrader 🙂

3. Moed om mijn gevoelens uit te drukken De patiënten die Ware verzorgde, beklaagden zich dat ze zo veel van hun gevoelens hadden onderdrukt voor anderen. Angst voor de reacties van anderen. Schaamte. Wie hierrond baanbrekend werk verricht heeft, is Brene Brown. Een sublieme TedTalk van haar over schaamte was voor mij een eye-opener.

4. Ik wou dat ik met mijn vrienden contact bleef houden Er is dikwijls grote spijt over het niet geven van voldoende aandacht en tijd aan vrienden. We hebben het allemaal druk druk druk, en dit gaat blijkbaar ten koste van vriendschappen.

5. Ik wou dat ik mezelf toe had gelaten om gelukkiger te zijn Een verrassend gemeenschappelijke thema voor alle personen die Ware begeleidde. Ze bleven vastzitten in oude gewoontes en oude patronen. De angst voor verandering maakte dat ze anderen en zichzelf wijsmaakten dat ze tevreden waren. Doelen hebben blijkt een goede zaak te zijn om gelukkig te zijn. Het doel om nog gelukkiger te zijn en een aantal van de dromen uit je bucketlist te realiseren. Een bucketlist is niets meer dan een lijstje waarop je alle dromen (klein en groot)  verzamelt die je zeker in je leven nog wil realiseren. Blijf er niet alleen maar over dromen, maar maak er een doel, en dus actie van. Want een doel is een droom met een plan. En best ook nog een deadline 😉
bucketlistBucketlist.org is een leuke site voor als je digitaal je bucketlist wil starten. Het is ook beschikbaar als app voor op je smartphone.

Volg Pitcoaching via

Blijf hongerig. Blijf dwaas

Dat waren de laatste woorden uit de speech van Steve Jobs naar aanleiding van de opening van het academisch jaar van de Stanford universiteit in 2005. Een beklijvende speech die ik pas ontdekte naar aanleiding van zijn overlijden. Met daarin ook deze paragraaf:

“Jullie tijd is beperkt, dus verspil het niet door iemand anders leven te leven. Laat je niet strikken door dogma’s – leven met het resultaat van andermans denken. Laat jouw eigen stem niet verdrinken door het lawaai van anderen. En het belangrijkste: heb de moed om je hart en intuïtie te volgen. Zij weten wat je wilt worden. De rest is bijzaak.”

Volg Pitcoaching via