Hoe ik 10kg afviel in 100 dagen

Even een open deur in trappen. Ik ben nooit wat ze volgens de boekjes “bikini proof” noemen geweest. Ik ben altijd van het kleinere, rondere soort geweest. Vroeger, als tiener, heeft me dat wel eens parten gespeeld. Maar die enkele kilo’s teveel heb ik nooit echt mijn zelfbeeld laten doen wankelen. (Daar zorgde ik zelf wel voor met andere dingen ;-))
Maar na mini 3 bleven er wel iets te gretig enkele kilo’s meer aan plakken. En vooral: ik snakte naar fitheid.
Mijn kinderen zijn genetisch voorgeprogrammeerd op (zeer) vroeg opstaan, en vaak voelde ik mij tegen de middag al alsof er een betonmolen permanent op m’n hoofd stond. Ik was uitgeput bij het achterna hollen van mijn weerbarstige driejarige die weer eens pakweg haar tanden niet wou poetsen.
Het moment dat ik op mijn fiets op weg naar het station voorbij gestoken werd door een kranige bejaarde (in mijn herinnering leek ze 80, laat mijn oververmoeide geest dit wat opgeklopt hebben maar soit, she was…not my generation), vond ik dat de tijd rijp was om in te grijpen.

IK.ZOU.WEER.FIT.WORDEN.

Ik had me al eerder eens gewaagd aan het boek van Elodie Ouadraogo over weer fit worden na zwangerschap. Maar zo squads en planken doen enal. Djeeez, ik liep al elke dag met 3 kinders aan meestal één of meerdere van mijn ledematen, nee, die fitness-oefeningen waren niet aan mij besteed. Een tennisvriendin raadde me aan om elke ochtend om 6h aan te sluiten bij haar groepje die samen de work-out van fitnessgoeroe Kayla Itsines uitvoeren. Maar het koste me een maand tijd om dat mens haar naam te kunnen onthouden, en om 6h liep deze moeder kip al rond met 2 kuikens, dus switchte ik hippe Kayla voor enkele ‘dierenyoga-stretch’oefeningen samen mét kuikens. Genre “Schatti’s, we doen nu samen een blauwe vinvis na”.
Veel kilo’s verloor ik daar niet mee, ik bleef me zelf eerder bruinvis dan een vinnige forel voelen.

Dus moest ik beginnen bij het begin. Ondertussen had ik het boek van Tom Rath uitgelezen. “Eat, move, sleep.” Een boek dat alle basics nog eens op een rijtje zet, met behapbare, kant-en klare tips voor elke dag. Ik maakte notities, en goot het in een actieplan voor mezelf. Dit is wat ik sinds 1 april elke dag toepas. Ik weeg ondertussen 10kg minder. Ik voel me ondertussen als een visje in het water. En proof of niet, die bikini gaat straks mee naar zee. Want deze zomer haal ik ook opnieuw mijn surfplank van onder het stof 🙂  

ETEN
De truc: it’s all about carbs baby. Minder koolhydraten=minder kilo’s. Dus bye bye elke dag brood of pasta of patatjes. Dat went eigenlijk heel snel. En ook: less is more. De gewoonte van als je iets lekker vindt, nog een schepje bijnemen, achterwege laten. Na het avondeten niets meer. Is een regel, geen uitzonderingen op maken. Een drinkfles standaard overal meenemen, da’s mijn plus one geworden: op fiets, bureau, meeting, auto… wordt zo makkie om aan die 2l water per dag te komen.
’s ochtends: een groot glas water met geperste citroen op nuchtere maag. Een kiwi. Havermout met wat fruit.
Lunch: sla’tje, met vis of tofu. Eiwitrijke dingen. Ik miste in het begin keihard mijn bruine boterham met kaas en tomaat, maar een wonder gebeurde: ik kickte af van mijn kaas-verslaving.
’s Avonds: lichte maaltijd, geen koolhydraten.
Gezonde tusssendoortjes, ik heb altijd wel wat worteltjes, kerstomaatjes of amandelnoten op zak. Geen koek/chips gedoe. Maar wel: Thank God for chocolate. Een lekker stuk donkere chocolade. In de namiddag, bij mijn espresso=puur genot. 
En ook: ik wist dat geen alcohol voor mij niet zou pakken. Drie zwangerschappen en borstvoedingperiodes… nee, bibi wou wel haar zondags boterkoekske opofferen voor wat fitheid, maar met de zomer in aantocht keek ik heel erg uit naar apero-times. Dus dat is mijn guilty pleasure die bleef. Al legde ik het een beetje aan banden. Dus geen lekkere chouffe of een frisse Gin-tonic. Het moet bij wijn blijven, het moet bij apero blijven, en beperkt tot een aantal dagen in de week. (dat laatste lukt niet altijd zo, maar soit)

