Rok ’n roll

Nee, er staat geen typfout in de titel. Want die verwijst naar kleine meisjes in rokjes die aan het rollen geslaan zijn. Letterlijk. De ene op skeelers, de andere op rolschaatsen. Maxi meisje was jarig en was heel stellig: skeelers, dat wou ze. De andere haakte in “ik wil dat ook”. Maar Blondie (meisje 2), is pas jarig in juni, en zou háár rolschaatsen krijgen met haar verjaardag. Besloten de ouders die enige opvoedkunde aan de dag proberen leggen.
Drie dagen. Drie volle dagen heeft mijn pedagogische wil om Blondie het genot van het ‘uitkijken naar…’ stand gehouden. Dan stond ze ook al ’s nachts aan mijn bed als een volleerde vakbondsvrouw te onderhandelen: “als ik mijn rolschaatsen nu al krijg, zal ik tot aan mijn verjaardag brocolli eten.” Oogopslag op de wekkerradio leerde me dat het 4u ’s ochtends was. Kleine pitbull zou niet afhouden tot de buit binnen was. Ik stemde toe.
Blondie verkondigde voldaan aan de ontbijttafel dat mama vandaag haar rolschaatsen zou bestellen. Lief keek vragend op, ik wuifde het weg. Iets met vlees dat ’s nachts zwak is en dat ‘de aanhouder wint’ ook een belangrijk pedagogisch inzicht is.
En dus rollen ze nu met twee. Door het huis, want het is pokkeslecht weer. Hier zou ook, parket-technisch gezien dan, paal en perk aan gesteld moeten worden. Maar ze kirren zo tijdens dat rollen, dat ik zin kreeg om mee te doen.
Grenzen stellen op rollen: one down.

rollerblading

Volg Pitcoaching via

Play time

Nee dit is geen promo stukje voor Telenet. Al heb ik wel genoten van het gratis Play More aanbod afgelopen maand (met dank aan De Morgen). Of vooral de meisjes dan, die liever 30 keer ‘de kleine zeemeermin’ bekeken dan het uitgebreide filmaanbod verkennen. Heb dus geen abonnement genomen. Onze collectie aanvullen met iets over zeemeerminnen en ze zijn zoet 😉
Ik schreef kort geleden een melig stukje over mijn gezinsgeluk waarin roze pony’s een nogal centrale rol spelen. Hier hoort een kleine kanttekening bij. Zo samen spelen, op een stokpaard rijden (letterlijk dan) enal. Het is niet zo “that I was born to do this”. Pas op, ik ben een baby person, en hou wel van kinderen in het algemeen. Niet van alle, en niet in alle omstandigheden, maar ik wil maar zeggen, ik heb in de jeugdbeweging gezeten, leiding gedaan op kampen, jeugdwerking… Kinderen, ik kan daar wel mee om.
Maar zo helemaal mee op gaan in hun spel. Zo van het ene moment ben je nog even een werkrapport aan het lezen en notities aan het maken, en het andere moment word je geacht op commando een eenhoorntemmer te zijn die in Plopsaland shows aankondigt van K3, nee, dat is een gave die ik niet meegekregen heb. In mijn hoofd bleef ik ondertussen verder mentale notities maken bij dat rapport of al een volgende werkmail voor te bereiden.
Tot er een fase kwam dat ik geen plezier meer had. Dat kwam door moeilijke familiale omstandigheden en iets dat leek op chronische oververmoeidheid. Maar er was meer aan de hand. Ik was het precies verleerd om plezier te maken. Om te lachen, en niet altijd zo serieus taakjes af te vinken en te hollen naar een volgende To Do.
Nochtans was humor en lachen altijd een heel fundamenteel onderdeel van mijn fun-times geweest. Maar het was weg.
Ik las iets soortgelijk in het boek van Shonda Rhimes ‘the year of yes’. Buiten een beetje overgewicht heb ik in de verre verste geen gelijkenissen met deze zwarte, Amerikaanse top tv producer. Maar ze is de schrijver en producer van één van mijn favoriete tv-series ever (Borgen blijft wel op 1) en ik was dus meer dan geprikkeld om haar boek te lezen. Het is heel Amerikaans, maar haar verhaal van moeilijk uit haar comfortzone raken, triggerde me. Ze daagde zichzelf uit om een jaar lang overal ja op te zeggen waar ze in feite schrik van heeft. comfortzone

Haar Tedtalk over dit experiment vind je hier.

Maar het was vooral ook het stuk waarin ze het had over hoe ja zeggen tegen spelen met haar kinderen, voor een grote ommekeer bij haar zorgde. Ik begon het ook te doen. Telkens de meisjes vroegen om samen te spelen, ja zeggen. Niet eerst nog die was plooien. Niet nog die werkmails ondertussen checken. Geen ‘niet nu’s’ of ‘laters’, maar gewoon ja zeggen. En even spelen. Al is het maar vijf minuten. Dat had een enorm effect. Geen tweestrijd meer, geen gezucht. Gewoon.even.spelen. En ook al was ik moe, had ik er geen zin in of waren er tien meer dringende dingen. Even samen spelen en ja zeggen op een voorstel dat zij doen, dat maakte een wereld van verschil. Ik ben nog steeds niet geboren om eenhoorntemmer à l’improviste te zijn, maar ik word er wel steeds beter in. En vooral: ik ben er opnieuw plezier mee gaan beleven.
“The hum” – “ de zoem” noemt Rhimes het. In een soort van flow zitten, waarin je echt helemaal kan gaan voor jouw ding. Die hum dus. Die komt voort uit geluk. Liefde. Het is de elektriciteit die voortkomt uit de opwinding van het leven. Die komt van vertrouwen en rust, en maalt niet om andermans oordeel. Of van de ballen in de lucht, de verwachting, de druk. Die zoem dus, die wordt gevoed door spelen.
Dat er nog wat werk is aan mijn “speel-kwaliteiten”, bewijst deze foto. Zoek de eenhoorn 😉 kleiknutselwerk (De dieren die je wél herkent, hebben Luka en Noa gemaakt :-)) 

Volg Pitcoaching via