BEWEGEN
Ik fiets 3 keer per week. Op vastgelegde tijdstippen, vroeg op de dag. Ik hou me aan die afspraken, ook al ben ik kapot moe. De regel is: je kruipt op die fiets, al is het maar voor 10 minuutjes. Eens je aan die 10 minuten zit, fiets je sowieso verder. Als het kan buiten, ik heb mijn mama’s sportief fietske gekregen, en ik zit daar in vol ornaat met spannend fietsbroekske op enal. Als het niet kan binnen, 30 minuutjes, ik zoek dan op youtube zo’n belachelijk spinning programma’tje op Johnny-muziek, dat werkt.
De truc: als je begint, maak de drempel laag genoeg: 10 minuten fietsen per keer is bij start genoeg. Elke keer doe je 2 minuten meer. Je begint pas intensievere trainingskes te doen wanneer je je fitter begint te voelen.
Ik neem nergens nog de lift. Altijd de trappen.
Ik heb me een stappenteller aangeschaft. Hallucinant hoe weinig we stappen wanneer je een computerjob hebt. Op het werk ben ik in plaats van collega’s op te bellen, er meer naartoe beginnen stappen. Naar de bakker, naar de bib, …? Stappen. Het werkt een beetje verslavend.

SLAPEN
Dit blijft een werkpunt. Of beter: dit blijft een werkpunt voor mijn kuikens. Maar soit, ik hoor voortdurend van tiener-ouders dat er een tijd komt dat je ze uit bed moet sleuren. We’ll see.
In elk geval, om de periode met onderbroken nachten en zeer vroeg opstaan enigszins te overleven, heb ik mezelf verplicht om vroeg te gaan slapen. Dat betekent een zware aanslag op mijn sociaal leven. Maar ik voelde dat dit de enige manier was om mijn gezondheid niet volledig te ondermijnen en overeind te blijven.
Ik bouwde een vast slaapritueel in voor de mini’s, en daarna ook voor mezelf. Douche, dankbaarheidsoefening, beetje mediteren of een boek, dodo.
Ik deed aan omdenken rond het vroeg opstaan: ik had hierdoor niet minder slaap, ik had hierdoor de opportuniteit om tegen 8h ’s ochtends al keibelangrijke dingen gedaan te hebben. (sort of ;-))
Blijvende werkpunten: ’s avonds geen smartphone, of werkmail meer, want dat verstoort de slaapkwaliteit. En rustmomenten inbouwen gedurende de dag, zodat je geest meer tot rust kan komen. Ik mat mezelf af. Dat nog, en dat nog en dat nog. To do’kes afvinken. Snel nog die was, snel nog dat regelen, snel nog dit, dan dat. Ik moet maar eens van mezelf wat minder moeten. Dat lees ik ook bij anderen, die eeuwige zoektocht naar de gulden middenweg tussen jezelf wat rust gunnen en toch genoeg achter je veren zitten om dingen te realiseren, eruit te halen wat erin zit

‘Eat, move, sleep’ is een aanrader voor wie nog eens de basics op een rijtje wil. Wat ook een heel verhelderend boek is over vermoeidheid, om zicht te krijgen op welke type vermoeidheid je eigenlijk hebt (fysiek, mentaal, hormonaal of metabool) en wat je daar precies aan kan doen is: Rusten is het nieuwe sporten.

Ik weet nu tenminste al welk soort vermoeidheid ik heb. Ik wacht nog tot boek ‘rusten is het nieuwe sporten – mét 3 kinderen’ uit is, om daar ook aan te beginnen 😉

Volg Pitcoaching via

Zee (part 2): Jess en haar haaienflip

Ik ben niet altijd een onvoorwaardelijke lover van golven geweest. Er was een tijd (jaren, to be honest) dat ik niet in de zee durfde. Dat zat zo. Als kind was ik nochtans een waterrat. Ik had al snel al mijn zwembrevetten, en was er ergens water, ik zat erin. Toen ik 13 was zag ik 2 keer in één week 2 tv-fragmenten die mijn liefde voor de zee danig op de proef zou stellen. Het eerste was de trailer voor ‘jaws’, dat beeld waarin die moeder haar zoontje voor zich uitschuift op haar surfboard zodat zij en niet hij opgevreten wordt door de grote witte haai. Ongewild zie ik in diezelfde week op tv ook een Amerikaanse redster aangevallen worden, en meegesleurd worden door een haai. Die 2 beelden hebben een onuitwisbare indruk gemaakt op mijn 13jarig fragiel meisjesbrein. Ik had er wekenlang nachtmerries over, en mijn angst werd zo groot dat ik ook niet meer in bad wou – als het water wegliep in het badputje kwam daar –zo was ik zeker- een haaienoog tevoorschijn. haai
Er werd wat lacherig over gedaan. Maar mijn angst was echt. Ik heb jaren geen voet meer in de zee gezet, en zelfs toen ik een twintiger was wou ik nog steeds niet zwemmen in water waar ik niet ‘door kon kijken’ tot aan de bodem. Geen zwemvijvers, Blaarse meersen, whatever voor mij. Pas tijdens een citytrip naar Wenen tijdens een bloedhete zomer – ik was al ergens begin 20- gingen we met vrienden van daar zwemmen in een afgesloten stuk vaart van de Donau en toen pas ben ik erin geslaagd mezelf te pushen opnieuw het water in te gaan. Ik heb in een rotvaart het ding één keer over gezwommen en stond daarna te trillen als een riet. Maar ik had de eerste stap gezet opnieuw te zwemmen in ‘troebel’ water. De volgende grote uitdaging zou opnieuw de zee zijn…
Tijdens onze wereldreis had Jak de eerste maanden al ongeveer in elke plas water gezeten. Zelfs in het ijskoude Titicacameer. Of ergens in een grot in Cuba, tot groot jolijt van de locals. Not me. In Nieuw Zeeland zou ik een eerste keer gaan zwemmen met dolfijnen. De dag voor D-day wordt een meisje aangevallen door een haai, en ribbedie was de moed om in zee te gaan…                                              haai_surfer

In Australië moest en zou het gebeuren. Als ik echt wou leren surfen, moest ik zonder angst het water in durven. En dus zette ik het grove geschut in. Aan de West kust boekte ik een snorkeltocht ‘zwemmen tussen de haaien’, meteen de big deal. Ik heb er ons grensstamper reisverslag nog eens op nagekeken om het gevoel op te roepen van die bewuste dag… fijne herinneringen … 
Hier een fragmentje over de boot-snorkeltocht:
“Onze schipper, een Aussiebink zegt me: Jessie love, sharks are just fish with a bad reputation. They won’t hurt you, trust me. Ik keek eens diep in zijn ogen en legde mijn lot in zijn handen. Bibi ging het water in. Met een hartslag die tegen de 500 zat. Probeer dan maar eens door een snorkelbuizeken te ademen. Jaklien die kirrde ondertussen vrolijk rond. Ik besloot toch maar mooi in het midden van de groep te blijven. Kansberekening dacht ik zo. Als een haai honger heeft, pakt hij toch gewoon die die aan de buitencirkel aan het zwemmen zijn, niet? Na 5 minuten zwemmen (nog steeds in het midden van de oceaan, geen land te bespeuren), waren ze daar plots. 5 meter onder mij. Ik telde 5 haaien. Ik telde 6 haaien, en tenslotte 7. Reefsharks, 7 stuks, elk tussen de 2 a 3 meter. In de Caraïben zijn reefsharks verantwoordelijk voor de meeste aanvallen op mensen. Maar hier in West Australië hebben die zoveel vissen om op te eten, dat die geen nood hebben aan mensenvlees. Maar het blijven wel kanjer beesten die onder je zwemmen, met hun zo kenmerkende lelijke smoel. Maar weet je wat? Bibi, de grootste haaienbroekschijter van het Westelijk halfrond, lag daar rustig naar die beesten te kijken die onder mij zwommen en voelde me eigenlijk vredig kalm. Kan je dat laatste zinnetje nog eens even herlezen? Dank je. Met mijn ego gaat alles goed. I did it!!!!”

Jaren bang geweest, en dan van één dag op de andere beslist mijn angst in de ogen te kijken, iets drastisch te doen, angst kwijt te zijn, beginnen surfen, en de liefde voor de zee en golven is er alleen maar groter op geworden.
Over het hebben van moed, en dingen durven ook al ben je er bang voor, heb ik de afgelopen jaren veel gelezen. Ik vond mezelf dan wel geen broekschijter, een lefgozer was of ben ik evenmin. Ik merkte dat ik het erg comfortabel vond om in mijn comfortzone te blijven. En dus ben ik mezelf uitdagingen beginnen stellen. En zoek en lees ik graag inspirerende verhalen van mensen die durven en moed een andere betekenis geven, zoals Roz Savage, die de oceanen alleen in haar roeiboot bedwong.
De meeste van onze angst creëren we zelf in ons hoofd. Angst voelen is perfect normaal en daar kunnen we op zich weinig aan doen. Maar de tsunami aan gedachten en gedragingen die volgen op het voelen van angst, daar kan je dus wel iets aan doen, leerde ik van moedige mensen ;-). Je angst erkennen en beseffen dat het ook maar slechts een gevoel is, behoorlijk onaangenaam, maar op zich ongevaarlijk. Een doel hebben waar je op kan focussen, door je angst ademen, kleine stapjes zetten, je angst voelen en het toch doen. Het blijft een uitdaging, zeker ook voor mij. Daar herinnert mijn lijstje ‘Durven’, met nog een resem onafgevinkte puntjes, me aan 😉

holdsyouback

Volg Pitcoaching via

Golven

Aan zee. Theater aan zee, Oostende op z’n best. Uren slijten in het Leopoldspark, espresso machiato in nieuw ontdekte koffiebars, ijsjes op het strand of iets lekker van bij bakkerij Van den Berghe op de dijk. Een GT in een beach bar, in zwangere tijden gereduceerd tot een tonic.
Luka die maar blijft schelpen verzamelen. Ze zijn zooooooooooooooooooo mooi. En Noa die maar achter meeuwen blijft aanhollen. Kirren en lopen naar de golfjes. Koud, meer dan mijn tenen krijgen ze niet. De mini girls zijn dapperder. Zee in, dit jaar ook ontdekking van geneugten van een bodyboard. En van zelfgemaakte bloemen die gekocht/verkocht kunnen worden met schelpjes (dankje Cara & Andres voor de boetiek en de opstart :-)) Mijn boek waarin zandkorrels zich tussen de pagina’s nestelen. Steeds diezelfde pagina, want er moet gesmeerd, gekeken, ‘niet te ver weglopen’ geroepen worden, pipi gedaan, dorst, een zandkasteel gebouwd worden, opnieuw toilet (the joys of being pregnant), een pijntje verzorgd, kleren aan en uit. Halfweg de middag en al bijna ko.
Maar toch. Zeelucht knapt op. Maakt hoofd leegt, geeft altijd ruimte voor (nieuwe) dromen. Golven, ik kan er uren naar kijken. Golven…mijn flip.
Toen we op wereldreis gingen en plots in plaats van dagtripjes aan zee, weken en maanden aan een stuk in ‘kustgebied’ vertoefden, wou ik leren surfen. Dat magische surfen, dat één zijn met de golven, daar wou ik deel van uit maken.
Het werd die eerste keren een harde, koude, natte, schurende en bij tijden erg frustrerende les in evenwicht zoeken (en niet vinden), in kracht- en conditietraining (die er beiden niet voldoende waren), in voelen wat de immense kracht van water is en in je plaats kennen (meestal liggend op een plank in plaats van gezwind er bovenop staand).
Een verstuikte enkel, blauwe kin, geschuurde knieën, verlamde armen en 1 liter zeesop binnen later had mijn romantisch beeld van surfen een grote knauw gekregen, en mijn ego nog een groter.
En toen pakte ik mijn eerste echte lange golf. Eentje die zo helemaal uitrolde met mij er zo fel als een gieter bovenop. Ik was in Margaret River, een iconisch surfdorp aan de West-kust van Australië en leefde even de Australische droom: camping, barbie, stubbie, surfen, no worries mate. DSC_0251
Ik ging later nog op surfvakantie naar Costa Rica en Portugal, maar bleef een belabberde surfer. Veel peddelen (soms te vroeg en soms te laat), veel nosedives, niet de juiste take-off plaats vinden, veel in het sop en niet in de swell zitten. Maar toch. In Costa Rica heb ik één keer in een kleine ‘tube’ gezeten, het moment dat de je de golf uitsurft voor die zich achter je in een tunneltje sluit. En ik heb een fantastische dag beleefd met mijn 2 beste vriendinnen aan een Braziliaanse surf praia. Ik blijf gefascineerd door golven en in het diepst van mijn gedachten word ik ooit nog een surfchick. Het romantische beeld van hun way of life, de puurheid, het non-conformisme… zo ver van mijn gestructureerd, burgerlijk werk-gezin-huis leventje. Het is een beetje escapisme waar ik een handje van weg heb, maar het is ook nog iets anders.
Golven zijn mijn metafoor geworden. Het leven proberen nemen als een golf. Surfen mijn symbool. Ik gebruik de beelden in mijn hoofd om me rustig te maken, sterk, om los te laten. Ik omring me met kleine surf hebbedingetjes omdat ze me blij maken. En ik droom over surfspots omdat het me een drive geeft, omdat ik graag droom over reizen , en ik weet binnen een aantal jaar er te staan, glurend naar de golven, naar de surf.
Maar me laten meevoeren door de betovering van golven, dat doe ik ook nu, zelfs aan de Belgische kust. Elke zee heeft iets mysterieus, aanlokkelijk, bangelijk. Er valt zoveel te leren, te ontdekken over de zee, over golven. Hoe ontstaan golven waar je op kan surfen? Daarover heb ik zitten lezen/leren (deze vakantie: William Finnegan, primitieve dagen). Voor wie ’t wil weten, een korte samenvatting: Een storm op zee woelt het water aan de zeespiegel om en dat wekt rimpelingen op, chop genoemd, eerst kleinere en dan grotere onsamenhangende golfjes. Bij genoeg wind klonteren die samen tot zware zeegang. Waar surfers aan verre kusten op liggen te wachten, dat is de energie die aan de storm is ontsnapt en in de vorm van golftreinen uitstraalt naar kalmere wateren. Golftreinen zijn groepen golven die samen verder reizen, in een steeds hechtere samenhang. Elke golf is een kolom rondcirkelende energie, grotendeels onder het wateroppervlak. Alle golftreinen die een storm produceert, vormen samen wat surfers een swell noemen. Zo’n swell kan duizenden kilometers afleggen. Hoe zwaarder de storm, hoe verder zo’n swell kan reizen. Tijdens die reis raakt die swell steeds strakker georganiseerd: de afstand tussen de golven binnen zo’n trein – het zogenaamde interval- neemt toe. Wanneer de golven van zo’n swell in de buurt komen van een kustlijn, dan begint de voet van de golf contact te maken met de zeebodem. Golftreinen worden sets: golven die hoger zijn en langere intervallen hebben dan de golven die meer lokaal aan de kust zijn ontstaan. De naderende golven reageren op de vorm van de zeebodem. Hierdoor neemt het zichtbare deel van de golf toe, de rondcirkelende energie wordt opgedrukt tot hoger boven het wateroppervlak. Uiteindelijk wordt de golf instabiel en begint dan aanstalten te maken om naar voren om te slaan – te breken. Maar hoe en waar een golf precies zal breken, wordt mee bepaald door tal van factoren, zoals de wind, de vorm van de zeebodem, de golfrichting en soms nog stromingen.
Surfers zoeken dus naar golven die breken op een manier dat er een moment is dat je de golf kan ‘pakken’ (een take-off point), de golf een surfbare wand heeft en de golf niet in zijn geheel over de volle breedte omslaat (close-out), maar geleidelijk breekt in een bepaalde richting (naar rechts noemen ze dat dan een righthander, links een lefthander). Op die plek en op dat korte moment is het dan mogelijk om bijna parallel met de kustlijn, een lijn te surfen over de wand van de golf, vlak voordat deze breekt.
Je moet dus heel goed golven kunnen beoordelen om te kunnen surfen, los van de techniek. Dat is iets dat jaren duurt, en daarom dat surfen iets is dat je enkel echt onder knie kan hebben als je opgroeit met de zee en al haar facetten, en je dagen, weken, jaren in het water vertoeft. En je van jongs af aan je de techniek en de mysteries van de golven je eigen maakt.
Ik kan er dus mee leven dat ik nooit een echte surfer zal zijn, maar een wannabe. Een over surfen boeken lezende, surfhebbedingetjes verzamelende, klungelige voor altijd surfchick in wording 🙂

WP_20160801_12_27_47_Pro
Eerste prospectie van de zee…

WP_20160730_08_47_57_Pro Daily surf reminder

WP_20160730_09_46_04_Pro
Schelpen-bloemengirl en surfchickwannabe                   

WP_20160730_09_49_35_Pro

Surfchick in wording  

Volg Pitcoaching via

Over surfen en juwelen ontwerpen

Ik omring me graag met verhalen en mensen die me inspireren. In real life, maar evengoed online. Roz Savage is zo’n online buddy van me. Ik schreef al eerder dit stukje over haar tocht over de wereldzeeën – met een roeibootje. Ik ben nog steeds niet aan fysiek roeien toegekomen, maar ben wel steeds meer bezig met de thema’s en ideeën waar zij ook voor staat. Ondertussen is Roz coach en spreker. Over ondermeer, ja ja, mijn dada: moed.

Eén van de oefeningen waardoor ze haar eigen leven over een totaal andere boeg gooide, en die ze nu meegeeft aan haar publiek, is dat van het overlijdensbericht. Toen ze voelde dat ze zelf volledig vast zat in een leven dat haar dan wel veel geld en status opleverde, maar weinig voldoening en echt geluk, maakte ze op een avond 2 versies van haar eigen overlijdensbericht. Eentje gebaseerd op het leven zoals ze het toen leefde, en allicht zou blijven doen de komende decennia. En eentje gebaseerd op haar stoutste dromen en hartswensen. Het liet haar niet meer los. Ondanks het uitbrekende angstzweet en beklemmende gevoel van niet weten waar ze zou uitkomen, gaf ze haar job op, verkocht ze haar sportcar, verliet ze haar fancy loft en begon ze aan een nieuw hoofdstuk. Over dat transitieproces waar ze doorging, blikt ze op één van haar blogstukjes terug. Ze quote daarin ondermeer good ol’ Steve Jobs:

quotestevejobs

Terugblikkend op haar change of life, zijn dit enkele van haar belangrijkste levenslessen:

  • Leven volgens mijn persoonlijke waarden maakt me veel gelukkiger dan een groot inkomen en een huis vol dure bezittingen;
  • Ik ben niet langer een compulsieve planner en heb meer vertrouwen in een losse gang van zaken;
  • Ik trek me niet meer zo erg aan wat anderen van mij denken en ben meer bezig nu met wat ik zelf over mezelf vind;
  • Ik heb leren aanvaarden dat fouten maken een onderdeel van het leven is, een onlosmakelijk gevolg van avontuurlijk zijn en nieuwe dingen uit proberen;
  • Ik besef nu dat het minder uitmaakt of iets een succes dan wel een mislukking is, maar dat wat ik eruit leerde het meest waardevolle is;
  • Het is zo ontzettend duidelijk voor me geworden, zowel intellectueel, emotioneel als intuïtief dat we echt zelf voor de planeet moeten zorgen, willen we dat die zorgt voor ons;
  • Het leven as such is een magische, wonderlijke belevenis geworden. Het voelt aan als een surfer op een golf, in het begin wat onwennig in de juiste balans vinden, maar ongelooflijk spannend. Dus als ik gewoon de moed en het vertrouwen kan vinden om op mijn bord te blijven, dan kan ik die ongelooflijke golf van energie gewoon volgen, erop vertrouwend dat het me op de juiste plek zou brengen.

Dat beeld en gevoel van die surfer spreekt me natuurlijk heel erg aan als wanna-be surfer 🙂 Als ik haar levenslessen overloop, pik ik er zelf deze uit om me ook (nog) meer eigen te proberen maken:

  • Minder denken in succes – mislukking
  • Meer fuck it zeggen als m’n hoofd weer loopje neemt met wat anderen misschien denken
  • Terug wat avontuur in de keet brengen

Mijn studiebuddy Natasha gebruikte ooit dit mooi beeld voor één van haar lange reizen. darling_edited-1

Natasha is voor mij ook een beetje een Roz. Geen roeier, wel een krachtig, waardevol, mooi avonturier.

Ze maakt nu ook de wereld een beetje mooier met haar eigen juwelen te ontwerpen. www.nimzu.be

 

Volg Pitcoaching via